Staat de minderheidsaandeelhouder machteloos bij uitkoop?

Staat de minderheidsaandeelhouder machteloos bij uitkoop?

17 december 2020

Een minderheidsaandeelhouder heeft vaak niet zoveel te vertellen in een vennootschap. Zeker als het belang minder is dan 5% en de resterende aandelen in één hand zijn. De meerderheidsaandeelhouder kan – wettelijk gezien – de minderheidsaandeelhouder uitkopen. De prijs is daarbij regelmatig voer voor een conflict dat eindigt voor de rechter… Staat de minderheidsaandeelhouder dan machteloos bij uitkoop?

Tunneltje graven

Soms misbruikt een meerderheidsaandeelhouder zijn positie. Immers, hij (of zij) voert vaak de directie en heeft dus een informatievoorsprong. Er kan hem (of haar) weinig in de weg worden gelegd. Een bekende strategie is het uithollen van het eigen vermogen van de vennootschap om zo de minderheidsaandeelhouder voor weinig uit te kopen. ‘Tunneltje graven’ noemen we dit: de grootaandeelhouder graaft onzichtbaar de waarde onder het bedrijf vandaan. Aan het einde van de tunnel haalt hij de voordelen naar zich toe. Bijvoorbeeld door activa of dochterbedrijven onder de marktprijs te verkopen. De koper blijkt vaak (in)direct aan de grootaandeelhouder verbonden. Of door leningen tegen onzakelijke voorwaarden aan bevriende partijen die vervolgens niet betalen. Het gaat soms zo ver dat de grootaandeelhouder eerst zichzelf betaalt of zijn schulden met de vennootschap verrekent. Vervolgens blijft geen geld meer over om de mede-eigenaar uit te kopen.

 

Normaliseren van onrechtmatige transacties

Die minderheidsvennoot staat dan vaak machteloos. Hij heeft pas kans op genoegdoening als de grootaandeelhouder de rechter vraagt om de partner uit te kunnen kopen. De rechter moet dan namelijk een uitkoopprijs bepalen. Tot voor kort was het niet altijd duidelijk op basis waarvan dat gebeurde. Maar een recent arrest bewijst dat de rechter een alternatief heeft. Hij kan een deskundige vragen de economische waarde te bepalen zónder de onrechtmatige vermindering van het eigen vermogen. De expert bepaalt dan de reële waarde van de onrechtmatige transacties. Bijvoorbeeld door het normaliseren van de overeenkomsten naar marktconforme condities en vergoedingen ten tijde van de dagtekening. Zo herschrijft hij als het ware de geschiedenis. Transacties blijven transacties, maar dan gebaseerd op een faire opbrengst. Zo wordt duidelijk wat er nog in kas zou zijn geweest als sprake was van rechtmatige deals. En zo ontstaat een hoger genormaliseerd eigen vermogen als basis voor de uitkoopprijs. De minderheidsaandeelhouder ontvangt vervolgens zijn fair share.

 

Reële en redelijke uitkoop

Met het arrest in de hand kan de minderheidsaandeelhouder zich beter verweren wanneer hij vermoedt dat sprake is van tunneltje graven. Het is dan belangrijk dat hij bewijs verzamelt voor de dubieuze deals. Én dat hij hier als aandeelhouder bezwaar tegen maakt. In dat geval kan de rechter eenvoudig een opdracht geven aan een deskundige om die transacties te onderzoeken en te normaliseren. De minderheidsaandeelhouder is dus zeker niet machteloos. Hij heeft recht op een reële en redelijke uitkoop.

Geschreven door Georges de Méris.

Partner corporate finance en forensics & recovery bij Joanknecht.

Georges is bereikbaar per telefoon op +31 (0)40 240 9476 en per e-mail op gdmeris@joanknecht.nl.