Ook vrijstelling overdrachtsbelasting bij bedrijfsopvolging vastgoed-bv

De verkrijging van aandelen in een vastgoed-bv leidt in beginsel tot heffing van overdrachtsbelasting over de waarde van de onroerende zaken van die bv. Op 30 november 2018 heeft de Hoge Raad in twee zaken bevestigd dat de bedrijfsopvolgingsvrijstelling in de overdrachtsbelasting ook kan worden toegepast bij de verkrijging van aandelen in een vastgoed-bv.

Bedrijfsopvolgingsvrijstelling overdrachtsbelasting

In de overdrachtsbelasting is een vrijstelling opgenomen voor bepaalde familieleden die onroerende zaken verkrijgen in het kader van de overdracht van de onderneming die wordt voortgezet door die familieleden. Volgens de Belastingdienst kan deze vrijstelling alleen worden toegepast op een in privé gedreven onderneming, zoals een eenmanszaak of een vennootschap onder firma.

Arresten Hoge Raad

In de arresten van 30 november 2018 speelt de vraag of de bedrijfsopvolgingsvrijstelling ook kan worden toegepast op de verkrijging van aandelen in een vastgoed-bv die de onroerende zaken houdt. De belastingplichtige is van mening dat het niet mag uitmaken of de onderneming wordt gedreven in privé of door een bv en wijst hierbij op de zogenoemde ‘doorkijkarresten’ uit 2007 en 2011. In de doorkijkarresten heeft de Hoge Raad geoordeeld dat indien de directe verkrijging van onroerende zaken niet is belast met overdrachtsbelasting, de indirecte verkrijging van onroerende zaken via aandelen in een vastgoed-bv niet moet leiden tot overdrachtsbelasting.

De Hoge Raad geeft de belastingplichtige gelijk: de doorkijkbenadering geldt ook voor de bedrijfsopvolgingsvrijstelling. Deze vrijstelling  kan dus van toepassing zijn op de verkrijging van aandelen in een vastgoed-bv.

Belang voor de praktijk

Voor de praktijk kunnen deze arresten van groot belang zijn. Bij de overdracht van aandelen in een vastgoed-bv kan onder voorwaarden een beroep worden gedaan op de bedrijfsopvolgingsvrijstelling in de overdrachtsbelasting. Een van de belangrijkste eisen is dat de vastgoed-bv moet kwalificeren als materiële onderneming. Bij exploitatie van onroerende zaken geldt in dat verband dat de te verrichten of verrichte arbeid met betrekking tot het vastgoed naar aard en omvang meer moet omvatten dan bij normaal vermogensbeheer gebruikelijk is (arbeid-plus), met als doel het behalen van een rendement dat het bij normaal vermogensbeheer opkomende rendement te boven gaat (rendement-plus). Hiervoor is bijvoorbeeld niet voldoende dat sprake is van een omvangrijke vastgoedportefeuille.

Of sprake is van een materiële onderneming bij een vastgoed-bv vormt vaak een bron van discussie met de Belastingdienst. Deze discussie speelt eveneens bij de toepassing van de bedrijfsopvolgingsregeling in de schenk- en erfbelasting. Laat u dus goed informeren over de mogelijkheden.

Wilt u meer weten over overdrachtsbelasting bij bedrijfsopvolging? Neem dan contact op met onze belastingadviseurs.