Fiets van de zaak voor directeur-grootaandeelhouders

Tot nu toe wordt weinig gebruikgemaakt van een fiets van de zaak, omdat de huidige regelgeving erg complex is. Per 1 januari 2020 wijzigt deze regelgeving en wordt deze eenvoudiger en fiscaal aantrekkelijker. Wellicht is een fiets van de zaak voor u ook aantrekkelijk. Graag zetten wij hierbij de wijzigingen voor u op een rij.

  1. Huidige regelgeving

Als uw besloten vennootschap (hierna: bv), waarbij u in dienst bent een fiets aanschaft die aan u ter beschikking wordt gesteld voor enkel zakelijk gebruik (waaronder ook woon-werkverkeer), dan zijn er geen fiscale gevolgen.

Zodra u de fiets ook voor privédoeleinden gaat gebruiken, zijn er wel fiscale gevolgen. Er moet dan bij uw loon een bedrag bijgeteld worden. Over deze bijtelling zijn loonbelasting, premies volks-verzekeringen, premies werknemersverzekeringen en meestal werkgeversheffing Zorgverzekerings-wet verschuldigd (de laatste drie voor zover de maximum bijdragen nog niet zijn betaald).

Het bedrag aan bijtelling berekenen is complex. Om de bijtelling te kunnen berekenen moet u een kilometerregistratie bijhouden. Het aantal werkelijk gereden privékilometers wordt vermenigvuldigd met een te bepalen kilometerprijs om tot de bijtelling te komen. De kilometerprijs is de daadwerkelijke prijs per kilometer van de fiets, dus inclusief de afschrijving, verzekeringskosten, reparatiekosten, etc. Eventuele door u gemaakte kosten in privé of een eigen bijdrage ter zake van het privégebruik van de fiets zijn aftrekbaar van deze bijtelling. De bijtelling kan hierdoor echter nooit lager worden dan nul.

Om de bovengenoemde belasting- en premieheffing over de bijtelling te voorkomen, kan de bijtelling ook aangewezen worden als eindheffingsloon voor de vrije ruimte van de werkkostenregeling (hierna: WKR). De vrije ruimte is op dit moment 1,2% van de totale fiscale loonsom van het betreffende kalenderjaar. Wanneer het bedrag aan totale bijtelling binnen deze vrije ruimte blijft, zijn er geen belasting en premies verschuldigd. Indien de bijtelling deze vrije ruimte overschrijdt, dient de bv echter wel 80% eindheffing over het surplus te betalen.

  1. Wijzigingen per 1 januari 2020

Wanneer uw bv een fiets aanschaft of leaset die aan u ter beschikking wordt gesteld, geldt er vanaf 1 januari 2020 ook een bijtelling. Indien u de fiets niet privé gebruikt maar wel voor uw woon-werkverkeer. De bijtelling wordt wel eenvoudiger berekend: vanaf 1 januari wordt een bijtelling per jaar berekend van 7% van de consumentenadviesprijs van de fiets. Deze consumentenadviesprijs bevat ook de accessoires die onderdeel zijn van de fiets, zoals een upgrade van de accu.

De door u gemaakte kosten in privé of een eigen bijdrage ter zake van privégebruik van de fiets blijven aftrekbaar van de bijtelling. De bijtelling kan hierdoor echter nooit lager worden dan nul.

Eveneens blijft de mogelijkheid bestaan om de bijtelling aan te wijzen als eindheffingsloon voor de vrije ruimte van de WKR. Dit betekent dat geen belasting en premies verschuldigd zijn over de bijtelling. Wanneer de bijtelling deze vrije ruimte overschrijdt, is echter 80% eindheffing over het surplus door de bv verschuldigd. De vrije ruimte in de WKR wordt per 1 januari 2020 verhoogd: voor de eerste € 400.000 van de fiscale loonsom wordt de vrije ruimte 1,7% van de fiscale loonsom en voor het meerdere blijft de vrije ruimte 1,2% van de fiscale loonsom.

Hierna geven wij puntsgewijs de voor- en nadelen weer van de nieuwe regeling.

Voordelen van de nieuwe regeling:

  • Er hoeft geen complexe bijtellingsberekening te worden gemaakt.
  • Er hoeft geen kilometerregistratie te worden bijgehouden.
  • De bijtelling is een vast bedrag per maand, waardoor de verschuldigde belasting en premies een vast bedrag zijn, dan wel de mogelijkheden binnen de vrije ruimte van de WKR eenvoudig kunnen worden beoordeeld.
  • Alle kosten ter zake van de fiets (dus ook reparaties en onderhoud) komen ten laste van de bv.

 

Nadelen van de nieuwe regeling:

  • Er gaat ook een bijtelling gelden wanneer slechts sprake is van gebruik van de fiets bij woon-werkverkeer en niet bij privégebruik.
  • De bijtelling is niet afhankelijk van het gebruik van de fiets, dus indien u de fiets weinig gebruikt, zal de bijtelling niet verminderd worden.
  • De fiets blijft eigendom van de bv, dus bij einde dienstbetrekking dient de fiets te worden teruggegeven dan wel tegen de dan geldende waarde in het economisch verkeer door u te worden overgenomen.

 

  1. Btw-aspecten van fiets van de zaak

De btw-regels met betrekking tot fietsen van de zaak veranderen niet per 1 januari 2020. De btw-gevolgen van een fiets van de zaak zijn en blijven als volgt.

De btw op de aanschafkosten van een fiets van de zaak is aftrekbaar, voor zover:

  1. de kosten voor de aanschaf van de fiets niet meer bedragen dan € 749 inclusief btw;
  2. in dat (kalender)jaar en de twee voorafgaande (kalender)jaren aan u geen fiets is verstrekt;
  3. vanaf het moment dat de fiets is verstrekt niet voor 50% of meer van de dagen waarop woon-werkkilometers worden afgelegd een reiskostenvergoeding wordt gegeven voor ander vervoer dan per fiets.

Let op: als u ook een auto van de zaak heeft en deze eveneens gebruikt voor woon-werkverkeer, is niet voldaan aan de voorwaarden voor de aftrek van btw.

  1. Tot slot

Wilt u weten of de nieuwe regeling voordelig voor u is? Wij assisteren u graag. U kunt hiervoor uiteraard contact opnemen met uw contactpersoon bij Joanknecht of met een van onze specialisten (Fabiënne Hol-van Goethem per e-mail of telefoon op +31 (0)40 240 9464, of Manouk van Meer per e-mail of telefoon op +31 (0)40 240 9470).