Eindejaars belastingtips 2017-2018

Eindejaars belastingtips 2017-2018

 

Met het einde van het jaar in zicht, is dit een goed moment om na te gaan of u op fiscaal gebied nog actie moet ondernemen. Voor sommige zaken kunt u niet wachten tot 2018, maar andere zaken vragen juist om uitstel tot in het nieuwe jaar. In ieder geval zijn er diverse veranderingen die om aandacht vragen. Welke dat zijn, leest u in deze eindejaarstips. De tips zijn verdeeld in acht categorieën.

Inhoudsopgave

  1. Alle ondernemers
  2. IB-ondernemer
  3. Vennootschappen en DGA’s
  4. Btw en overdrachtsbelasting
  5. Werkgever
  6. Auto
  7. Estate planning / privé
  8. Eigen woning

1. Alle ondernemers

Ruim oude administratie op
Gesteld dat uw boekjaren de kalenderjaren volgen, mag u onder normale omstandigheden uw administratie over 2010 en eerdere jaren weggooien na 31 december 2017. De wettelijke bewaartermijn voor de administratie is namelijk zeven jaar. Men dient het begrip administratie daarbij ruim op te vatten. Alle gegevens die van belang kunnen zijn voor de belastingheffing, zijn in de ogen van de inspecteur een onderdeel van de administratie. Daarbij kan men denken aan de loonadministratie, verkoopadministratie, voorraadgegevens, het grootboek en facturen van crediteuren en debiteuren. Als u bepaalde documenten nog nodig denkt te hebben, bijvoorbeeld pensioen- en lijfrentepolissen, moet u deze nog wel bewaren.

Let op:
Voor wat betreft de btw-administratie over het gebruik van onroerende zaken, elektronische diensten, telecommunicatiediensten en radio- en tv-omroepdiensten, moet u rekening houden met een bewaartermijn van tien jaar inclusief het jaar van eerste ingebruikname. Dit is onder andere relevant als u heeft gekozen voor een btw-belaste levering van een of meer onroerende zaken.

Haal uitgaven in 2018 naar voren
Een manier om de fiscale winst over 2017 te verminderen is door het vormen van een voorziening voor (grote) uitgaven die u in 2018 of later denkt te zullen doen. Ondernemers mogen echter in 2017 alleen een voorziening vormen voor toekomstige uitgaven die hun oorsprong vinden in feiten en omstandigheden die zich hebben voorgedaan in 2017 of eerder. Deze feiten en omstandigheden moeten ook toerekenbaar zijn aan dat jaar. Daarnaast moet redelijk zeker zijn dat u de uitgaven zult maken. Overleg met uw contact persoon binnen Joanknecht of u in 2017 nog een voorziening kunt vormen.

Herinvesteer voor 31 december 2017
Heeft u in 2014 een bedrijfsmiddel vervreemd en daarbij de behaalde boekwinst gedoteerd aan de herinvesteringsreserve (HIR)? Doe dan nog in 2017 een herinvestering. Anders valt de HIR in beginsel vrij in de winst. En dus moet u daarover belasting betalen. U kunt desnoods de Belastingdienst verzoeken om de driejaarstermijn te verlengen als de aanschaf van het nieuwe bedrijfsmiddel is vertraagd door bijzondere omstandigheden. Maar dan moet u wel kunnen aantonen dat een begin is gemaakt met de herinvestering.

Tip:
Als de inspecteur meent dat u geen of niet langer een herinvesteringsvoornemen heeft, zal hij de HIR willen laten vrijvallen. Het is daarom aan te raden om uw herinvesteringsvoornemen vast te leggen in een schriftelijk stuk. Blijf het voortbestaan van uw herinvesteringsvoornemen aan het eind van ieder jaar vastleggen totdat u de herinvestering doet. En als de herinvestering vertraging oploopt, bewaar dan de documenten, zoals bijvoorbeeld notulen van het managementoverleg, die bewijzen dat inderdaad sprake is van een bijzondere omstandigheid.

Verkoop bedrijfsmiddel in 2018
Bent u van plan om bedrijfsmiddelen te verkopen die u in 2013 heeft aangeschaft? En heeft u destijds met betrekking tot de investering in deze bedrijfsmiddelen een investeringsaftrek toegepast? Overweeg dan of u de verkoop kunt uitstellen tot begin 2018. Als de vervreemding plaatsvindt binnen vijf jaar na het begin van het kalenderjaar waarin u de investering deed, moet u namelijk een deel van die aftrek terugbetalen via de desinvesteringsbijtelling. Maar de desinvesteringsbijtelling blijft ook achterwege als de overdrachtsprijzen van de vervreemde bedrijfsmiddelen onder de € 2.300 blijven. De desinvesteringsbijtelling is overigens nooit meer dan de destijds genoten investeringsaftrek.

Let op:
In het geval van een zogeheten fictieve vervreemding (bijvoorbeeld het onttrekken van het bedrijfsmiddel uit het ondernemingsvermogen) wordt de waarde in het economische verkeer van het bedrijfsmiddel genomen als overdrachtsprijs.

Stel KIA voor 2017 veilig
Wilt u in 2017 nog investeren in bedrijfsmiddelen? Houd er dan rekening mee dat de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA) komt te vervallen als uw investeringen die recht geven op de KIA in een kalenderjaar meer bedragen dan € 312.176 (bedrag 2017). Bij mogelijke overschrijding van dit bedrag is het misschien beter om een investering uit te stellen tot in 2018.

