Werkgever prinsjesdag

Maatregelen werkgever

 

Wij hebben de meest relevante voorstellen betreffende werkgevers voor u op een rij gezet. Gisteren is de miljoenennota gepresenteerd. Onderstaande maatregelen komen uit het Belastingplan 2018 en aanvullende wetsvoorstellen.

Minder heffingskortingen voor buitenlandse werknemer?

In de stukken van Prinsjesdag is voorgesteld om per 2019 de regels aan te passen die in de loonaangifte gelden voor de toepassing van heffingskortingen bij buitenlandse werknemers. Onder de huidige wetgeving zijn de via de loonheffing verleende heffingskortingen voor een groep buitenlands belastingplichtigen hoger dan de heffingskortingen waarop zij in de inkomstenbelasting recht op hebben. Het teveel verrekende bedrag moeten zij dan via de inkomstenbelasting terugbetalen. Daarom wordt voorgesteld om via de loonheffing bij buitenlands belastingplichtigen:

  • Die wonen in de EU/EER/Zwitserland/BES-eilanden, alleen rekening te houden met het belastingdeel van de arbeidskorting;
  • Die woonachtig zijn buiten de EU/EER/Zwitserland/BES-eilanden helemaal geen rekening te houden met heffingskortingen.

Let op! Deze aanpassingen treden pas in werking met ingang van 2019.

Mededeling S&O-verklaring mag per 2018 in één keer per jaar

Per 2018 hoeven organisaties nog maar één keer per jaar een mededeling aan het ministerie te doen. Een inhoudingsplichtige moet op dit moment per afgegeven S&O-verklaring een mededeling aan de Minister van Economische Zaken doen. De mededeling betreft uitsluitend het in het betreffende kalenderjaar aan speur- en ontwikkelingswerk (S&O) bestede uren en gerealiseerde kosten en uitgaven. Het kabinet stelt voor dat een inhoudingsplichtige geen mededeling meer hoeft te doen per S&O-verklaring afzonderlijk. De mededelingen over alle in een kalenderjaar afgegeven S&O-verklaringen kunnen gezamenlijk worden gedaan.

Einde fictieve dienstbetrekking niet-uitvoerende bestuurder

De fictieve dienstbetrekking wordt afgeschaft voor niet-uitvoerende bestuurders van een beursgenoteerde vennootschap. Op dit moment zijn niet-uitvoerende bestuurders van een beursgenoteerde vennootschap fictief in dienstbetrekking. Het kabinet stelt voor dit af te schaffen. Dit heeft tot gevolg dat de beursgenoteerde vennootschap waar de niet-uitvoerende bestuurder werkt, deze bestuurder niet meer hoeft op te nemen in de loonadministratie. Voor andere bestuurders wijzigt er overigens niets ten aanzien van de Wet op de loonbelasting:

  • Niet-uitvoerende bestuurders van een niet-beursgenoteerde vennootschap blijven buiten de loonbelasting.
  • Uitvoerende bestuurders van een beursgenoteerde vennootschap of niet-beursgenoteerde vennootschap blijven onder de loonbelasting vallen.

SVB en alleenstaande ouderenkorting

Op grond van de huidige regels kan bij de inhouding van loonbelasting en premie volksverzekeringen de alleenstaande ouderenkorting alleen worden toegepast als de alleenstaande oudere een AOW-uitkering ontvangt en de standaardloonheffingskorting toepast op de uitkering van de Sociale Verzekeringsbank (SVB). De voorgestelde wijziging regelt dat de SVB de alleenstaande ouderenkorting ook mag toepassen op de Aanvullende Inko-mensvoorziening Ouderen bij alleenstaande ouderen die geen AOW-uitkering ontvangen omdat zij niet minimaal één kalenderjaar ver-zekerd waren voor de AOW. De alleenstaan-de moet dan wel de standaardloonheffings-korting laten toepassen door de SVB.

Rekenregel excessieve vertrekvergoeding

Als het toetsloon van een werknemer op jaarbasis meer is dan € 540.000 (cijfer 2017), moet de inhoudingsplichtige bij het einde van diens dienstbetrekking bepalen of sprake is van een excessieve vertrekvergoeding. Als dat zo is, is de werkgever pseudo-eindheffing verschuldigd. Met behulp van een rekenregel wordt vastgesteld of sprake is van een excessieve vertrekvergoeding. Op de rekenregel geldt een uitzondering voor bepaalde aandelenoptierechten van de werknemer op aandelen in de werkgever. Deze uitzondering ziet op vóór het kalenderjaar dat voorafgaat aan het kalenderjaar waarin de dienstbetrekking met de werknemer is beëindigd:

  • Onvoorwaardelijk toegekende aandelenoptierechten;
  • Onvoorwaardelijk geworden voorwaardelijk toegekende aandelenoptierechten.

Omdat de uitzondering ten aanzien van de laatste variant niet voldoende in de wet tot uitdrukking is gebracht, wordt de wettekst op dit punt verduidelijkt.