Fiscaal overgangsrecht bij een ‘no-deal’ Brexit

De staatssecretaris heeft tijdelijk fiscaal overgangsrecht aangekondigd voor burgers en bedrijven. Dit overgangsrecht komt erop neer dat in het geval van een ‘no-deal’ Brexit voor de belastingen wordt gedaan, alsof het Verenigd Koninkrijk de Europese Unie (EU) nog niet verlaten heeft. Het overgangsrecht geldt in beginsel voor de rest van 2019.

Achtergrond

Op 15 januari 2019 stemde een meerderheid van het Britse Lagerhuis tegen de Brexit-deal tussen het Verenigd Koninkrijk en de Europese Unie. Het blijft voor burgers en bedrijven daarom onduidelijk waar zij zich op moeten richten in de aanloop naar de Brexit. Vanwege die blijvende onduidelijkheid acht de staatssecretaris het wenselijk om te komen tot een vorm van (kortdurend) overgangsrecht in de fiscaliteit, ingeval van een no-deal. Dit overgangsrecht geldt niet voor de douanewetgeving.

Impact ‘no-deal’ Brexit op fiscale wetgeving

In de fiscale wetgeving kan onderscheid worden gemaakt tussen belastingplichtigen die in een EU-lidstaat wonen of gevestigd zijn én belastingplichtigen die in een derde land wonen of gevestigd zijn. Bij een ‘no-deal’ Brexit verlaat het Verenigd Koninkrijk direct de EU en wordt voortaan als derde land behandeld. Dit kan leiden tot een andere fiscale behandeling bij de belastingplichtige (direct) vanaf de datum van terugtrekking. Bovendien vindt deze wijziging plaats in de loop van het belastingjaar.

Gedacht kan worden aan Nederlanders die in het Verenigd Koninkrijk woonachtig zijn en waarvan het inkomen (deels) in Nederland belast is (buitenlandse belastingplichtigen). Na de Brexit verliezen zij bijvoorbeeld het recht op eventuele persoonsgebonden aftrekposten. Zo bestaan meer voorbeelden waar een ‘no-deal’ scenario direct fiscale gevolgen heeft voor bepaalde burgers of bedrijven.

Overgangsrecht voor burgers

Het voornemen is om een overgangsregeling te treffen, waardoor burgers gedurende enige tijd de mogelijkheid hebben zich op de nieuwe situatie voor te bereiden. De gedachte is om het Verenigd Koninkrijk gedurende 2019 nog te beschouwen als een EU-lidstaat voor een aantal aan te wijzen belastingen, waardoor het huidige fiscale regime van toepassing blijft.

Overgangsrecht voor bedrijven

De staatssecretaris is ook voornemens om overgangsrecht te creëren voor bedrijven. Hierbij zal echter niet zozeer het (tijdelijk) continueren van een bepaald fiscaal voordeel voorop staan, maar het voorkomen dat acute (fiscale) gevolgen en administratieve lasten optreden. Gedacht wordt bijvoorbeeld aan het voorkomen dat in hetzelfde boekjaar verschillende fiscale behandeling plaatsvindt over hetzelfde feitencomplex (compartimenteringsvraagstukken).

Het overgangsrecht wordt momenteel voorbereid. Per belastingsoort zal worden bekeken of overgangsrecht wenselijk is. Het overgangsrecht wordt pas definitief vastgesteld, zodra duidelijk is dat sprake is van een ‘no-deal’ Brexit.