Let op:
Als uw onderneming deel uitmaakt van een samenwerkingsverband, moet u voor het bepalen van de KIA kijken naar de totale investering van het samenwerkingsverband en niet naar de investering van elke onderneming afzonderlijk.

Bedrijfsmiddel in 2017 nog niet in gebruik genomen? Doe een aanbetaling
Als u eind 2017 verplichtingen aangaat voor de investering in een bedrijfsmiddel, kunt u hiervoor een beroep doen op de KIA. Voorwaarden om in 2017 nog van de KIA gebruik te kunnen maken is dat u het bedrijfsmiddel in 2017 heeft betaald en in gebruik heeft genomen. Heeft u een bedrijfsmiddel in 2017 nog niet in gebruik genomen? En zou de investeringsaftrek uitgaan boven hetgeen bij het einde van 2017 voor die investering is betaald? Dan wordt de KIA beperkt tot het bedrag wat in 2017 is betaald. Het meerdere komt als KIA in 2018 in aftrek. Wilt u de KIA toch volledig benutten, doe dan een aanbetaling zodat de totale betaling in 2017 voor de investeringen ten minste het bedrag van de KIA voor 2017 bedraagt.

Investeer nu nog in energiebedrijfsmiddel
Als u in 2017 nog investeert in een bedrijfsmiddel dat voorkomt op de Energielijst, kunt u daarvoor de energie-investeringsaftrek claimen. Deze bedraagt sinds 1 juli 2017 nog 55%, maar zal in 2018 dalen naar 54,5%. Een belangrijke voorwaarde voor de energie-investeringsaftrek is dat u binnen drie maanden na het aangaan van de investeringsverplichting de investering aanmeldt bij RVO.nl.

Let op!
Check of het budget voor de energie-investeringsaftrek voor 2017 al is bereikt op www.rvo.nl/subsidies-regelingen/energie-investeringsaftrek-eia. Blijkt dat het geval te zijn, overweeg dan in 2018 te investeren.

Vraag tijdig WBSO 2018 aan
Als u tijdig een WBSO-tegemoetkoming aanvraagt, kunt u de (loon)kosten van uw R&D-project verlagen. Als een bedrijf in januari 2018 meteen gebruik wil maken van de WBSO-tegemoetkoming, moet het de aanvraag uiterlijk 30 november 2017 indienen. Bent u een zelfstandige, dan heeft u nog de tijd tot en met 1 januari 2018. Normaal gesproken mogen bedrijven hoogstens drie keer per jaar een aanvraag indienen, maar voor ZZP’ers geldt geen maximum.

2. IB-ondernemer

Claim vergeten investeringsaftrek
Het investeren in bedrijfsmiddelen kan u niet alleen de mogelijkheid geven om afschrijvingskosten af te trekken, maar ook om een extra aftrekpost op te voeren: de investeringsaftrek. Er zijn drie vormen van de investeringsaftrek:
• de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA)
• de energie-investeringsaftrek (EIA) en
• de milieu-investeringsaftrek (MIA).
Als u in uw aangifte inkomstenbelasting over 2012 bent vergeten de investeringsaftrek toe te passen, kunt u de inspecteur in 2017 alsnog verzoeken om ambtshalve vermindering. U moet zo’n ambtshalve verzoek om toepassing van de investeringsaftrek wel binnen vijf jaar doen. Deze vijfjaarstermijn begint na het einde van het jaar waarop de belastingaanslag betrekking heeft.

Maak de 1.225 uren vol
Diverse ondernemersfaciliteiten in de inkomstenbelasting staan alleen open voor ondernemers die aan het zogeheten urencriterium voldoen. Denk bijvoorbeeld aan de ondernemersaftrek en de mogelijkheid om te doteren aan de oudedagsreserve. Om te voldoen aan het normale urencriterium zult u in 2017 minstens 1.225 uur moeten besteden aan uw onderneming. Met een urenadministratie kunt u dit ook aannemelijk maken. Overigens wordt de grens niet aangepast als u maar een deel van het jaar ondernemer bent

Werk verder in werkruimte
Als u de kosten van een werk- en/of kantoorruimte in uw eigen woning in 2017 wilt aftrekken, moet u aan verschillende voorwaarden voldoen. U moet in ieder geval in 2017 minstens 30% van uw arbeidsinkomen in die werkruimte verwerven en minstens 70% van het arbeidsinkomen in of vanuit die werkruimte verwerven. Beschikt u elders ook over een werkruimte, dan moet u in 2017 zelfs 70% van uw arbeidsinkomen in de werkruimte in uw eigen woning verwerven. Hierbij is van belang te realiseren dat in dit verband pensioenuitkeringen ook als arbeidsinkomen tellen. Ontvangt u in 2017 zo’n uitkering, zorg dan ervoor dat u voldoende overige arbeidsinkomsten in of vanuit de werkruimte behaalt in 2017 om te voldoen aan het 30%- en 70%-criterium.

Bewaar bewijzen van aanloopkosten
Bent u in 2017 voor het eerst ondernemer geworden? Dan is het mogelijk dat u vanaf 2012 kosten en lasten heeft gemaakt voordat u kwalificeerde als ondernemer. Zulke kosten zijn aftrekbaar als aanloopkosten mits zij zijn gemaakt in de jaren 2012 tot en met 2016. Bovendien zijn deze kosten en lasten alleen aftrekbaar voor zover er geen opbrengsten tegenover staan en zij niet op andere wijze zijn afgetrokken of aftrekbaar waren van het inkomen uit werk en woning.
De fiscus kan vragen stellen over deze kosten, zodat het raadzaam is om de bewijzen van de gemaakte aanloopkosten (bonnetjes, facturen en dergelijke) te bewaren.

