Prinsjesdag: maatregelen voor (vermogende) particulieren

maatregelen (vermogende) particulieren

Op Prinsjesdag is het pakket Belastingplan 2022 gepresenteerd. Wij hebben de belangrijkste maatregelen per thema voor u samengevat. Hierbij zetten wij de belangrijkste maatregelen voor (vermogende) particulieren voor u onder elkaar. Onder de Prinsjesdag maatregelen voor particulieren vallen o.a. verlaging tarief inkomstenbelasting en aanpassing heffingskorting en eigenwoningregeling.

Verlaging tarieven inkomstenbelasting en premies volksverzekeringen

Het tarief eerste schijf daalt ten opzichte van 2021 met 0,03%. De voorgestelde belastingtarieven zijn in onderstaande tabellen opgenomen.

Tabel: IB-tarieven voor belastingplichtigen jonger dan de AOW-leeftijd

2021 2022
Tarief schijf 1 37,10% 37,07%
Tarief schijf 2 49,50% 49,50%
Grens schijf 1 € 68.507 € 69.398

 

Tabel: IB-tarieven voor AOW-gerechtigden

2021 2022
Tarief schijf 1 19,20% 19,17%
Tarief schijf 2 37,10% 37,07%
Tarief schijf 3 49,50% 49,50%
Grens schijf 1 (geboren vanaf 1946) € 35.129 € 35.472

Grens schijf 1 (geboren voor 1946)

€ 35.941 € 36.409
Grens schijf 2 € 68.507 € 69.398

 

Aanpassing heffingskortingen

De algemene heffingskorting, de (alleenstaande) ouderenkorting en de arbeidskorting worden verhoogd. De inkomensafhankelijke combinatiekorting wordt verlaagd. Een overzicht van de heffingskortingen is in onderstaande tabel opgenomen.

Tabel: overzicht heffingskortingen

2021 2022
Algemene heffingskorting: maximaal * € 2.837 € 2.874
Algemene heffingskorting: afbouwpunt € 21.043 € 21.317
Algemene heffingskorting: afbouwpercentage * 5,977% 5,977%
Arbeidskorting: bedrag grens 1 * € 463 € 470
Arbeidskorting: bedrag grens 2 * € 3.837 € 3.887
Arbeidskorting: bedrag grens 3 * € 4.205 € 4.260
Arbeidskorting: bedrag grens 4 € 0 € 0
Arbeidskorting: afbouwpunt ** € 35.652 € 36.649
Arbeidskorting: afbouwpercentage * -6,00% -5,86%
Inkomensafhankelijke combinatiekorting: maximaal € 2.815 € 2.534
Inkomensafhankelijke combinatiekorting: inkomensgrens € 5.153 € 5.219
Inkomensafhankelijke combinatiekorting: opbouwpercentage 11,45% 11,45%
Jonggehandicaptenkorting € 761 € 771
Ouderenkorting: maximaal € 1.703 € 1.726
Ouderenkorting: afbouwpunt € 37.970 € 38.464
Ouderenkorting: afbouwpercentage – 15% – 15%
Alleenstaande ouderenkorting € 443 € 449

*voor AOW-gerechtigden gelden lagere maxima en afbouw

**Het afbouwpunt van de arbeidskorting is gekoppeld aan het wettelijk minimumloon (wml) en is pas definitief na vaststelling van het wml in november 2021

Uitzondering fiscaal partnerbegrip voor toepassing inkomensafhankelijke combinatiekorting (IACK)

Aan toepassing van de IACK is onder andere de voorwaarde verbonden dat de belastingplichtige geen partner heeft, dan wel een partner heeft met een hoger arbeidsinkomen. Een persoon die geen inwoner van Nederland en geen kwalificerende buitenlandse belastingplichtige is, wordt niet aangemerkt als fiscaal partner.

Hierdoor kunnen bepaalde belastingplichtigen met een in het buitenland woonachtige partner die geen kwalificerende buitenlandse belastingplichtige is wel recht hebben op de IACK terwijl bepaalde belastingplichtigen met een partner die binnenlandse belastingplichtige of kwalificerende buitenlandse belastingplichtige is en die verder in gelijke gezinsomstandigheden verkeren hier geen recht hebben.

Voorbeeld 1Een inwoner van België werkt in Nederland en is in Nederland buitenlands belastingplichtige. Hij woont samen met zijn niet-werkende echtgenoot en kind jonger dan twaalf jaar in België. De niet-werkende in België woonachtige echtgenoot is uitgesloten van het fiscaal partnerschap. De in Nederland werkzame buitenlandse belastingplichtige kan recht hebben op de IACK omdat hij voldoet aan de voorwaarde dat hij (fiscaal gezien) geen partner heeft.

Voorbeeld 2: Een binnenlandse belastingplichtige die in Nederland werkt en samen met zijn niet-werkende echtgenoot en kind onder de 12 jaar in Nederland woont, heeft geen recht op de IACK. De niet-werkende in Nederland woonachtige echtgenoot kwalificeert in dit geval wel als fiscaal partner en daarom wordt niet voldaan aan de voorwaarde dat de belastingplichtige een lager arbeidsinkomen heeft dan zijn partner.

