Maatregelen ondernemingen

 

Wij hebben de meest relevante voorstellen betreffende ondernemingen voor u op een rij gezet. Gisteren is de miljoenennota gepresenteerd. Onderstaande maatregelen komen uit het Belastingplan 2018 en aanvullende wetsvoorstellen.

Tarieven Inkomstenbelasting 2018, omhoog, omlaag en gelijk

De tarieven van de inkomstenbelasting in box 1 gaan in 2018 in de tweede en de derde schijf met 0,05 procentpunt omhoog. De tarieven van de vierde schijf gaan juist met 0,05 procentpunt omlaag. De tarieven in de eerste schijf van box 1 blijven voor iedereen gelijk aan de tarieven van 2017.

Nieuwe tarieven IB/PVV

Per 1 januari 2018 hebben ondernemers die via een eenmanszaak, vof of maatschap hun onderneming drijven naar verwachting te maken met de volgende tarieven in box 1 voor de inkomstenbelasting/premies volksverzekeringen (IB/PVV).

Schema nieuwe tarieven IB/PVV

Schijf Vennootschapsbelasting opgehoogd naar € 250.000

De eerste schijf van de vennootschapsbelasting (tarief 20%) wordt op 1 januari 2018 verruimd van € 200.000 naar € 250.000. Over de rest betalen vennootschapsbelastingplichtige lichamen in principe 25% vennootschapsbelasting.

Aftrekpercentage EIA verlaagt met een half procentpunt in 2018

De energie-investeringsaftrek (EIA) bedraagt sinds 1 juli 2017 55%. De EIA zal per 1 januari 2018 dalen met 0,5 procentpunt naar 54,5%.

Zakelijk karakter lening voor de VPB wordt strenger

In het belastingplan 2018 is opgenomen dat de dubbele zakelijkheidstoets strenger wordt. In beginsel kan een B.V. geen rente aftrekken over geld dat zij heeft geleend van een verbonden lichaam om daarmee een besmette rechtshandeling te financieren. Een manier om deze renteaftrekbeperking te ontlopen is door aannemelijk te maken dat zowel het aangaan van de schuld als de besmette rechtshandeling voor meer dan 50% heeft plaatsgevonden uit zakelijke overwegingen. Volgens de Hoge Raad voldoet een B.V. automatisch aan deze voorwaarde als de schuld aan het verbonden lichaam feitelijk is verschuldigd aan een derde. Vanaf 1 januari 2018 moet ook in dat geval de zakelijkheid van de rechtshandeling worden getoetst.

Dubbele verliesneming concerns niet meer mogelijk

De dubbele verliesneming bij de afwaardering van een vordering buiten de fiscale eenheid maar binnen één concern wordt onmogelijk. Stel een holding vormt samen met een dochtermaatschappij (D1) een fiscale eenheid (FE). Binnen de FE zijn de verliezen van D1 binnen bepaalde grenzen te verrekenen met de winsten van de holding. Daarnaast heeft de holding een dochtermaatschappij (D2) buiten de FE. D2 heeft een vordering op D1, die door de verliezen van D1 in waarde daalt. Als de holding D2 liquideert, belandt het afwaarderingsverlies op de vordering op D1 in het verlies uit de liquidatie van D2. Dubbele verliesneming dus. Per 1 januari 2018 wordt deze dubbele verliesneming aangepakt.

Einde dubbele afwaardering

Een holding kan geld uitlenen aan een dochtermaatschappij (D1) buiten de fiscale eenheid (FE), die het geld vervolgens weer uitleent aan een dochtermaatschappij (D2) die in dezelfde FE zit als de holding. Komt D2 in financiële problemen, dan kan de FE haar verliezen benutten voor verrekening. Daarnaast zal de vordering van D1 op D2 in waarde dalen en dit kan weer de waarde van de vordering van de holding op D1 doen dalen. Vanaf 1 januari 2018 kan de holding deze ‘dubbele afwaardering’ niet meer nemen.

Aanpassing van de liquidatieverliesregeling

In het belastingplan 2018 staat een voorstel voor de aanpassing van de liquidatieverliesregeling. Met deze aanpassing voorkomt de overheid dat er dubbele verliesneming kan plaatsvinden in een fiscale eenheid bij tussenlichamen.