Doteer aan OR in 2017
Was u op 1 januari 2017 jonger dan 65 jaar plus negen maanden, en voldoet u in 2017 aan het urencriterium? Dan kunt u de fiscale winst over 2017 verlagen door een dotatie aan de oudedagsreserve (OR) te doen. Deze dotatie bedraagt voor 2017 9,8% van uw winst uit onderneming vóór de OR-dotatie. De dotatie mag niet meer bedragen dan € 8.946. De dotatie mag evenmin meer bedragen dan het bedrag waarmee het ondernemingsvermogen aan het einde van het kalenderjaar de OR aan het begin van het kalenderjaar te boven gaat. Bij een te laag ondernemingsvermogen kunt u een privéstorting doen in uw onderneming om dit probleem te verhelpen.

Let op:
Doteren aan de OR biedt wel uitstel van belasting betalen, maar u bouwt er geen echt pensioen mee op. Bij vrijval is de OR belast, maar als u een even groot bedrag aan lijfrentepremie stort bij een professionele verzekeraar, kunt u deze premie aftrekken. Per saldo komt u dan op nihil uit en u spaart voor de oude dag. Vraag aan uw contactpersoon bij Joanknecht of doteren aan de OR in uw geval fiscale voordelen biedt.

Verreken verliezen 2008 in 2017
Verliezen in box 1 zijn niet onbeperkt te verrekenen. Voor zover een verlies uit 2008 nog niet is verrekend met winsten uit 2005 tot en met 2007 (als u een IB-ondernemer bent) of uit de jaren 2009 tot en met 2017, verdampt dit verlies per 1 januari 2018. Als u zich in zo’n situatie bevindt, is het misschien beter om uw fiscale winst over 2017 niet te drukken, maar juist te verhogen. Dit kan bijvoorbeeld door af te zien van een dotatie aan de oudedagsreserve of door een boekwinst niet onder te brengen in de herinvesteringsreserve of af te zien van een herinvesteringsvoornemen en de gevormde herinvesteringsreserve vrij te laten vallen.

Rond verhuizing tijdig af
Ondernemers die inkomstenbelasting betalen over hun ondernemingswinst, kunnen een deel van de kosten van een verhuizing in het kader van de onderneming aftrekken. De aftrek is gelijk aan de kosten van het overbrengen van de inboedel plus € 7.750. Een verhuizing die bijvoorbeeld is begonnen met een verplaatsing van de onderneming op 1 januari 2016 vindt in ieder geval plaats in het kader van de onderneming als vóór 1 januari 2018 de afstand tussen de woning en de werkplek van de onderneming is afgenomen met 60% of meer. De afstand tussen werk en woning moest eerst minstens 25 kilometer zijn geweest.

Controleer uw voorlopige aanslag 2017 en voorkom belastingrente
Heeft u al een voorlopige aanslag inkomstenbelasting 2017 ontvangen, maar verwacht u voor 2017 een hogere winst? Voorkom dan dat u belastingrente betaalt op uw definitieve aanslag inkomstenbelasting 2017 en vraag voor 1 juli 2018 een nadere voorlopige aanslag 2017 aan. Bij een aanslag inkomstenbelasting 2017 met een dagtekening na 1 juli 2018 betaalt u namelijk 4% belastingrente.

3. Vennootschappen en DGA’s

Stel winst uit tot in 2019
Kan uw B.V. het moment waarop een transactie of andere rechtshandeling plaatsvindt dusdanig beïnvloeden dat het resultaat pas in 2019 valt? Een factor die deze optie aantrekkelijk maakt is de geplande verlaging van het vennootschapsbelastingtarief vanaf 2019. De tarieven van 20% en 25% zullen in 2019 dalen naar 19% respectievelijk 24%. In 2020 en 2021 zal een verdere daling van de tarieven met 1,5%-punt per jaar plaatsvinden naar uiteindelijk 16% respectievelijk 21% in 2021.

Behoud vordering tot na 1 januari 2018
Als u als dga al geruime tijd een vordering op uw B.V. heeft, kunt u besluiten om deze vordering liquide te maken. Dit kan bijvoorbeeld door de B.V. haar schuld te laten aflossen of door uw vordering op de B.V. over te dragen aan een derde. Het is wel aan te raden om dit te doen na 1 januari 2018. Anders valt het geldbedrag dat u ontvangt meteen in de rendementsgrondslag van box 3 voor het jaar 2018.

Let op:
Als u vanuit uw privévermogen een lening van hooguit drie maanden heeft verstrekt, zal de inspecteur de vordering toerekenen aan het box 3-vermogen terwijl hij tegelijkertijd het voordeel uit deze terbeschikkingstelling belast. Hetzelfde geldt als de terbeschikkingstelling langer dan drie maanden maar niet meer dan zes maande duurde, zij het dat u in deze situatie de dubbele heffing kunt ontlopen als u aannemelijk maakt dat uw handelingen voor meer dan 50% zijn gebaseerd op zakelijke overwegingen.

