Prinsjesdag: maatregelen btw & overdrachtsbelasting

maatregelen btw belastingplan 2020

Dinsdag 18 september 2019 was een bijzondere dag: Prinsjesdag. Op deze derde dinsdag van september is het belastingplan 2020 van kabinet Rutte III gepresenteerd. Dit jaar bestaat het belastingpakket uit zes wetsvoorstellen. Hierbij zetten wij de belangrijkste maatregelen btw en overdrachtsbelasting voor u onder elkaar.

Verhoging tarief overdrachtsbelasting voor niet-woningen

Het tarief van de overdrachtsbelasting voor niet-woningen wordt met ingang van 1 januari 2021 verhoogd met 1%-punt. Het tarief gaat hierdoor van 6% naar 7%. Voor woningen blijft het verlaagde tarief van 2% van toepassing. De verwachting is dat het aantal vragen en procedures over het onderscheid tussen woningen en niet-woningen hierdoor zal toenemen.

‘Btw quick fixes’ ter vereenvoudiging van het internationale handelsverkeer

De btw-regelgeving omtrent grensoverschrijdende handel binnen de EU zal worden geharmoniseerd en vereenvoudigd. Het gaat hierbij om de volgende vier wijzigingen.

I. Voorraad op afroep

Een ondernemer kan goederen van de ene naar de andere EU-lidstaat verplaatsen om deze goederen in dat land op voorraad te hebben. Tot op heden moest de ondernemer zich hiervoor in die andere lidstaat voor de btw meestal registreren en btw-aangiften indienen voor de overbrenging van de voorraad naar die lidstaat. Met de invoering van de nieuwe regeling is dat onder voorwaarden niet meer nodig.

De nieuwe regeling heeft tot gevolg dat de leverancier zich niet hoeft te registreren en geen btw-aangifte hoeft te doen in de EU-lidstaat van de afnemer. De belangrijkste voorwaarde is dat voorafgaand aan de overbrenging vaststaat wie de afnemer is van de goederen. Zodra de afnemer de goederen uit de voorraad neemt, is voor de btw-heffing een intracommunautaire levering.

II. Ketentransacties

Een ketentransactie is een opeenvolgende levering tussen meerdere ondernemers van dezelfde goederen, waarbij één intracommunautair goederentransport van de ene naar de andere EU-lidstaat plaatsvindt. In de praktijk blijkt het lastig vast te stellen in welke schakel van een ketentransactie de intracommunautaire levering plaatsvindt. Door of in opdracht van welke partij wordt het vervoer van de goederen naar een andere lidstaat geregeld? Dit leidde vaak tot dubbele heffing of niet heffing van btw in de diverse EU-lidstaten. De btw-regeling voor dergelijke ketentransacties wordt geharmoniseerd.

De nieuwe regels bepalen aan welke partij in de keten het intracommunautaire vervoer moet worden toegerekend. Hiermee wordt beoogd om onduidelijkheden over het intracommunautaire vervoer van de goederen weg te nemen en de heffing van btw over de levering van de goederen in diverse EU-lidstaten eenduidig te laten verlopen.

III. Bewijs van intracommunautair goederenvervoer en toepassing van het btw-nultarief

Een van de voorwaarden voor de toepassing van het btw-nultarief op intracommunautaire leveringen is dat de goederen vanuit de ene naar de andere lidstaat worden verzonden of vervoerd. De wijze van toetsing of dit vervoer heeft plaatsgevonden, verschilt per lidstaat. Daarom wordt dit geharmoniseerd door middel van (weerlegbare) bewijsvermoedens die nader zijn vermeld in een Europese uitvoeringsverordening. Bij twee niet-tegenstrijdige bewijsstukken wordt geacht dat goederen vanuit de lidstaat van levering zijn verzonden of vervoerd naar een andere lidstaat. Met deze praktische regeling wordt beoogd om de moeilijkheden en onzekerheden weg te nemen voor bedrijven, maar ook waarborgen te bieden voor belastingdiensten.

IV. Btw-identificatienummer bij toepassing nultarief

Het vermelden van een juist btw-identificatienummer en het indienen van een juiste opgaaf ICP worden opgenomen als materiële vereisten voor de toepassing van het nultarief op intracommunautaire leveringen. Hierdoor vervalt het recht op toepassing van het nultarief, indien niet aan deze voorwaarden is voldaan. Wordt geen geldig btw-identificatienummer op de factuur vermeld en is geen sprake van een juiste opgaaf ICP, dan is het nultarief op deze levering niet van toepassing.

Zie ook ons eerdere nieuwsbericht over dit onderwerp.

Verlaagd btw-tarief voor elektronische uitgaven

Het verlaagde btw-tarief van 9% gaat ook gelden voor elektronische uitgaven, zoals e-books, digitale kranten en voor langs elektronische weg geleverde audioboeken. Het verlaagde btw-tarief geldt alleen voor elektronische uitgaven, als deze vergelijkbaar zijn met uitgaven op fysieke dragers waarop het verlaagde btw-tarief van toepassing zou zijn. Dit betekent dat het voor de btw-behandeling niet meer uitmaakt of bijvoorbeeld een boek op papier wordt geleverd of via elektronische weg wordt aangeboden. Verder wordt ook het verlenen van toegang tot nieuwswebsites (zoals webpagina’s van dagbladen, weekbladen en tijdschriften) onder het verlaagde btw-tarief gebracht.

Voorwaarde voor toepassing van het verlaagde btw-tarief is dat de elektronische uitgaven of de nieuwswebsites niet uitsluitend of hoofdzakelijk mogen bestaan uit reclamemateriaal, of uit video-inhoud of beluisterbare muziek.

Belastingplan 2020

Lees hier alle maatregelen uit het belastingplan 2020 die door kabinet Rutte III op Prinsjesdag 2019 zijn gepresenteerd.

Vragen?

Neem gerust contact op met Patrick van den Heuvel, belastingadviseur, per e-mail of telefoon op +31 (0)40 240 9537, of met een van onze specialisten die rechtsboven op deze pagina staan vermeld.