Update wetsvoorstel excessief lenen bij eigen vennootschap

Start consultatie van wetsvoorstel Excessief lenen bij eigen vennootschap

Op 17 juni 2020 heeft de staatssecretaris van Financiën het langverwachte wetsvoorstel ‘Wet excessief lenen bij eigen vennootschap’ aangeboden aan de Tweede Kamer. Naar verwachting zal deze regeling in 2023 in werking treden. Met dit wetsvoorstel wordt beoogd bovenmatige schulden van aanmerkelijkbelanghouders (houders van ten minste 5% van de aandelen in een vennootschap) bij de eigen vennootschappen tegen te gaan. 

De maatregel is tijdens Prinsjesdag 2018 voor het eerst bekendgemaakt, waarna in 2019 een internetconsultatie van het conceptwetsvoorstel heeft plaatsgevonden. Deze consultatie heeft geleid tot een aantal wijzigingen in de voorgestelde regeling. Hierin vallen twee zaken op. Er wordt voorzien in het voorkomen van economische dubbele belastingheffing en er is voor gekozen geen tijdelijke vrijstelling voor de overdrachtsbelasting op te nemen.

Algemeen

Het wetsvoorstel houdt kort gezegd in dat wanneer een aanmerkelijkbelanghouder (tezamen met zijn partner) in totaal voor meer dan € 500.000 heeft geleend bij zijn eigen vennootschap(pen), hij over het meerdere aanmerkelijkbelangheffing (box 2) moet betalen. Dit zogenoemde bovenmatige deel van de schulden zal jaarlijks aan het einde van het kalenderjaar (peildatum 31 december) worden vastgesteld en wordt het ‘fictieve reguliere voordeel’ genoemd. De eerste peildatum zal 31 december 2023 zijn.

De voorgestelde regeling heeft alleen gevolgen voor de bepaling van het inkomen uit aanmerkelijk belang in box 2 en werkt niet door naar andere fiscale wet- en regelgeving, zoals box 1 of box 3 van de inkomsten-, dividend- en vennootschapsbelasting. Voor de vennootschap blijft de vordering dus ongewijzigd op de balans staan en een box 3-schuld blijft voor de aanmerkelijkbelanghouder de grondslag van box 3 verlagen. De fictie heeft bovendien geen civielrechtelijke betekenis. Rente- en aflossingsverplichtingen blijven dus bestaan.

Een uitzondering geldt voor eigenwoningschulden bij de eigen vennootschap. Eigenwoningschulden aangegaan vóór 1 januari 2023 vallen niet onder de regeling. Eigenwoningschulden die zijn aangegaan na deze datum vallen slechts onder de regeling voor zover ten gunste van de vennootschap geen recht van hypotheek wordt gevestigd op de betreffende eigen woning. Voor meer algemene informatie over het wetsvoorstel verwijzen wij naar twee eerder door ons gepubliceerde nieuwsberichten: Start consultatie van wetsvoorstel Excessief lenen bij eigen vennootschap en Uitgelicht: hoge schulden bij eigen bv worden belast in box 2

Voorkomen dubbele heffing

Het grootste bezwaar aan het initiële conceptwetsvoorstel was de economische dubbele heffing. Om dit zoveel mogelijk te voorkomen, voorziet het huidige wetsvoorstel erin dat het fictieve reguliere voordeel ook een negatief bedrag kan zijn. De systematiek ziet er dan als volgt uit.

Stel dat de aanmerkelijkbelanghouder op 31 december 2023 voor een bedrag van € 700.000 aan schulden heeft bij de eigen vennootschap. Het bovenmatige deel van de schulden van € 200.000 wordt dan als fictief regulier voordeel in box 2 belast tegen 26,9%. Vervolgens wordt de drempel het daaropvolgende jaar met hetzelfde bedrag verhoogd naar € 700.000 (€ 500.000 + € 200.000).

In 2024 lost de aanmerkelijkbelanghouder een bedrag van € 200.000 op zijn schulden af, waardoor de totale schuld aan zijn eigen vennootschap nog € 500.000 bedraagt. In 2024 wordt dan een negatief regulier voordeel in aanmerking genomen van € 200.000 (€ 500.000 -/- € 700.000). Voor zover dit negatieve bedrag in 2024 niet te gelde kan worden gemaakt, kan dit één jaar achterwaarts worden verrekend en zes jaar voorwaarts.

Het drempelbedrag wordt vervolgens ook weer dienovereenkomstig verlaagd, in het voorbeeld tot

€ 500.000. Daarnaast merken wij op dat ook bij immigratie, emigratie of overlijden van de aanmerkelijkbelanghouder is voorzien in een regeling om dubbele heffing te voorkomen.

Tijdelijke vrijstelling overdrachtsbelasting

Tijdens de consultatie van het conceptwetsvoorstel in 2019 is gewezen op de situatie dat aanmerkelijkbelanghouders zich genoodzaakt kunnen voelen om het bovenmatige deel van de schulden af te lossen door hun in privé gehouden vastgoed over te dragen aan de eigen vennootschap. Bij een dergelijke transactie is echter overdrachtsbelasting verschuldigd. Om dit te voorkomen is tijdens de consultatie van het conceptwetsvoorstel verzocht een tijdelijke vrijstelling voor de overdrachtsbelasting op te nemen. Het kabinet heeft uiteindelijk besloten een dergelijke vrijstelling niet in de regeling op te nemen nu de aanmerkelijkbelanghouder op verschillende manieren kan anticiperen op het wetsvoorstel. Zo zou de aanmerkelijkbelanghouder er bijvoorbeeld ook voor kunnen kiezen de lening te herfinancieren.

Tot slot

In de toekomst kunt u als gevolg van dit wetsvoorstel mogelijk te maken krijgen met belastingheffing over het bovenmatige deel van uw schulden bij de eigen vennootschap(pen). Indien het totaal van uw schulden bij de eigen vennootschap(pen) op dit moment de voorgestelde drempel van € 500.000 te boven gaat, raden wij u aan tijdig op het wetsvoorstel te anticiperen.

Heeft u vragen of wilt u verder onderzoeken hoe u schulden bij de eigen vennootschap(pen) kunt verlagen, neem dan contact op met uw adviseur bij Joanknecht of met een van onze specialisten die rechtsboven op deze pagina staan vermeld.