Liquideer dochtermaatschappij in 2017
Is een holding met haar dochtermaatschappij (D1) gevoegd in een fiscale eenheid maar heeft zij daarnaast nog een dochter (D2) buiten de fiscale eenheid? En heeft de holding kapitaal gestort in D2 dat D2 weer heeft uitgeleend aan de verlieslijdende D1? In dat geval kan liquidatie van D2 in 2017 voordelig zijn. In 2017 kan de holding binnen de fiscale eenheid de verliezen van D1 verrekenen met haar winsten. De verliezen van D1 leiden daarnaast ook tot een waardedaling van de vordering van D2. Bij liquidatie van D2 behoort deze waardedaling tot het liquidatieverlies uit D2. Hier is feitelijk sprake van dubbele verliesneming. In 2018 is deze dubbele verliesneming niet meer mogelijk.

Voorkom verliesverdamping bij uw B.V.
In de vennootschapsbelasting zijn geleden verliezen beperkt aftrekbaar. Een verlies van 2017 is verrekenbaar met winst van 2016 of met de winsten van de jaren 2018 tot en met 2026. Heeft u nog verrekenbare verliezen in uw B.V. van 2008? Voorkom dan dat deze verliezen verdampen. Laat bijvoorbeeld voorzieningen vrijvallen, zoals de herinvesteringsreserve of verkoop bedrijfsmiddelen met stille reserves aan een gelieerde vennootschap. Een andere methode is sale/lease back van bedrijfsmiddelen met stille reserves.

Let op:
Het nieuwe kabinet wil in de toekomst de voorwaartse verliesverrekening in de vennootschapsbelasting beperken van negen tot zes jaar. B.V.’s krijgen dus minder tijd om hun verliezen te verrekenen.

Neem dubbel afwaarderingsverlies in 2017
Per 1 januari 2018 gaat een reparatiemaatregel in. Deze maatregel ziet onder meer op de volgende situatie. Een holding vormt samen met een verlieslijdende dochtermaatschappij (D1) een fiscale eenheid (FE). Binnen de FE worden de verliezen van D1 verrekend met de winsten van de holding. Daarnaast verstrekt de holding een lening aan een dochtermaatschappij (D2) buiten de FE. D2 leent dit geld weer door aan D1. Door de verliezen van D1 daalt de vordering van D2 op D1 in waarde. Dit kan voor de holding weer een aanleiding zijn om haar haar vordering op D2 af te waarderen. Feitelijk is dan sprake van een dubbel afwaarderingsverlies, maar onder de huidige wetgeving is dit in beginsel nog mogelijk. Een holding die zich in deze positie bevindt, doet er dus goed aan nog in 2017 het dubbele afwaarderingsverlies te nemen indien mogelijk.

Tip:
Vraag uw adviseur bij Joanknecht naar de mogelijkheden.

Keer geruisloos terug naar IB-onderneming
Soms is de overgang van IB-onderneming naar B.V. toch minder voordelig dan gedacht. Of er treden later nieuwe nadelen op, zoals de dreiging van een nieuwe afschrijvingsbeperking. Zo mogen ondernemers in beginsel nu nog op onroerende zaken afschrijven tot 50% van de WOZ-waarde (100% van de WOZ-waarde voor beleggingspanden). Maar het nieuwe kabinet wil dat vanaf 2019 alle onroerende zaken van B.V.’s en andere vennootschapsbelastingplichtige lichamen niet verder worden afgeschreven dan tot 100% van de WOZ-waarde. Als u vindt dat het drijven van uw onderneming via een B.V. niet langer voordelig genoeg is, kunt u overwegen om de onderneming van de B.V. geruisloos te laten overgaan naar een IB-onderneming.

Ontvang royalty vóór 2018
Op grond van een arrest van de Hoge Raad mag de Belastingdienst bij het berekenen van de winst van een buitenlandse vaste inrichting (vi) in bepaalde gevallen geen rekening houden met interne royaltyvergoedingen tussen twee B.V.’s binnen een fiscale eenheid (FE). Daarbij is de royaltyvergoeding toe te rekenen aan de vi. Hoewel de Belastingdienst geen rekening houdt met de royaltybetaling, is het mogelijk dat het buitenland dat wel doet. In dat geval trekt de vi de royalty af, terwijl de ontvangst niet in Nederland fiscaal tot uiting komt. Hierdoor kan de Belastingdienst uiteindelijk meer winst vrijstellen dan in het buitenland wordt belast. Op 1 januari 2018 wordt de wet aangepast om dit ‘lek’ te dichten. Het is dus raadzaam om nog vóór die datum een vi royaltyvergoedingen te laten betalen.

Zet in 2017 oud ab-verlies om in korting
Als u zowel in 2017 als in 2016 geen aanmerkelijk belang (ab) meer had, maar nog wel een openstaand verlies uit ab, kunt u dit verlies omzetten in een belastingkorting. De belastingkorting bedraagt 25% van het openstaande ab-verlies. Zet u uw ab-verlies in uw aangifte inkomstenbelasting 2017 om in een belastingkorting, dan mag u de korting aftrekken van de inkomstenbelasting over de box 1-inkomens van 2017 tot en met 2024. Zo’n belastingkorting is echter uiterlijk te benutten in het negende jaar na het kalenderjaar waarin het ab-verlies is geleden. Daarom is het van belang om een ab-verlies uit 2008 nog in 2017 om te zetten in een belastingkorting. Voor zover u deze korting niet kunt aftrekken van uw belasting over box 1, verdampt zij op 1 januari 2018.

