Prinsjesdag: maatregelen werkgever

maatregelen werkgerver belastingplan 2020

Op Prinsjesdag is het pakket Belastingplan 2022 gepresenteerd. Wij hebben de belangrijkste maatregelen per thema voor u samengevat. Hierbij zetten wij de belangrijkste maatregelen voor werkgevers onder elkaar. Onder de Prinsjesdag maatregelen voor werkgevers vallen o.a. verruiming vrije ruimte WKR, vrijstelling thuiswerkkosten en aanpassing regeling omtrent aandelenoptierechten.

Tijdelijke verruiming vrije ruimte in verband met COVID-19

De werkkostenregeling (WKR) is de regeling in de loonbelasting voor de behandeling van vergoedingen en verstrekkingen die door de werkgever aan de werknemer worden gegeven in het kader van de dienstbetrekking. Via de vrije ruimte van de WKR kunnen werkgevers vergoedingen en verstrekkingen aan hun werknemers geven zonder dat deze belast worden. Werkgevers kunnen zelf bepalen in welke mate en voor welke vergoedingen en verstrekkingen zij de vrije ruimte willen benutten, voor zover dit gebruikelijk is.

Per 1 januari 2021 bedroeg de vrije ruimte per werkgever 1,7% van (kortgezegd) de fiscale loonsom tot en met € 400.000 plus 1,18% van het meerdere. In het kader van COVID-19 is goedgekeurd dat de vrije ruimte voor de eerste € 400.000 van de fiscale loonsom voor 2021 wordt verhoogd tot 3% (evenals voor 2020 het geval was). Deze toezegging wordt met het wetsvoorstel Belastingplan gecodificeerd.

Gerichte vrijstelling thuiswerkkosten

Als gevolg van COVID-19 is thuiswerken veel meer dan voorheen gebruikelijk geworden. Veel werkgevers hebben aangegeven een vergoeding aan de werknemer te willen geven voor de extra kosten verbonden aan het thuiswerken. Om deze reden wordt in het wetsvoorstel Belastingplan een gerichte vrijstelling in de werkkostenregeling voor de vergoeding van thuiswerkkosten geïntroduceerd. Zo wordt het mogelijk gemaakt een dergelijke vergoeding vrij van loonheffingen toe te kennen aan de werknemer.

Omvang vrijstelling

Voorgesteld wordt uit te gaan van een vrijstelling voor een forfaitair bedrag van maximaal € 2 per thuisgewerkte dag of deel daarvan. Voor de kosten verbonden aan het inrichten van een werkplek thuis bestaan al gerichte vrijstellingen. Deze bieden de werkgever ook nu al de mogelijkheid deze categorie kosten onder voorwaarden vrij van loonheffingen te vergoeden. Deze gerichte vrijstellingen zullen blijven bestaan.

Samenloop met reiskostenvergoeding

Voor eenzelfde werkdag kan niet tegelijkertijd de vrijstelling voor een thuiswerkkostenvergoeding en de vrijstelling voor een reiskostenvergoeding woon-werkverkeer naar de vaste werkplek van toepassing zijn. Als een werknemer een deel van de dag thuiswerkt en het andere deel op de vaste werkplek, kan dus maar een van beide vrijstellingen worden toegepast. Het is wel mogelijk dat op een dag waarop deels wordt thuisgewerkt en ook wordt gereisd naar een andere plek dan de vaste werkplek zowel de vrijstelling voor een thuiswerkvergoeding als de vrijstelling voor een reiskostenvergoeding wordt toegepast.

In de praktijk zullen werkgevers en werknemers afspraken maken over het aantal dagen waarop de werknemer thuis zal werken. Deze afspraken kunnen de basis vormen voor de vaststelling van de door de werkgever onbelast te vergoeden kosten voor zowel de reiskosten voor het woon-werkverkeer als de thuiswerkkostenvergoeding. Daarmee wordt voorkomen dat elke reisdag en/of thuiswerkdag afzonderlijk moet worden geadministreerd of moet worden gedeclareerd. Een incidentele afwijking van de afgesproken verhouding thuiswerken en werken op een vaste werkplek hoeft niet te leiden tot een aanpassing van de vaste vergoeding. Bij een meer structurele wijziging in de afspraken moet de vaste vergoeding wel worden aangepast.

Vastleggen afspraken

Als gebruik wordt gemaakt van de gerichte vrijstelling voor thuiswerkkosten dan dient (vormvrij) vastgelegd te worden voor welke dagen, dan wel voor hoeveel dagen op kalenderjaarbasis de vergoeding wordt verstrekt.

