Wetsvoorstel spoedreparatie fiscale eenheid roept vragen op

 

Op 6 juni diende de staatssecretaris van Financiën zijn wetsvoorstel spoedreparatie fiscale eenheid in bij de Tweede Kamer. De verwachtingen voor het voorstel waren hooggespannen, zeker gezien het feit dat het wetsvoorstel zal ingaan met terugwerkende kracht tot 25 oktober 2017, 11.00 uur. De maatregelen stellen echter ernstig teleur: er blijven veel onduidelijkheden bestaan, waardoor zowel de Belastingdienst als veel adviseurs tegen praktische problemen aanlopen.

Op 25 oktober 2017 is door de staatssecretaris een spoedreparatie aangekondigd als gevolg van een zaak die bij het Europese Hof van Justitie lag. Hierin is aangegeven dat voor bepaalde regelingen in de vennootschapsbelasting de fiscale eenheid moet worden ‘weggedacht’: deze regels moeten worden toegepast alsof er geen sprake is van een fiscale eenheid. Opmerkelijk is dat ten opzichte van de aankondiging nauwelijks nieuwe handvatten zijn geboden in het wetsvoorstel: nog steeds zijn er veel onduidelijkheden over de toepassing van de nieuwe maatregelen.

Vooroverleg met Belastingdienst

De regelgeving rondom het toepassen van de fiscale eenheid is over het algemeen zeer complex. Daarom is het mogelijk om vooroverleg te voeren met de Belastingdienst: een belastingplichtige kan vooraf zekerheid krijgen over de toepassing van wet- en regelgeving in een specifieke situatie. Op deze manier krijgen belastingplichtigen duidelijkheid over de gevolgen van hun fiscale structuur. De Belastingdienst heeft echter aangegeven dat de capaciteit die met de nieuwe maatregelen nodig is voor vooroverleg, niet beschikbaar is. Vooroverleg is dan ook niet langer mogelijk. Het kabinet geeft aan hiermee akkoord te gaan, maar belastingplichtigen krijgen te maken met grote onzekerheden.

Het is opmerkelijk dat de Belastingdienst kritiek uit op een wetsvoorstel. De Belastingdienst heeft nog nooit eerder bij voorbaat aangegeven dat ze een regeling niet uitvoerbaar acht. Tegelijkertijd wordt erkend dat sprake is van een tijdelijke maatregel, in afwachting van een meer toekomstbestendige regeling.

Budgettaire opbrengst

Naast twijfels over de inhoud van de reparatiewet is veel onduidelijkheid over de budgettaire opbrengst van de nieuwe regelgeving. Waar deze eerst werd geschat op € 400 miljoen, spreekt de staatssecretaris nu van een opbrengst van € 354 miljoen. Bovendien brengt de nieuwe regelgeving hoge lasten voor belastingplichtigen met zich mee: fiscale eenheden die worden geraakt door de spoedreparatie, moeten hun structuur wijzigen en zullen herhaaldelijk moeten kijken of nog aan de voorwaarden van de reparatiebepalingen wordt voldaan.

Vragen?

Heeft u vragen naar aanleiding van dit artikel? Neem dan contact op met Kim van der Heijden, senior belastingadviseur, per telefoon via +31 (0)40 240 9460 of mail naar kvdheijden@joanknecht.nl.