Wacht met dividend aan lichaam
Het kabinet is van plan om de dividendbelasting per 1 januari 2018 in de meeste gevallen af te schaffen. Keer daarom dividend uit na 1 januari 2018. Bij een uitkering van dividend na 1 januari 2018 hoeft dan geen dividendbelasting meer te worden ingehouden. Omdat het kabinet niet wil dat dit brievenbusmaatschappijen uitnodigt om (meer) vennootschappen in Nederland te vestigen, zal een bronheffing op rente- en royaltystromen naar belastingparadijzen worden ingevoerd. Wanneer het kabinet wil overgaan tot het nemen van deze maatregelen, is nog onbekend.

Laat houdstercoöperatie in 2017 dividend uitkeren
Als de feitelijke werkzaamheid van een coöperatie voor 70% of meer bestaat uit het houden van deelnemingen of het (in)direct financieren van verbonden lichamen of natuurlijke personen, zal zij vanaf 1 januari 2018 kwalificeren als een houdstercoöperatie. Zij wordt dan inhoudingsplichtig voor de dividendbelasting. Daarom is het wellicht aan te raden dat zo’n coöperatie nog vóór 2018 een dividenduitkering doet.

Geef (tussen)houdster substance in 2017
Op 1 januari 2018 treedt een nieuwe antimisbruikmaatregel in de dividendbelasting in werking. Deze maatregel houdt in dat de inhoudingsvrijstelling van de dividendbelasting achterwege blijft in het geval van misbruik. Hierbij gaat de fiscus ervan uit dat ook sprake is van misbruik als men aandelen in een Nederlandse vennootschap of houdstercoöperatie houdt met als een van de hoofddoelen het ontgaan van dividendbelasting bij een ander. Daarnaast moet sprake zijn van een kunstmatige constructie of transactie. Een constructie is kunstmatig als zij niet is opgezet op grond van zakelijke redenen die de economische werkelijkheid weerspiegelen. Geldige zakelijke redenen worden gereflecteerd in de substance van de (tussen)houdstervennootschap. Als een tussenhoudster een materiële onderneming drijft, zal zij voldoen aan deze voorwaarde.

Deponeer vóór 2018 jaarstukken
Een B.V. moet tijdig haar jaarstukken deponeren om nare aansprakelijkheidskwesties bij een eventueel faillissement te voorkomen. Uiterlijk acht dagen na vaststelling van de jaarrekening moet het deponeren bij de Kamer van Koophandel (KvK) plaatsvinden. Deponeer desnoods de voorlopige jaarrekening. Maar wat is de uiterste termijn? Het bestuur van een B.V. moet binnen vijf maanden na afloop van het boekjaar de jaarrekening opmaken en voorleggen aan de aandeelhouders. Onder bijzondere omstandigheden kunnen de aandeelhouders het bestuur maximaal vijf maanden uitstel verlenen. Vervolgens hebben de aandeelhouders twee maanden de tijd voor het vaststellen van de jaarrekening. De uiterste deponeerdatum voor het boekjaar 1 januari 2016 tot en met 31 december 2016 met maximaal uitstel is dus 31 december 2017 (5 + 5 + 2 = 12 maanden).

Let op:
Als alle aandeelhouders ook bestuurder of commissaris zijn, resulteert een ondertekening van de jaarrekening meteen in een vaststelling. In dit geval was de uiterste deponeringstermijn voor de jaarrekening over boek- en kalenderjaar 2016 8 november 2017. In statuten kan overigens van deze wettelijke regeling zijn afgeweken!

Doe in 2017 aan ‘parent surrogate filing’
Normaal gesproken moet de vennootschap aan de top van een internationaal concern – de zogeheten uiteindelijkemoederentiteit (UME) – een landenrapport (‘country-by-country reporting’) indienen als concernleden zijn gevestigd in Nederland. De Belastingdienst zal echter tijdelijk ‘parent surrogate filing’ toestaan met betrekking tot het eerste verslagjaar van de multinationale groep dat begint op of na 1 januari 2016. Bij ‘parent surrogate filing’ verstrekt de UME het landenrapport aan de belastingdienst van het land waar zij is gevestigd. Het desbetreffende land wisselt vervolgens het landenrapport uit met Nederland. In deze situatie hoeven Nederlandse groepsentiteiten onder nadere voorwaarden geen landenrapport meer te verstrekken aan de Belastingdienst.

Koop nog in 2017 uw PEB af
Ingeval u als dga in 2017 nog uw pensioen in eigen beheer (PEB) afkoopt, mag u op de belaste afkoopwaarde een vermindering toepassen van 34,5% van de balanswaarde van de corresponderende verplichting bij de pensioen-B.V. Daarbij geldt dat de fiscale balanswaarde hoogstens gelijk is aan de waarde van de verplichting aan het einde van het boekjaar dat in 2015 eindigde. In de jaren 2018 en 2019 daalt het percentage van de vermindering. Voor 2018 zal de vermindering 25% bedragen en in 2019 19,5%. In 2017 afkopen is dus voordeliger.

Maak innovatie in 2017 rendabel
Als u enige invloed kunt uitoefenen in welk jaar bepaalde kosten en opbrengsten met betrekking tot een immaterieel activum kunnen vallen, kijk dan of het mogelijk is om dit activum in 2017 rendabel te maken. Tenminste, als u dit immateriële activum kunt en wilt onderbrengen in de innovatiebox. Per 1 januari 2018 worden positieve voordelen uit de innovatiebox effectief belast tegen 7% vennootschapsbelasting. Nu is het effectieve tarief nog 5%.

