Wet homologatie onderhands akkoord ter voorkoming van faillissement

Wet homologatie onderhands akkoord ter voorkoming van faillissement

 

Vorige maand is de internetconsulatie geopend voor de concept wettekst. Doel van de Wet WHOA is om het voor bedrijven die in financiële moeilijkheden verkeren eenvoudiger te maken om via een akkoord met hun schuldeisers hun schulden te herstructureren, en zo een faillissement te voorkomen. Het akkoord wordt bekrachtigd door de rechter en kan daarmee bindend worden voor alle schuldeisers, ook degene die tegen het akkoord stemden.

Noodzakelijk en toereikend

Belangrijke voorwaarde voor de rechter om het akkoord te homologeren zal zijn dat de totstandkoming van het akkoord noodzakelijk en toereikend is om een faillissement van de onderneming te voorkomen. Een dwangakkoord zal daarom naar verwachting met name (“met name” kan vervangen worden door “vooral”) een oplossing bieden voor ondernemingen die op zichzelf rendabele activiteiten hebben, maar die vanwege een zware schuldenlast in liquiditeitsproblemen zijn gekomen en daar niet uitkomen zonder akkoord.

Wanneer een onderneming in moeilijkheden verkeert, worden in de regel de schuldeisers benaderd om akkoord te gaan met een uitstel van betaling of een gedeeltelijke kwijtschelding van hun vorderingen. Echter zolang er geen sprake is van faillissement of surseance van betaling geldt de wettelijke hoofdregel dat schuldeisers aanspraak kunnen maken op volledige betaling van hun vordering.

Regeling

Het wetsvoorstel voorziet in een regeling op basis waarvan de rechtbank kan overgaan tot homologatie van een onderhands akkoord omtrent de sanering en herstructurering van schulden, zodat de schuldeisers of aandeelhouders die niet met het akkoord hebben ingestemd toch aan het akkoord kunnen worden gebonden.

De regeling gaat ervan uit dat de schuldenaar eerst via de minnelijke weg probeert om met zijn schuldeisers en aandeelhouders tot een akkoord te komen. Pas als dit niet lukt, komt de mogelijkheid van een dwangakkoord in beeld. Daarom komt een akkoord alleen voor homologatie door de rechter in aanmerking als eerst (onder andere) de schuldeisers en aandeelhouders in de gelegenheid zijn gesteld om zich via een stemming over het akkoord uit te spreken.

De individuele rechtspositie van werknemers kan niet worden gewijzigd door een akkoord en blijft dus geborgd.

 

Bron: wetten.overheid.nl