Prinsjesdag: maatregelen ondernemingen

prinsjesdag maatregelen belastingplan ondernemingen

Op Prinsjesdag is het pakket Belastingplan 2022 gepresenteerd. Wij hebben de belangrijkste maatregelen per thema voor u samengevat. Hierbij zetten wij de belangrijkste maatregelen voor ondernemingen onder elkaar. Onder de Prinsjesdag maatregelen voor ondernemingen vallen o.a. vrijstelling subsidies voor belastingheffing en verhoging percentages Milieu-investeringsaftrek.

Vrijstelling Subsidie vaste lasten en Subsidie financiering vaste lasten startende MKB-ondernemingen

De Regeling subsidie financiering vaste lasten MKB COVID-19 en haar opvolger de Regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (Subsidie vaste lasten) bieden door de coronacrisis getroffen ondernemingen onder voorwaarden een tegemoetkoming voor hun vaste lasten. In beginsel behoren deze vergoedingen tot de belastbare winst. Met het wetsvoorstel Belastingplan wordt bewerkstelligd dat de vergoedingen worden vrijgesteld van de heffing van inkomsten- of vennootschapsbelasting.

Verlenging geldigheidsduur gebruikelijkloonregeling innovatieve start-ups

Met ingang van 2017 is de gebruikelijkloonregeling versoepeld voor innovatieve start-ups. Het doel was en is innovatieve start-ups te stimuleren door een verbetering van hun liquiditeitspositie. Voor de toepassing van de gebruikelijkloonregeling mag het belastbare loon van de directeur grootaandeelhouder van een innovatieve start-up worden vastgesteld op het wettelijk minimumloon.

De versoepeling zou per 1 januari 2022 vervallen, tenzij de maatregel voor die datum positief wordt geëvalueerd. Omdat de evaluatie nog niet is afgerond wordt de vervaldatum met een jaar opgeschoven naar 1 januari 2023. De regeling komt zodoende per 1 januari 2023 te vervallen, tenzij de regeling positief wordt geëvalueerd.

Verhogen steunpercentages in de Milieu-investeringsaftrek (MIA)

De MIA is bedoeld om de keuze van voorgenomen bedrijfsinvesteringen te beïnvloeden richting innovatieve milieuvriendelijke bedrijfsmiddelen. Door de extra aftrekmogelijkheid wordt de fiscale winst verlaagd, waardoor minder belasting is verschuldigd. De MIA draagt er aan bij dat investeringen in innovatieve en milieuvriendelijke bedrijfsmiddelen rendabeler worden. Voorgesteld wordt om de steunpercentages van de MIA te verhogen van 13,5%, 27% en 36% naar respectievelijk 27%, 36% en 45%.

Beperking verrekening voorheffingen met vennootschapsbelasting

Op Prinsjesdag 2020 werd al aangekondigd dat de verrekening van dividendbelasting en naar prijzen van kansspelen geheven kansspelbelasting met de vennootschapsbelasting per 1 januari 2022 zou worden beperkt. Reden hiervoor was de mogelijke strijdigheid van de huidige verrekeningsmogelijkheden met het Europese recht.

Verrekening dividend- en kansspelbelasting

Belastingplichtigen in de vennootschapsbelasting kunnen in beginsel de van hen geheven dividendbelasting en van hen geheven kansspelbelasting, betrekking hebbende op bestanddelen van de winst en van het Nederlandse inkomen, als voorheffing met de vennootschapsbelasting verrekenen. Ook als in een jaar de berekening van de verschuldigde vennootschapsbelasting niet leidt tot een positief bedrag kunnen effectief de geheven dividendbelasting en kansspelbelasting worden teruggevraagd. In het buitenland gevestigde lichamen die niet belastingplichtig zijn voor de vennootschapsbelasting, maar die zich overigens in een vergelijkbare positieve bevinden als vennootschapsbelastingplichtige lichamen, hebben deze mogelijkheid niet.