Voorgesteld wordt om de uitzondering op het fiscale partnerbegrip voor de persoon die geen inwoner van Nederland en geen kwalificerende buitenlandse belastingplichtige is, niet te laten gelden voor de IACK. De behandeling van belastingplichtigen met een in het buitenland woonachtige partner die geen kwalificerende buitenlandse belastingplichtige wordt hiermee voor wat betreft de IACK gelijkgetrokken met de behandeling van belastingplichtigen met een partner die binnenlandse belastingplichtige of kwalificerende buitenlandse belastingplichtige is.

Aanpassing eigenwoningregeling in partnerschapssituaties en bij overlijden

Wanneer fiscale partners samen een woning kopen en één van hen al een eigenwoningverleden heeft, kunnen er complexe fiscale gevolgen optreden. Om toepassing van de bijleenregeling en de aflossingsstand in partnerschapssituaties rechtvaardiger te maken en onbedoelde renteaftrekbeperkingen te voorkomen worden in het wetsvoorstel Overige fiscale maatregelen verschillende wetswijzigingen in de eigenwoningregeling voorgesteld. Verder wordt de eigenwoningregeling in situaties van overlijden eenvoudiger gemaakt en wordt een achterblijvende partner niet onnodig geconfronteerd met het eigenwoningverleden van de overleden fiscale partner.

Overgang van de eigenwoningreserve, een aflossingsstand en een bestaande eigenwoningschuld van de ene aan de andere fiscale partner:

  1. Alleen voor gehuwden in algehele gemeenschap van goederen

Een eigenwoningreserve die al bestond vóór huwelijk of vóór boedelmenging als gevolg van het wijzigen van huwelijkse voorwaarden gaat alleen bij een huwelijk in algehele gemeenschap van goederen voor de helft over op de echtgenoot.

  1. Voor gehuwden en ongehuwden

Er wordt een drietal maatregelen voorgesteld om niet-beoogde renteaftrekbeperkingen te voorkomen. De drie maatregelen betreffen de eigenwoningreserve, de aflossingsstand en de bestaande eigenwoningschuld (de schuld die onder het overgangsrecht voor schulden van vóór 2013 valt) en komen er feitelijk op neer dat deze drie aspecten op gezamenlijk niveau moeten worden beoordeeld. De drie maatregelen zullen los van elkaar toepasbaar zijn.

  1. Voor gehuwden in geval van boedelmenging

De overgang naar de fiscale partner van een aflossingsstand naar rato van de gerechtigdheid tot de huwelijksgemeenschap vervalt. Een aflossingsstand blijft van de partner bij wie deze is ontstaan. De aanwezigheid van een huwelijksgemeenschap is derhalve niet langer bepalend voor de overgang van een aflossingsstand.

Indien in de oversluitperiode door het aangaan van een huwelijk of door het wijzigen van huwelijkse voorwaarden boedelmenging plaatsvindt wordt het overgangsrecht niet langer naar rato van de gerechtigdheid tot de huwelijksgemeenschap verdeeld. Een verplichte toepassing van het overgangsrecht wordt zo voorkomen.

Overgang van de eigenwoningreserve, een aflossingsstand en een bestaande eigenwoningschuld bij overlijden aan de langstlevende partner (gehuwd en ongehuwd)

Het overlijden van een belastingplichtige leidt altijd tot een vervreemding van de eigen woning voor het deel van de belastingplichtige.

  • Bij overlijden ontstaat derhalve een eigenwoningreserve, maar deze vervalt samen met een eventueel al bestaande eigenwoningreserve van rechtswege vanwege het overlijden. Een eigenwoningreserve gaat bij overlijden dus niet over op de langstlevende partner (of een andere belastingplichtige).
  • Bij overlijden ontstaat derhalve een aflossingsstand, maar deze vervalt samen met eventueel al bestaande aflossingsstanden van rechtswege vanwege het overlijden. Een aflossingstand gaat bij overlijden dus niet over op de langstlevende partner (of een andere belastingplichtige).
  • Het overgaan van het recht op toepassing van het overgangsrecht bij overlijden op de langstlevende partner in de oversluitperiode wordt niet langer dwingend voorgeschreven. Zodoende wordt een verplichte toepassing van het overgangsrecht voorkomen.

 

Verduidelijking berekeningswijze jaarlijkse herijking van rendementspercentages box 3

Per 1 januari 2017 is het box 3 stelsel herzien. Onderdeel van deze herziening is een jaarlijkse herijking van de rendementspercentages in box 3. Omdat de berekeningswijzen voor de herijking van de percentages als onduidelijk kunnen worden ervaren, wordt voorgesteld de berekeningswijzen in formulevorm in de wettekst op te nemen. Hiermee wordt beoogd zonder mogelijkheid tot misverstanden of misinterpretaties te laten zien hoe de berekeningen worden uitgevoerd.

Belastingplan 2022

Lees hier alle maatregelen uit het belastingplan 2022 die op Prinsjesdag 2021 zijn gepresenteerd.

Vragen?

Neem gerust contact op met Kim Dekkers, belastingadviseur, via e-mail of per telefoon op +31 (0)40 240 9429 of met een van onze specialisten die rechtsboven op deze pagina staan vermeld.