Bewaar laatste VAR
Op 1 mei 2016 is de Verklaring Arbeidsrelatie (VAR) in het kader van de Wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties (Wet DBA) komen te vervallen. Dit leidde tot de nodige ophef en het nieuwe kabinet is daarom van plan de Wet DBA te vervangen. In dit kader lijkt het verstandig om de laatste geldige VAR te bewaren. Als de aard van uw werkzaamheden niet zijn veranderd, is de laatste VAR als een soort indicatie op te vatten. Maar belangrijker is dat de fiscus een boekenonderzoek kan houden. De inspecteur kan tot naheffing overgaan als hij meent dat een opdrachtgever ten onrechte geen loonbelasting heeft ingehouden. De VAR kan als bewijs dienen dat terecht inhouding van loonheffing achterwege is gebleven.

Let op:
Voor de VAR geldt een bewaartermijn van zeven jaar.

Laat B.V. vorderingen en belasting-schulden overnemen
Leningen of vorderingen zijn bezittingen die in box 3 bij u als dga belastbaar zijn. Als u grote belastingschulden heeft, zijn deze schulden niet aftrekbaar in box 3. U kunt uw B.V. de vorderingen die u heeft en de belastingschulden over laten nemen. Hierdoor vindt een verrekening van de vordering en schulden plaats. Voor zover de schulden groter zijn dan de vorderingen, ontstaat een schuld aan de B.V. Die schuld kwalificeert wel als schuld voor box 3. Hierdoor kan een besparing van belasting over uw vermogen in box 3 worden bereikt.

Let op:
Als per saldo een vordering op uw B.V. ontstaat, valt deze vordering onder de terbeschikkingstellingsregeling en moet u over de rente in box 1 belasting betalen. Ga na of dat wenselijk is. Is dit niet wenselijk, draag dan een lager deel van de vordering over.

Vereffen in 2017
Normaal gesproken vallen verliezen uit een deelneming onder de deelnemingsvrijstelling, zodat ze bij de holding niet tot aftrek leiden. In het geval van liquidatie van het lichaam waarin de holding een deelneming houdt, is het verlies onder voorwaarden wel aftrekbaar. Maar dan moet de vereffening wel zijn voltooid in het jaar waarin uw holding het liquidatieverlies wil aftrekken. Rond dus de vereffening nog in 2017 af als u het liquidatieverlies in 2017 wilt aftrekken. Stel de vereffening juist uit als u wilt dat het liquidatieverlies in 2018 valt.

Neem uw kind nog in 2017 in dienstbetrekking bij B.V.
Wilt u als dga uw ab-aandelen in uw B.V. schenken aan uw kinderen of aan een andere bedrijfsopvolger, dan zult u in beginsel inkomstenbelasting moeten betalen over het verschil tussen de waarde in het economische verkeer van de aandelen en de verkrijgingsprijs. U kunt echter afrekening voorkomen en de fiscale claim doorschuiven. Aan deze geruisloze doorschuiving zijn verschillende voorwaarden verbonden. Een voorwaarde die wat voorbereiding vergt, is de eis dat de verkrijger al gedurende 36 maanden vóór de schenking in dienstbetrekking was bij de B.V. Als de bedrijfsopvolger dus bijvoorbeeld op 30 november 2017 in dienst treedt bij uw B.V., kan de schenking op 1 december 2020 plaatsvinden met geruisloze doorschuiving.

Neem in 2017 verliesbelegging van B.V. over
Als uw B.V. effecten bezit die in waarde zijn gedaald, maar waarvan u vermoedt dat ze wel weer in waarde zullen stijgen, overweeg dan om ze in privé of via een vrijgestelde beleggingsinstelling over te nemen. Uw B.V. realiseert dan een aftrekbaar verlies, terwijl de latere waardestijging zelf niet wordt belast.

Regel kwijtschelding in 2017
Heeft u borg gestaan voor uw B.V. en wordt u nu aangesproken voor een hoger bedrag dan waarvoor u een voorziening had gevormd? Dan zult u moeten nagaan of een gedeeltelijke kwijtschelding mogelijk is. Als uw box 1-inkomen in 2017 positief is terwijl u het volgende jaar een verlies verwacht, is het fiscaal voordelig om deze kwijtschelding nog in 2017 te regelen. Het verschil tussen de borgstellingsvoorziening en uw werkelijke betaling als borg is namelijk belast als kwijtscheldingswinst. Deze is vrijgesteld, maar niet voor zover nog sprake is van een verlies in het desbetreffende jaar en openstaande verliezen uit het verleden. Als de kwijtscheldingswinst in 2018 valt, zal dus een deel ter grootte van het verlies in 2018 niet zijn vrijgesteld.

Decertificeer aandelen vóór 2018
In oktober 2015 is een wetsvoorstel ingediend waardoor in beginsel geen fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting meer kan bestaan tussen een holding en een B.V. waarvan de aandelen zijn gecertificeerd. Bij wijze van overgangsrecht konden bestaande fiscale eenheden tussen holdings en B.V.’s waarvan zij de certificaten hielden in stand blijven. Met ingang van het boekjaar, dat 24 maanden na het indienen van het wetsvoorstel begint, is het overgangsrecht niet meer van toepassing. Als u wilt dat een fiscale eenheid tussen een holding en een B.V. met gecertificeerde aandelen blijft voortbestaan en het boekjaar gelijk is aan het kalenderjaar, dan zal vóór 1 januari 2018 een decertificering van de aandelen moeten plaatsvinden.

