Nederland regeerakkoord

Regeerakkoord Rutte III: hervorming van het belastingstelsel

 

In eerdere nieuwsberichten en in onze Prinsjesdagnieuwsbrief hebben wij u geïnformeerd over de fiscale maatregelen uit het Belastingplan 2018 en aanvullende wetsvoorstellen. In dit nieuwsbericht informeren wij u over de fiscale maatregelen die zijn aangekondigd in het regeerakkoord van het kabinet-Rutte III. Waar het Belastingplan 2018 relatief beleidsarm was, staat het regeerakkoord vol met nieuw beleid, waaronder ook veel voorstellen die de ondernemer /DGA raken.

Gezien de grote hoeveelheid aan nieuw aangekondigd beleid is in dit nieuwsbericht een selectie van de meest in het oog springende voorstellen opgenomen. Voor zover bekend zijn de beoogde implementatietermijnen van de betreffende voorstellen vermeld.

Vennootschapsbelasting

In de VPB is op grote lijnen gekozen voor het enerzijds verlagen van de belastingtarieven en het anderzijds verbreden van de belastinggrondslag (het bedrag waarover belasting wordt betaald).

  • Het VPB-tarief wordt vanaf 2019 stapsgewijs verlaagd van 20% naar 16% (eerste schijf) en van 25% naar 21% (tweede schijf) in 2021. De eerder aangekondigde verlenging van de eerste schijf van € 200.000 naar € 350.000 wordt teruggedraaid. De grens van de eerste schijf bedraagt derhalve ook na 2017 € 200.000;
  • In 2019 wordt een generieke renteaftrekbeperking (‘earningsstripping-maatregel’) ingevoerd met een drempel van € 1 miljoen rente en geen groepsescape. Enkele bestaande specifieke renteaftrekbeperkingen worden afgeschaft.
  • De termijn voor de voorwaartse verliesverrekening wordt teruggebracht van maximaal negen jaar naar maximaal zes jaar.
  • De afschrijving op een gebouw in eigen gebruik wordt vanaf 2019 voor VPB-ondernemers beperkt tot maximaal 100% van de WOZ-waarde (dit was 50% van de WOZ-waarde).
  • Het effectieve tarief voor de innovatiebox wordt vanaf 2018 verhoogd van 5% naar 7%.
  • Het is fiscale beleggingsinstellingen niet langer toegestaan direct te beleggen in vastgoed.

Inkomstenbelasting

De voorstellen in de IB komen grotendeels voort uit de keuze voor het enerzijds verlagen van de belasting op arbeid en anderzijds het verhogen van de btw op consumptie en de milieubelastingen.

  • Vanaf 2019 wordt voor Box 1 een tweeschijvenstelsel ingevoerd met een basistarief van 36,93% en een toptarief van 49,50% (vanaf € 68.507).
  • Vanaf 2020 wordt de hypotheekrenteaftrek in vier stappen van 3% afgebouwd naar het basistarief van 36,93%. Daarnaast wordt de aftrek wegens geen of een geringe hypotheekschuld geleidelijk afgeschaft en wordt het eigenwoningforfait verlaagd.
  • In verband met de invoering van het tweeschijvenstelsel worden ook andere aftrekposten in Box 1, waaronder de zelfstandigenaftrek, afgebouwd. Het is nog niet duidelijk hoe deze afbouw precies wordt vormgegeven.
  • Vanwege de verlaging van het VPB-tarief wordt het Box 2-tarief verhoogd naar 27,40% in 2020 en vanaf 2021 naar 28,50%. Daarmee blijft de cumulatieve (totale) heffing van VPB en IB grotendeels gelijk aan die in 2016.
  • Het fictieve Box 3-rendement wordt aangepast. Voor het spaargedeelte wordt uitgegaan van recentere cijfers waardoor het forfaitaire rendement actueler wordt (men kijkt anderhalf tot een halfjaar terug in plaats van dat een vijfjaarsgemiddelde wordt gehanteerd). Daarnaast wordt het heffingsvrije vermogen verhoogd naar € 30.000 per persoon en heeft het kabinet aangegeven een vermogensrendementsheffing op basis van werkelijk rendement te gaan uitwerken.

Overige voorstellen

Tot slot attenderen wij u nog op onderstaande voorstellen.

  • Het lage btw-tarief wordt in 2019 verhoogd van 6% naar 9%.
  • In 2019 wordt de dividendbelasting afgeschaft. Wel komt er een bronheffing op dividenden, rente en royalty’s naar laag belaste landen (low tax jurisdictions).
  • De Wet DBA wordt vervangen door nieuwe wetgeving. Na invoering van de nieuwe wetgeving wordt het huidige handhavingsmoratorium gefaseerd afgebouwd.
  • De huidige gebruikelijke loon regeling wordt geëvalueerd en zo nodig aangepast.
  • De looptijd van de 30%-regeling wordt verkort van acht naar vijf jaar.

Bronvermelding afbeelding: website nrc.nl