Prinsjesdag: maatregelen voor (vermogende) particulieren

maatregelen (vermogende) particulieren

Op Prinsjesdag is het pakket Belastingplan 2021 van kabinet Rutte III gepresenteerd. Dit jaar bestaat het belastingpakket uit acht wetsvoorstellen. Benieuwd naar de gevolgen van het belastingpakket voor uw situatie? Wij hebben de belangrijkste maatregelen per thema voor u samengevat. Hierbij zetten wij de belangrijkste maatregelen voor (vermogende) particulieren voor u onder elkaar, ofwel: Prinsjesdag maatregelen particulieren.

Verlaging tarieven inkomstenbelasting en premies volksverzekeringen

Het tarief eerste schijf daalt ten opzichte van 2020 met 0,25%.

De voorgestelde belastingtarieven zijn in onderstaande tabellen opgenomen.

Tabel: IB-tarieven voor belastingplichtigen jonger dan de AOW-leeftijd

 

2020 2021
Tarief schijf 1 37,35% 37,10%
Tarief schijf 2 49,50% 49,50%
Grens schijf 1 € 68.507 € 68.507

 

Tabel: IB-tarieven voor AOW-gerechtigden

 

2020 2021
Tarief schijf 1 19,45% 19,20%
Tarief schijf 2 37,35% 37,10%
Tarief schijf 3 49,50% 49,50%
Grens schijf 1 (geboren vanaf 1946) € 34.712 € 35.129
Grens schijf 1

(geboren voor 1946)

€ 35.375 € 35.941
Grens schijf 2 € 68.507 € 68.507

 

Aanpassing heffingskortingen

De algemene heffingskorting, de ouderenkorting en de arbeidskorting worden verhoogd. De  verhoging van de arbeidskorting was voorzien voor 2022 maar wordt een jaar naar voren gehaald. De inkomensafhankelijke combinatiekorting daalt in 2021, maar zal in 2022 weer toenemen.

Een overzicht van de heffingskortingen is in onderstaande tabel opgenomen.

Tabel: overzicht heffingskortingen

2020 2021
Algemene heffingskorting: maximaal * € 2.711 € 2.837
Algemene heffingskorting: afbouwpunt € 20.711 € 21.043
Algemene heffingskorting: afbouwpercentage * 5,672% 5,977%
Arbeidskorting: bedrag grens 1 * € 279 € 463
Arbeidskorting: bedrag grens 2 * € 3.595 € 3.837
Arbeidskorting: bedrag grens 3 * € 3.819 € 4.205
Arbeidskorting: bedrag grens 4 € 0 € 0
Arbeidskorting: afbouwpunt € 34.954 € 35.652
Arbeidskorting: afbouwpercentage * -6,00% -6,00%
Inkomensafhankelijke combinatiekorting: maximaal € 2.881 € 2.815
Inkomensafhankelijke combinatiekorting: inkomensgrens € 5.072 € 5.153
Inkomensafhankelijke combinatiekorting: opbouwpercentage 11,45% 11,45%
Jonggehandicaptenkorting € 749 € 761
Ouderenkorting: maximaal € 1.622 € 1.703
Ouderenkorting: afbouwpunt € 37.372 € 37.970
Ouderenkorting: afbouwpercentage – 15% – 15%
Alleenstaande ouderenkorting € 436 € 443

*voor AOW-gerechtigden gelden lagere maxima en afbouw

Wetsvoorstel Wet aanpassing box 3

Onderdeel van het pakket Belastingplan 2021 is het wetsvoorstel Wet aanpassing box 3. Met dit wetsvoorstel wordt de vermogensrendementsheffing in box 3 aangepast zodat met ingang van 2021 met name de belastingdruk op kleinere vermogens in box 3 daalt. De volgende maatregelen worden voorgesteld.

  • Verhoging heffingsvrije vermogen

Het heffingsvrije vermogen wordt verhoogd van € 30.846 (2020) naar € 50.000 (2021). Voor fiscale partners wordt het heffingsvrije vermogen verhoogd van € 61.692 (2020) naar € 100.000 (2021).

  • Vaststelling schijfgrenzen

De schijfgrenzen worden opnieuw vastgesteld. De tweede schijf begint bij een box 3-vermogen van € 100.000 en de derde schijf bij een vermogen van € 1.000.000.

  • Verhoging tarief
    Het belastingtarief in box 3 wordt verhoogd naar 31%.

De grondslag sparen en beleggen in box 3 is van belang voor diverse inkomens- en vermogensafhankelijke regelingen, zoals toeslagen of een eigen bijdrage aan een zorginstelling. Zonder nadere maatregelen werkt een aanpassing van het heffingsvrije vermogen, en daarmee de omvang van de grondslag sparen en beleggen, door in deze regelingen met als gevolg dat meer betrokkenen in aanmerking komen voor (hogere) inkomensafhankelijke tegemoetkomingen. Dit acht het kabinet niet wenselijk. Het wetsvoorstel bevat daarom tevens maatregelen om doorwerking van de verhoging van het heffingsvrije vermogen in box 3 naar de vermogenstoetsen voor inkomens- en vermogensafhankelijke regelingen en naar eigen bijdragen in het zorgdomein op basis van het vermogen te voorkomen.

Het uiteindelijke doel voor het huidige kabinet is het belasten van het werkelijke rendement. Omdat dit doel op korte termijn niet is te realiseren, is gekozen voor de hiervoor beschreven maatregelen om toch een groot deel van de spaarders op korte termijn tegemoet te komen.

Reparatie niet-beoogde wijziging eigenwoningforfait uitzendregeling

De uitzendregeling is van toepassing op belastingplichtigen die ten minste één jaar een eigen woning hebben gehad en daarna tijdelijk ergens anders zijn gaan wonen (bijvoorbeeld ingeval van uitzending naar het buitenland). Op verzoek van de belastingplichtige blijft de woning aangemerkt als eigen woning. De hypotheekrente blijft dan aftrekbaar, maar ook het eigenwoningforfait moet worden aangegeven. In het Belastingplan 2019 is voor 2021 en 2023 een stapsgewijze verlaging van het eigenwoningforfait opgenomen. Deze wijziging werkt door naar de uitzendregeling. Er komt een technische aanpassing omdat deze doorwerking niet was bedoeld.

Belastingplan 2021

Lees hier alle maatregelen uit het belastingplan 2021 die door kabinet Rutte III op Prinsjesdag 2020 zijn gepresenteerd.

Vragen?

Neem gerust contact op met Kim Dekkers, belastingadviseur, via e-mail of per telefoon op +31 (0)40 240 9429 of met een van onze specialisten die rechtsboven op deze pagina staan vermeld.