Tijdelijke verhuur van tuinhuisje bij de eigen woning: toch belast in box 1

De inkomsten uit het tijdelijk verhuren van een tuinhuisje bij de eigen woning aan derden, zoals via platforms als Airbnb, behoren volgens een recent gepubliceerd arrest van de Hoge Raad (HR) tot het box 1-inkomen en zijn daarmee belast. Met het arrest maakt de HR een einde aan de lopende discussie over de belastbaarheid van de tijdelijke verhuur van een gedeelte van de eigen woning of van een aanhorigheid bij die eigen woning.

Eerder dit jaar berichtten wij u over een uitspraak van hof Amsterdam op basis waarvan inkomsten uit de tijdelijke verhuur van een gedeelte van de eigen woning niet in box 1 werden belast. Tegen deze uitspraak werd door de staatssecretaris cassatie ingesteld. De HR heeft nu geoordeeld en de staatssecretaris in het gelijk gesteld: de inkomsten die worden verdiend met de tijdelijke verhuur van een gedeelte van de eigen woning of van een aanhorigheid bij de eigen woning zijn wel degelijk belast in box 1.

De procedure

De casus was als volgt. Een echtpaar verhuurde een bij de woning behorend tuinhuis via Airbnb aan toeristen. De inkomstenbelasting kent een bepaling die ingeval van een tijdelijke terbeschikkingstelling van de eigen woning aan derden voorschrijft dat 70% van de huurinkomsten belast worden als inkomen uit werk en woning (box 1). Centraal in deze procedure stond de vraag in hoeverre deze regeling voor tijdelijke verhuur van een eigen woning van toepassing is op de tijdelijke verhuur van een gedeelte van die eigen woning, zoals een kamer of een aanhorigheid van die eigen woning, zoals een tuinhuis.

Volgens het echtpaar ziet de regeling alleen op de situatie waarin de gehele eigen woning wordt verhuurd. Nu slechts sprake was van een gedeeltelijke verhuur, was de regeling volgens hen niet van toepassing. De staatssecretaris was van mening dat de inkomsten wel onder de reikwijdte van de bepaling vallen, en dus belast zijn in box 1.

Hof Amsterdam

Hof Amsterdam stelde het echtpaar in het gelijk. Volgens het hof is de bepaling alleen van toepassing indien de gehele woning tijdelijk aan derden wordt verhuurd. Aangezien het in deze zaak ging om een gedeelte van de eigen woning, was de bepaling niet van toepassing op deze situatie. Het tuinhuis behoorde volgens het hof tot het box 3-vermogen.

Hoge Raad

De HR heeft nu uitspraak gedaan en de inspecteur alsnog in het gelijk gesteld. Volgens de HR is het uitgangspunt van de wetgever dat een woning die slechts tijdelijk aan derden wordt verhuurd, blijft kwalificeren als eigen woning. Aan de bedoeling van de wetgever zou volgens de Hoge Raad onvoldoende recht worden gedaan wanneer een onderscheid zou worden gemaakt tussen de tijdelijke verhuur van een gehele eigen woning en de tijdelijke verhuur van een gedeelte of aanhorigheid daarvan. Het eerdere oordeel van het hof dat het tuinhuis door de tijdelijke verhuur niet meer tot de eigen woning behoorde, waardoor de eigenwoningregeling niet van toepassing was, berust volgens de HR dan ook op een onjuiste rechtsopvatting. De inspecteur heeft terecht 70 procent van de huurinkomsten tot het box 1-inkomen gerekend.

Gevolg

Het tijdelijk verhuren van een gedeelte van de eigen woning aan derden is de laatste jaren erg populair geworden. Via platforms, zoals Airbnb, is het voor veel huiseigenaren eenvoudig om een kamer, zolder of tuinhuis aan te bieden en daarmee extra inkomsten te genereren. Inmiddels is duidelijk dat deze inkomsten volgens de HR dus tot het box 1-inkomen behoren en daarmee belast zijn met inkomstenbelasting. De Belastingdienst heeft eerder al aangegeven dat zij extra zullen controleren op het juist aangeven van deze huurinkomsten. Het standpunt van de Belastingdienst wordt met dit arrest van de HR bevestigd.

Contact

Verhuurt u (een gedeelte van) uw eigen woning en bent u benieuwd naar de fiscale gevolgen hiervan? Neemt u dan gerust contact op Kim Dekkers, belastingadviseur, per e-mail of telefoon op +31 (0)40 240 9429.