Let op:
Soms is een fiscale eenheid nog wel mogelijk, namelijk als de aandelen in de (potentiële) ‘dochtermaatschappij’ zijn gecertificeerd en in bezit zijn van een maatschappij die tot de fiscale eenheid behoort. Dan zal de moedermaatschappij, de certificaathouder, toch nog aan de bezitseis voldoen. Meestal zal een STAK echter geen onderdeel uitmaken van de fiscale eenheid.

Wacht met terugtrekken uit VBI
Als u een aanmerkelijk belang heeft in een vrijgestelde beleggingsinstelling (VBI), berekent de fiscus daarover in beginsel een fictief regulier voordeel van 5,39% van de waarde in het economische verkeer die aan het begin van het jaar was toe te rekenen aan de aandelen. Dit reguliere voordeel wordt verminderd met het bedrag dat u daadwerkelijk aan dividend heeft ontvangen, maar niet verder dan tot nihil. Waarschijnlijk wordt het percentage van 5,39% volgend jaar herijkt. Als u vindt dat het forfaitaire rendement te hoog wordt, zou u kunnen overwegen om uw aandelen in de VBI te vervreemden en in box 3 te gaan beleggen. Maar daar kunt u beter nog even mee wachten. Het forfaitaire voordeel wordt namelijk tijdsevenredig berekend. Als u na de peildatum voor box 3 in 2018 uw belang in de VBI vervreemdt, belandt de opbrengst voor 2018 nog niet in de rendementsgrondslag. En de hoogte van het forfaitair rendement valt ook mee omdat het maar over een korte periode wordt berekend.

Let op:
Hevelt u uw vermogen binnen achttien maanden weer over van de VBI naar box 3, dan wordt u hiervoor gestraft. Dit vermogen wordt dan namelijk zowel in box 2 als in box 3 belast. Overweegt u dus vermogen over te hevelen van uw VBI naar box 3, ga dan na of u voldoet aan de genoemde termijn van 18 maanden. Er geldt wel een tegenbewijsregel. Als u aannemelijk kunt maken dat u om zakelijke redenen het vermogen binnen 18 maanden terughaalt naar box 3, geldt de sanctie niet.

Controleer uw voorlopige aanslag vennootschapsbelasting 2017
Verwacht u dat u over 2017 vennootschapsbelasting moet bijbetalen? Vraag een nadere voorlopige aanslag vennootschapsbelasting aan voor 1 juli 2018. Bij belastingaanslagen met een dagtekening na 1 juli 2018 brengt de Belastingdienst 8% belastingrente in rekening.

4. Btw en overdrachtsbelasting

Vraag btw over 2017 terug
Betaalt een debiteur uw factuur niet? Vanaf 1 januari 2017 verkrijgt u als crediteur uiterlijk één jaar na het opeisbaar worden van een vordering recht op teruggaaf van btw. Het bedrag van de teruggaaf mag u in mindering brengen op de periodieke btw-aangifte. U hoeft geen afzonderlijk verzoek meer in te dienen bij de Belastingdienst. Is voor 31 december 2017 al duidelijk dat de factuur door uw debiteur niet zal worden betaald? Dan moet u om teruggaaf btw verzoeken over het tijdvak waarin duidelijk wordt dat uw debiteur niet zal betalen. Als de oninbare vordering op een later tijdstip alsnog wordt betaald, moet u de eerder op de aangifte in mindering gebrachte btw opnieuw op aangifte voldoen.

Let op:
Heeft u in 2016 facturen uitgereikt en zijn deze nog niet betaald? U kunt dan vanaf 1 januari 2018 verzoeken om teruggave van btw. Als echter op enig moment in 2017 al vast komt te staan dat sprake is van een oninbare vordering, moet u de teruggave over het tijdvak in 2017 terugvragen waarin de vordering definitief oninbaar is gebleken.

Debiteur: betaal btw tijdig terug
Heeft u facturen ontvangen waarvan de betalingstermijn inmiddels is verstreken en heeft u deze facturen nog niet betaald? Dan moet u de btw die u destijds in aftrek heeft gebracht aan de Belastingdienst terugbetalen. Dit moet uiterlijk binnen één jaar (‘1-jaarstermijn’) na het opeisbaar worden van de schuld.

Tip:
Ga bij elke btw-aangifte in 2017 na of er schulden aan crediteuren zijn waarvan de 1-jaarstermijn binnenkort voorbij is. En is de verwachting dat u deze schulden niet binnen de 1-jaarstermijn betaalt, corrigeer dan in 2017 nog de eerder in aftrek gebrachte btw.

Meld u vóór 1 januari 2018 aan voor MOSS-regeling
Als uw onderneming digitale diensten levert aan particulieren in andere EU-landen, kunt u ook in 2018 gebruikmaken van de mini-one-stop-shop-regeling (MOSS). U hoeft de btw over deze diensten dan maar in één EU-land aan te geven, bijvoorbeeld Nederland. Als u deze regeling voor het eerst wilt toepassen, moet u zich hiervoor aanmelden met het formulier ‘Verzoek registratie in Nederland voor betalen btw in EU-landen’. In het registratieformulier geeft u de gewenste ingangsdatum aan. Vanaf die datum moet u uiterlijk 20 dagen na afloop van het kwartaal een btw-melding doen en de verschuldigde btw betalen. Wilt u de regeling in heel 2018 toepassen, meld u dan zo snel mogelijk aan.

