Verkeersbord handhaving

Openbaarmaking handhavingsbeleid Wet DBA

 

Naar aanleiding van een Wob-verzoek is onlangs het interne beleid van de Belastingdienst gepubliceerd met betrekking tot de handhaving van de Wet DBA tijdens de implementatieperiode. Het betreft hier een tweetal geactualiseerde memo’s uit januari 2017, namelijk “Bronbeoordeling implementatiefase DBA” en “DBA en Toezicht Loonheffingen voor controlemedewerkers en klantcoördinatoren”.

Enkele punten uit de betreffende memo’s:

  • Het is mogelijk om een modelovereenkomst ter beoordeling voor te leggen aan de Belastingdienst. Er wordt opgemerkt dat geen uitspraak wordt gedaan over het bronkarakter bij de zzp’er voor de inkomstenbelasting. De beoordeling betreft enkel de vraag of buiten (fictieve) dienstbetrekking wordt gewerkt.
  • Wanneer bij de zzp’er geen sprake is van winst uit onderneming zal de bron van inkomen worden gecorrigeerd in resultaat uit overige werkzaamheden. Dit houdt doorgaans in dat de ondernemersfaciliteiten worden gecorrigeerd.
  • In verband met de verlenging van de implementatietermijn tot 1 januari 2018 schort de Belastingdienst de handhaving van de Wet DBA op: dit betekent voor de loonheffingen dat geen correctieverplichtingen, naheffingsaanslagen en boetes worden opgelegd.
  • Het toezicht tijdens de implementatiefase beperkt zich tot het geven van voorlichting en het bieden van een helpende hand bij de implementatie van de Wet DBA. De Belastingdienst vervult hierbij een coachende rol. Er wordt vervolgens van uitgegaan dat de inhoudingsplichtige de aanwijzingen opvolgt. Als de inhoudingsplichtige, na herhaalde aanwijzingen, weigert aanpassingen te doen en ook geen loonheffingen afdraagt, dan ontstaat mogelijk evidente kwaadwillendheid.
  • Voor evident kwaadwillenden voert de Belastingdienst wel per direct een repressief handhavingsbeleid. In het Handboek Loonheffingen is inmiddels een definitie van het begrip kwaadwillenden opgenomen.
  • De Stuurgroep DBA beslist of sprake is van mogelijk evident kwaadwillenden. Er worden richtlijnen gegeven aan de vaktechnische lijn om bepaalde situaties voor te leggen alvorens een naheffingsaanslag wordt opgelegd.
  • Het opleggen van een correctieverplichting of naheffingsaanslag over de periode 1 mei 2016 is mogelijk wanneer in de periode vóór 1 mei 2016 al een (fictieve) dienstbetrekking bestond en de zzp’er geen VAR-wuo of VAR-dga had.

Heeft u nog vragen over dit onderwerp? Neem dan contact op met ons.