Tijdelijke verhuur van de eigen woning: onbelast?!

Tuinhuis

Verhuurt u een deel van uw eigen woning, zoals een tuinhuis, via bijvoorbeeld Airbnb? Dan hoeft u de inkomsten uit verhuur niet op te geven in box 1. Dat oordeelde Hof Amsterdam eerder deze zomer (11 juli 2019). Het tuinhuis behoort in dat geval volgens het hof wel tot het box 3-vermogen. Recent (7 augustus 2019) heeft rechtbank Noord-Holland een vergelijkbare casus aan de hand gehad. Ook zij kwam tot de conclusie dat de verhuuropbrengsten onbelast waren. Volgens haar oordeel behoort het verhuurde gedeelte van de woning echter niet tot het box 3-vermogen, maar blijft hierop de eigenwoningregeling van toepassing.

Inkomsten uit verhuur tuinhuis onbelast, maar tuinhuis behoort wel tot box 3

In de casus die voorlag bij Hof Amsterdam werd een bij de woning horend tuinhuis verhuurd aan toeristen via Airbnb. De vraag was of de huurinkomsten voor de eigenaar van de woning belast moesten worden in box 1 als inkomsten uit tijdelijke verhuur van de woning.

De inkomstenbelasting kent een bepaling die ingeval van een tijdelijke terbeschikkingstelling van de eigen woning aan derden voorschrijft dat 70% van de huurinkomsten belast wordt in box 1. Omdat in de onderhavige situatie slechts een deel van de eigen woning werd verhuurd, was de eigenaar van de woning van mening dat deze bepaling niet van toepassing was. De Belastingdienst meende van wel.

Het hof gaf de eigenaar gelijk. De genoemde bepaling is alleen van toepassing indien de gehele woning tijdelijk aan derden wordt verhuurd. Het tuinhuis moet volgens het hof wel in box 3 in aanmerking worden genomen. Uit de definitie van de eigen woning volgt dat “tot de ‘eigen woning’ onder meer wordt gerekend een gebouw of een gedeelte van een gebouw met de daartoe behorende aanhorigheden, voor zover dat de belastingplichtige anders dan tijdelijk als hoofdverblijf ter beschikking staat.” Het tuinhuis staat de eigenaar slechts tijdelijk als hoofdverblijf ter beschikking, zodat het tuinhuis niet tot de eigen woning van de eigenaar behoort. Het tuinhuis moet tot box 3 worden gerekend, aldus het hof.

Inkomsten uit verhuur gedeelte eigen woning onbelast, verhuurd gedeelte blijft tot box 1 behoren

Recent heeft rechtbank Noord-Holland een vergelijkbare situatie aan de hand gehad. In deze casus verhuurde de eigenaar haar eigen woning zowel geheel als gedeeltelijk aan derden. Ook hier was de vraag of de huurinkomsten uit de verhuur van de gedeeltelijke woning belast waren en zo nee, of het verhuurde gedeelte van de woning tot box 3 behoorde.

De rechtbank neemt voor wat betreft de verhuur van de gedeeltelijke woning de redenering van het hof over: omdat de verhuur slechts een gedeelte van de woning betreft, kunnen de huurinkomsten niet worden belast in box 1. Vervolgens komt de rechtbank echter tot de conclusie dat het verhuurde gedeelte van de woning onderdeel blijft uitmaken van de eigen woning en daarmee tot box 1 blijft behoren. Het verhuurde gedeelte wordt dus niet tot box 3 gerekend.

En nu?

Het is de vraag of de staatssecretaris van Financiën cassatieberoep zal instellen tegen de hofuitspraak. Hij is immers van mening dat de inkomsten uit tijdelijke verhuur van een gedeelte van de woning wel degelijk belast zijn in box 1. Dit gaf hij eerder (augustus 2018) ook al aan in antwoord op gestelde Kamervragen. Een andere mogelijkheid is dat de staatssecretaris een wetswijziging aankondigt. Voor nu is het even afwachten.

Verhuurt u (een gedeelte van) uw eigen woning en bent u benieuwd naar de fiscale gevolgen hiervan? Neemt u dan gerust contact op Kim Dekkers, belastingadviseur, per e-mail of telefoon op +31 (0)40 240 9429.