Voor– en nadelen van deelnemingen worden bij de moedermaatschappij niet in aanmerking genomen. Een uitzondering hierop vormt de liquidatieverliesregeling. Deze realiseert dat de deelnemingsvrijstelling geen toepassing vindt op een verlies op een deelneming die is geliquideerd. Dit liquidatieverlies wordt vastgesteld op het opgeofferde bedrag minus de liquidatie-uitkeringen uit de deelneming. De wet kent de liquidatieverliesregeling met een bepaling om geconstrueerde liquidatieverliezen te voorkomen.

Die regeling voorziet erin het liquidatieverlies bij de liquidatie van een tussenhoudster te verminderen met de waardedaling van een door die tussenhoudster gehouden deelneming die zich ‘sedert de verkrijging van de deelneming’ in die tussenhoudster heeft voorgedaan. De liquidatieverliesregeling wordt aangepast om een geconstrueerd liquidatieverlies te voorkomen. Om dergelijke toepassing van de liquidatieverliesregeling te voorkomen, wordt voorgesteld de wijze waarop het opgeofferde bedrag voor de ontvoegde dochtermaatschappij op het tijdstip van die ontvoeging wordt vastgesteld, aan te passen.

FBI en dividendbelasting

In de Fiscale vereenvoudigingswet staat voor de dividendbelasting een inhoudingsvrijstelling (die nog niet is ingegaan) voor opbrengsten die worden uitgekeerd aan lichamen die (gedeeltelijk) niet onder de vennootschapsbelasting vallen (plus voor vergelijkbare buitenlandse lichamen). Via de inhoudingsvrijstelling hoeft de inhoudingsplichtige bij de dividenduitkering of opbrengsten uit winstbewijzen of bepaalde hybride leningen geen dividendbelasting in te houden. Deze inhoudingsvrijstelling past echter niet in de systematiek van de afdrachtvermindering voor de fiscale beleggingsinstelling (FBI). De FBI kan gebruik maken van het nultarief voor de vennootschapsbelasting.

De FBI heeft ook recht op afdrachtvermindering van de dividendbelasting. Hiervoor is het noodzakelijk dat er dividendbelasting op de opbrengst wordt ingehouden. Bij toepassing van een inhoudingsvrijstelling gebeurt dat echter niet. De FBI wordt daarom als inhoudingsplichtige alsnog uitgesloten van de toepassing van de inhoudingsvrijstelling voor opbrengsten die worden uitgekeerd aan (deels) vrijgestelde lichamen.

Teruggaaf van energiebelasting

In het Energieakkoord van 2013 is de afspraak gemaakt dat de energie-intensieve industrie die deelnemer is in de Meerjarenafspraak Energie-efficiëntie ETS-ondernemingen (het MEE-convenant)  9 petajoule (PJ) aan extra finale energiebesparing per 2020 realiseert. Om die extra besparing te realiseren, is een voorstel van de industrie uitgewerkt in de vorm van een addendum op het MEE-convenant. Er bestaat in de Wet belastingen op milieugrondslag (Wbm) een regeling om op verzoek teruggaaf van energiebelasting met betrekking tot elektriciteit die is geleverd ten behoeve van zakelijk verbruik te krijgen. Het zakelijke verbruik moet hiervoor hoger zijn dan 10.000.000 kWh per verbruiksperiode van twaalf maanden per aansluiting.

Omdat het addendum volledig onderdeel is geworden van het MEE-convenant, zou de Wbm zo kunnen worden uitgelegd dat ook aan de nieuwe afspraken die gemaakt zijn in het addendum moet worden voldaan om teruggaaf energiebelasting te krijgen. Maar in het addendum staat dat de daarin opgenomen aanvullende afspraken in de vorm van de Besparingsopgave en Aanvulling op het EEP geen invloed zullen hebben op de toepassing van de teruggaaf energiebelasting. Het kabinet wil nu de Wbm zodanig aanpassen dat de afspraken gemaakt in het addendum geen invloed hebben op de toepassing van de teruggaaf energiebelasting. Dit met terugwerkende kracht tot 20 april 2017.