Zes nieuwe fiscale maatregelen vanwege de coronacrisis

nieuwe fiscale maatregelen coronacrisis

Het kabinet treft zes nieuwe fiscale maatregelen om met name ondernemers in deze lastige tijden te ondersteunen. De maatregelen zijn erop gericht ondernemers meer financiële ruimte te geven. Zo kunnen directeur-grootaandeelhouders die te maken krijgen met een omzetdaling in hun vennootschap(pen) straks tijdelijk van een lager gebruikelijk loon uitgaan. Ook kunnen vennootschappen (die vennootschapsbelastingplichtig zijn) verliezen van dit jaar alvast eerder verrekenen met de winst over 2019 door het opnemen van een zogenoemde ‘fiscale coronareserve’.

Tijdelijke fiscale maatregelen coronacrisis

De zes tijdelijke belastingmaatregelen die nu zijn aangekondigd zijn:

  1. Een verlaging van het gebruikelijk loon bij omzetdaling
  2. Een versoepeling van het urencriterium
  3. Een verhoging van de vrije ruimte in de werkkostenregeling
  4. De mogelijkheid tot het vormen van een fiscale coronareserve
  5. Uitstel van de inwerkingtreding van het wetsvoorstel excessief lenen bij de eigen vennootschap
  6. Het mogelijk maken van tijdelijk uitstel van hypotheekbetalingen zonder verlies van het recht op hypotheekrenteaftrek voor de eigen woning (hypotheekbetaalpauze).

De maatregelen moeten overigens nog verder worden uitgewerkt.

1. Een verlaging van het gebruikelijk loon bij omzetdaling

Directeur-grootaandeelhouders verrichten vaak zelf arbeid voor de vennootschap(pen) waarin zij een aanmerkelijk belang hebben. Zij dienen in dat geval ten minste belasting te betalen over een loon dat passend is bij de arbeid die ze verrichten (gebruikelijk loon). Ook wanneer de onderneming minder of geen omzet behaalt, moet nog steeds een gebruikelijk loon in aanmerking worden genomen en de belasting daarover worden betaald. Voor 2020 wordt toegestaan dat directeur-grootaandeelhouders die te maken krijgen met een omzetdaling van een lager gebruikelijk loon mogen uitgaan, evenredig met de omzetdaling. Daarbij wordt hetzelfde deel van het jaar in 2020 vergeleken met dezelfde periode in 2019. De uitwerking van deze maatregel volgt zo spoedig mogelijk. De vormgeving van deze maatregel en de voorwaarden zullen vergelijkbaar zijn met eenzelfde regeling en voorwaarden die tijdens de kredietcrisis in 2009 zijn getroffen.

2. Maatregel voor zzp’ers: versoepeling urencriterium

Ondernemers hebben recht op verschillende soorten ondernemersaftrek. De bekendste is waarschijnlijk de zelfstandigenaftrek. Hiervan kunnen ondernemers alleen gebruik maken, als ze 1225 uur per jaar aan hun onderneming besteden en ondernemer zijn voor de inkomstenbelasting. Om te voorkomen dat ondernemers het recht op de aftrek verliezen zal de Belastingdienst er van 1 maart 2020 t/m 31 mei 2020 van uitgaan dat deze ondernemers ten minste 24 uren per week aan de onderneming hebben besteed, ook als ze die uren niet daadwerkelijk hebben besteed. Voor ondernemers die sterk seizoensafhankelijk werken, zoals in de horeca of festivalbranche, wordt ook geregeld dat ze onder de versoepeling vallen.

3. Werkkostenregeling: verhoging vrije ruimte

Via de werkkostenregeling kunnen werkgevers onbelaste vergoedingen aan werknemers geven. De vrije ruimte die werkgevers hebben om deze onbelaste vergoedingen te geven wordt eenmalig verhoogd van 1,7% naar 3% voor de eerste € 400.000 van de loonsom per werkgever. Werkgevers die daarvoor ruimte hebben kunnen hun werknemers in deze moeilijke tijd extra tegemoet komen, bijvoorbeeld door het verstrekken van een bloemetje of een cadeaubon. Dit kan ook een boost geven aan sectoren die sterk getroffen zijn door de crisis.