Voorstel tot beperking in verrekening voorheffing

Het Europese Hof van Justitie heeft inmiddels in de Franse zaak Sofina beslist dat Frankrijk in strijd handelt met het Europese recht doordat verlieslatende buitenlandse vennootschappen Franse dividendbelasting moeten betalen over dividenden die ze ontvangen uit investeringen in vennootschappen die in Frankrijk zijn gevestigd. In Frankrijk gevestigde verlieslatende vennootschappen betalen geen of pas later belasting over dividenden ontvangen uit dergelijke investeringen.

Gezien de vergelijkbaarheid van het Nederlandse systeem met het Franse systeem bestaat het reële risico dat het Europese Hof van Justitie ten aanzien van de Nederlandse belastingwetgeving tot dezelfde conclusie komt als ten aanzien van de Franse belastingwetgeving. Om die reden wordt voorgesteld om de mogelijkheden voor verrekening van dividendbelasting en kansspelbelasting (voorheffingen) met de vennootschapsbelasting voor belastingplichtigen (temporeel) te beperken met ingang van 1 januari 2022.

Doelgroep en omvang beperking

Op basis van de voorgestelde maatregel zal verrekening van voorheffingen gelimiteerd zijn tot het bedrag aan te betalen vennootschapsbelasting voordat rekening is gehouden met de verrekening van voorheffingen. Dit geldt voor alle lichamen die belastingplichtig zijn voor de vennootschapsbelasting. Kort gezegd zal de verrekening van voorheffingen uitsluitend worden beperkt ten aanzien van belastingplichtigen die:

  1. zich niet in een positie bevinden waarin vennootschapsbelasting verschuldigd is doordat die belastingplichtigen verlieslatend zijn of recht hebben op wettelijke verminderingen of voorkoming van dubbele belasting; of
  2. zich weliswaar in een positie bevinden waarin vennootschapsbelasting is verschuldigd, maar dit bedrag lager is dan het bedrag aan geheven voorheffingen; en
  3. kansspelbelasting betalen omdat als onderdeel van de ondernemingsactiviteiten een kansspel is gewonnen; of
  4. een aandelenbelang bezitten van minder dan 5% in een in Nederland gevestigd lichaam dat inhoudingsplichtig is voor de dividendbelasting.

 

Doorschuiven niet verrekende bedrag

Het in een jaar niet voor verrekening in aanmerking komende bedrag kan worden overgebracht naar een later jaar. Aan de voortwenteling van deze niet-verrekende voorheffingen wordt geen termijn gesteld. Het bedrag aan niet-verrekende voorheffingen kan dus onbeperkt worden doorgeschoven naar toekomstige jaren en in die jaren worden verrekend voor zover er voldoende vennootschapsbelasting is verschuldigd.

In een jaar waarin de belastingplichtige wel vennootschapsbelasting is verschuldigd, worden eerst de in dat jaar geheven voorheffingen verrekend. Als er na die verrekening nog een bedrag aan te betalen vennootschapsbelasting resteert, worden de voorheffingen die in voorgaande jaren niet zijn verrekend, verrekend met dit resterende bedrag aan te betalen vennootschapsbelasting.

De voortwenteling is slechts mogelijk indien het bedrag aan voort te wentelen voorheffingen dor de inspecteur is vastgesteld bij voor bezwaar vatbare beschikking. De inspecteur dient deze zogenoemde voorheffingenbeschikking gelijktijdig met de aanslag van dat jaar op te leggen. Elk jaar wordt dus bij beschikking vastgesteld welk totaalbedrag aan voorheffingen in het volgende jaar nog beschikbaar is voor verrekening met verschuldigde vennootschapsbelasting over dat jaar.

Naast deze maatregel zijn in het wetsvoorstel Belastingplan een aantal aanvullende bepalingen opgenomen die noodzakelijk zijn om de samenloop van deze maatregel met de bestaande reorganisatiefaciliteiten en het fiscale eenheidsregime in de vennootschapsbelasting te regelen.

Belastingplan 2022

Lees hier alle maatregelen uit het belastingplan 2022 die op Prinsjesdag 2021 zijn gepresenteerd.

Vragen?

Neem gerust contact op met Kim Dekkers, belastingadviseur, via e-mail of per telefoon op +31 (0)40 240 9429 of met een van onze specialisten die rechtsboven op deze pagina staan vermeld.