Kamervragen over partnerpensioen naar aanleiding van Hof uitspraak

Kamervragen over partnerpensioen

Onlangs zijn door het CDA Kamervragen gesteld over de gevolgen van de wijziging van een pensioenregeling. Aanleiding voor deze Kamervragen was een uitspraak van Hof Den Bosch, waarin werd bepaald dat een weduwe toch recht had op nabestaandenpensioen, ook al was het partnerpensioen op risicobasis verzekerd.

Hof Den Bosch

In de casus die voorlag bij hof Den Bosch ging het om de situatie dat voorheen partnerpensioen werd opgebouwd door middel van een kapitaalregeling. Dit betekent dat de partner na overlijden van de werknemer aanspraak kan maken op een uitkering, ook al is de werknemer op dat moment niet meer in dienst. In 1999 is dit gewijzigd in partnerpensioen dat wordt opgebouwd door middel van een risicoverzekering, hetgeen inhoudt dat de partner alleen aanspraak kan maken op een uitkering wanneer de werknemer op het moment van overlijden nog in dienst was.

In 2015, vijf jaar na uitdiensttreding van de inmiddels ex-werknemer, kwam deze te overlijden. De weduwe klaagde de ex-werkgever aan en vond dat ze recht had op een partnerpensioen omdat nooit was ingestemd met een wijziging van de pensioenregeling. Het hof gaf de weduwe gelijk. De werkgever kon niet aantonen dat de werknemer bewust had ingestemd met de wijziging in de pensioenregeling.

Wat betekent dit voor de praktijk?

Voor de praktijk kan deze uitspraak grote gevolgen hebben. Enerzijds kan het om grote bedragen gaan (stel dat de weduwe nog 25 jaar recht heeft op € 20.000 pensioen per jaar!). Anderzijds zullen dergelijke situaties heel vaak voorkomen. De verwachting is dat met deze uitspraak veel meer nabestaanden alsnog aanspraak kunnen maken op een partnerpensioen. Belangrijk is dat de kosten doorgaans niet bij het pensioenfonds of verzekeraar terechtkomen maar bij de ex-werkgever.

Daarnaast zijn recent meer wijzigingen doorgevoerd in de pensioenregelingen. Zo is de afgelopen jaren de pensioendatum verschoven van 65 naar 67 jaar en nu vaak naar 68 jaar. In veel gevallen is dit gebeurd bij wijziging van de CAO of met instemming van de OR en zijn vanuit praktische overwegingen niet altijd individuele afspraken vastgelegd. Lang niet alle werknemers zijn lid van een vakbond, zodat voor die werknemers dan ook de bewuste instemming met de wijziging ontbreekt. Met deze uitspraak in de hand, in potentie dus wellicht een groot aantal wijzigingen die mogelijk (juridisch) op losse schroeven komen te staan.

Contact

Twijfelt u over uw situatie of heeft u vragen over pensioen, neem dan contact op met Maarten Foppen per e-mail of per telefoon op +31 (0)40 240 9411.