4. Fiscale coronareserve in de vennootschapsbelasting

Op basis van de huidige wetgeving mogen vennootschappen (die belastingplichtig zijn voor de vennootschapsbelasting) een verlies verrekenen met de winst van het voorafgaande jaar. Hierdoor kan een verlies dat in het jaar 2020 wordt geleden verrekend worden met winst die in het jaar 2019 is behaald. Echter, een dergelijke verrekening kan pas plaatsvinden bij het doen van de aangifte vennootschapsbelasting 2020. Dat kan niet eerder dan begin 2021. Bovendien is vereist dat een definitieve aanslag vennootschapsbelasting is opgelegd over 2019, die meestal nog niet zal zijn opgelegd.

Het kabinet vindt het wenselijk dat deze bedrijven eerder over deze liquiditeiten kunnen beschikken. Daarom wordt het mogelijk gemaakt het verwachte verlies voor het jaar 2020 dat verband houdt met de coronacrisis als fiscale coronareserve ten laste van de winst van het jaar 2019 te brengen. De fiscale coronareserve bedraagt maximaal de fiscale winst over 2019 zonder rekening te houden met deze reserve. Daarnaast mag de fiscale coronareserve niet hoger zijn dan het te verwachten verlies in 2020 als gevolg van de coronacrisis. Wat bedrijven moeten doen en welke voorwaarden gelden om aanspraak te maken op de fiscale coronareserve zal zo spoedig mogelijk worden bekendgemaakt.

5. Uitstel inwerkingtreding wetsvoorstel Wet excessief lenen bij eigen vennootschap

In september 2018 heeft het kabinet het wetsvoorstel ‘Wet excessief lenen bij de eigen vennootschap’ aangekondigd met een geplande inwerkingtreding per 2022. Op basis van dit wetsvoorstel worden schulden van de directeur-grootaandeelhouder aan de eigen vennootschap die hoger zijn dan € 500.000 (exclusief eigenwoningschulden) belast in box 2. Om directeur-grootaandeelhouders tegemoet te komen wil het kabinet de inwerkingtreding van de wet met één jaar uitstellen. Door de inwerkingtreding met één jaar uit te stellen tot 1 januari 2023 hebben directeur-grootaandeelhouders tot 31 december 2023 (eerste peildatum) de tijd om te anticiperen op het wetsvoorstel. Deze wijziging wordt, samen met de andere aanpassingen naar aanleiding van de internetconsultatie (onze reactie daarop leest u hier) en het advies van de Raad van State, meegenomen in het wetsvoorstel dat binnenkort aan de Tweede Kamer zal worden gezonden.

6. Betaalpauze voor hypotheekverplichtingen

Kredietverstrekkers zoals banken willen klanten de mogelijkheid bieden een betaalpauze van rente en aflossing aan te gaan voor maximaal zes maanden, wanneer zij tijdens de coronacrisis tijdelijk niet aan hun betalingsverplichtingen kunnen voldoen. Voor hypotheken waarvoor een fiscale aflossingsverplichting geldt, moet dit volgens de huidige fiscale regels bij een pauze in 2020, uiterlijk in 2021 worden terugbetaald. Een nieuw beleidsbesluit regelt twee zaken: ten eerste hoeft de aflossingsachterstand niet uiterlijk 31 december 2021 te worden betaald, maar kan deze (direct) worden uitgesmeerd over de resterende looptijd (van maximaal 360 maanden). Ten tweede kan een klant in plaats hiervan kiezen om zijn resterende lening te splitsen. Hierdoor hoeft de maximaal zes maanden achterstand niet per definitie te worden uitgesmeerd over de resterende looptijd, maar kan dit ook apart binnen bijvoorbeeld vijf jaar worden afbetaald. Hierdoor ontstaan meer mogelijkheden tot maatwerk.

Bron: Ministerie van Financiën (kamerbrief van 24 april 2020)

Vragen over uw persoonlijke situatie? Neem gerust contact op met uw vaste contactpersoon bij Joanknecht of een van de adviseurs rechtsboven vermeld op deze pagina.