Aanpassing fiscale regeling aandelenoptierechten

Op basis van de huidige wetgeving worden aandelenoptierechten belast op het moment dat deze worden uitgeoefend. Met andere woorden, op het moment waarop de optierechten worden omgezet in aandelen. In het wetsvoorstel Wet aanpassing fiscale regeling aandelenoptierechten wordt voorgesteld het heffingsmoment van uitoefening van een aandelenoptierecht in beginsel te verschuiven naar het moment waarop de bij uitoefening van het aandelenoptierecht verkregen aandelen verhandelbaar zijn en er dus liquide middelen voorhanden kunnen zijn om de verschuldigde belastingen te voldoen. Tevens wordt een keuzeregeling geïntroduceerd. De werknemer kan er, onder voorwaarden, voor kiezen de heffing toch op het moment van uitoefening plaats te laten vinden. Doel van de regeling is het aantrekkelijker maken om aandelenoptierechten als loon te verstrekken.

Aanduiding moment verhandeling

Van het verhandelbaar zijn van de bij uitoefening van het aandelenoptierecht verkregen aandelen is sprake op het eerste moment waarop de werknemer de mogelijkheid heeft de bij uitoefening van het aandelenoptierecht verkregen aandelen te vervreemden. Bij een beursgenoteerde onderneming zal dit moment veelal gelijktijdig met het uitoefenen van het aandelenoptierecht plaatsvinden.

Waarde als loon meerekenen

In de situatie dat de bij uitoefening verkregen aandelen direct verhandelbaar zijn, wordt het aandelenoptierecht op dat moment in de heffing betrokken en wordt de waarde in het economische verkeer van de verkregen aandelen als loon in aanmerking genomen. Dit leidt tot eenzelfde uitwerking als het geval is onder de huidige regeling van heffing bij uitoefening. Wanneer de bij uitoefening verkregen aandelen nog niet direct verhandelbaar zijn, wordt het aandelenoptierecht in de heffing betrokken op het moment dat de aandelen wel verhandelbaar zijn. Als loon wordt dan in aanmerking genomen de waarde in het economische verkeer van de aandelen op dat moment van verhandelbaar worden. Om grondslaguitholling te voorkomen worden voordelen die in de tussentijd worden genoten uit de aandelen (bijvoorbeeld dividend) mede gerekend tot het loon ter zake van het aandelenoptierecht.

Uitstel van heffing max. 5 jaar

Om oneigenlijk gebruik en langdurig uitstel van heffing te voorkomen wordt een uitzondering gemaakt op het in de heffing betrekken van het aandelenoptierecht bij het verhandelbaar zijn van de bij uitoefening verkregen aandelen. Indien de werknemer de verkregen aandelen niet mag vervreemden als gevolg van een contractuele beperking, wordt het heffingsmoment tot maximaal vijf jaar na beursgang van de vennootschap waarin de aandelen worden gehouden dan wel indien deze vennootschap bij uitoefening van het aandelenoptierecht reeds beursgenoteerd is tot maximaal vijf jaar na uitoefening van het aandelenoptierecht uitgesteld. Na afloop van deze termijn worden de verkregen aandelen geacht verhandelbaar te zijn geworden en wordt het aandelenoptierecht op dat moment in de heffing betrokken waarbij het loon wordt gesteld op de waarde in het economische verkeer van de aandelen op dat moment.

Verder wordt een delegatiegrondslag ingevoerd om in specifieke situaties nadere regels te kunnen stellen met betrekking tot het niet, deels of geheel verhandelbaar worden van verkregen aandelen. Hierbij kan worden tegemoetgekomen aan situaties waarin het verhandelbaar worden van aandelen afhankelijk is van bepaalde onzekere factoren die grotendeels buiten de invloedsfeer van de betreffende werknemer liggen.

Voor wie geldt de maatregel?

De aanleiding voor de in te voeren maatregel ligt bij knelpunten die start-ups en scale-ups ervaren. Desalniettemin wordt de regeling als generieke maatregel ingevoerd voor elke inhoudingsplichtige die een werknemer een aandelenoptierecht aanbiedt. De voorgestelde regeling zal worden geëvalueerd binnen vijf jaar na inwerkingtreding.

Belastingplan 2022

Lees hier alle maatregelen uit het belastingplan 2022 die op Prinsjesdag 2021 zijn gepresenteerd.

Vragen?

Neem gerust contact op met Kim Dekkers, belastingadviseur, via e-mail of per telefoon op +31 (0)40 240 9429 of met een van onze specialisten die rechtsboven op deze pagina staan vermeld.