Let op:
Heeft u al eerder een digitale dienst geleverd, dan moet u uw aanmelding uiterlijk indienen op de 10e dag van de maand die volgt op de maand waarin u de dienst heeft geleverd. Als u zich ná de 10e dag aanmeldt, riskeert u dat de MOSS-regeling niet voor alle digitale diensten kan worden toegepast. En dan moet u zelf contact opnemen met de belastingdienst van het EU-land waar de dienst is verricht en daar navragen of u zich daar moet registreren.

EU-btw over 2017 terugvragen
Heeft u in 2017 btw betaald in een ander EU-land en heeft u deze btw nog niet teruggevraagd? Mits u voldoet aan de voorwaarden die de verschillende EU-landen hanteren voor de teruggaaf van btw, kunt u dit alsnog doen via de website ‘Teruggaaf van btw uit andere EU-landen’. Hiervoor heeft u wel inloggegevens nodig. Deze kunt u aanvragen via een hulpmiddel op de website van de Belastingdienst. U moet uw teruggaafverzoek uiterlijk op 30 september 2018 indienen, maar het is aan te raden om u hierop al vroeg voor te bereiden.

Corrigeer privégebruik auto 2017
De btw die in 2017 aan u in rekening is gebracht op de aanschaf, het onderhoud en het gebruik van de zakelijke auto, kunt u in aftrek brengen zolang de auto wordt gebruikt voor belaste omzet. Heeft u de auto in 2017 ook voor privédoeleinden gebruikt? Dan moet u voor dit privégebruik een correctie toepassen in uw laatste btw-aangifte van 2017. U kunt hiervoor gebruikmaken van de forfaitaire regeling, waarbij u uitgaat van 2,7% van de catalogusprijs (inclusief btw en BPM). Voor bepaalde auto’s, waaronder auto’s die vijf jaar in de onderneming zijn gebruikt, mag u een forfait van 1,5% van de catalogusprijs (inclusief btw en BPM) toepassen.

Tip:
Betaal de brandstof voor de auto van de zaak niet contant, maar met een bankpas, creditcard of tankpas van de zaak. Zo kunt u voor de aftrek van voorbelasting aantonen dat u de brandstof op naam van de zaak heeft betaald.

Controleer uw btw-aangiften over 2017
Controleer zo spoedig mogelijk of uw ingediende btw-aangiften over 2017 correct zijn. Houd hierbij ook rekening met eventuele btw-correcties voor bijvoorbeeld het privégebruik van de auto van de zaak en het privégebruik van elektriciteit, gas en water. Blijkt uit uw controles dat u over 2017 te weinig btw heeft aangegeven, dan moet u dit vóór 1 april 2018 corrigeren met een suppletieaangifte. U betaalt dan over het bedrag van de naheffingsaanslag géén belastingrente (4% in 2017). Wel kunt u over het verschuldigde bedrag een verzuimboete van 5% krijgen.

Let op:
Vanaf 1 januari 2018 kunt u een suppletieaangifte alleen nog maar digitaal indienen. Dit kan dan op drie manieren: via de site van de Belastingdienst (bij ‘Inloggen voor ondernemers’), met eigen software of via een adviseur.

Let op:
U hoeft de suppletieaangifte uitsluitend te gebruiken bij correcties van meer dan € 1.000. Lagere correcties mag u verwerken in uw eerstvolgende btw-aangifte. De grens van €1.000 geldt echter niet als u gebruikmaakt van de kleineondernemersregeling, want dan moet u bij een correctie altijd het suppletieformulier gebruiken.

Vraag te veel afgedragen btw tijdig terug
Als u tijdens de controle van uw btw-aangiften ontdekt dat u te veel btw heeft afgedragen, dan kunt u ook de bovenmatig afgedragen btw corrigeren met een suppletieaangifte. Dit kan niet alleen over 2017, maar ook over de vijf voorgaande jaren. Evenals bij de correctie van te weinig afgedragen btw hoeft u de suppletieaangifte niet te gebruiken als de correctie niet hoger is dan € 1.000. In dat geval mag u de correctie namelijk verwerken in uw eerstvolgende btw-aangifte.

Let op:
Btw die u in 2012 te veel heeft afgedragen, kunt u alleen in 2017 nog corrigeren. Ga dus zo snel mogelijk na of u over 2012 nog een correctie moet uitvoeren.

Vergeet de BUA-correctie niet
Als u in 2017 btw op kosten voor relatiegeschenken of personeelsverstrekkingen heeft afgetrokken, moet u bij de laatste btw-aangifte over 2017 nagaan of u één of meer personeelsleden hiermee voor meer dan € 227 (exclusief btw) heeft bevoordeeld. Ook moet u nagaan of u één of meer relaties voor meer dan € 227 heeft bevoordeeld. Is dit het geval, dan moet u in de btw-aangifte over het laatste tijdvak van 2017 de afgetrokken btw corrigeren en alsnog voldoen. Dit wordt ook wel de BUA-correctie genoemd (BUA: Besluit uitsluiting aftrek omzetbelasting).

Let op:
Voor de btw-aftrek op kosten van verstrekkingen van eten en drinken aan personeel gelden aparte regels. Verder vallen de auto van de zaak en de fiets van de zaak buiten de BUA-regeling.

Let op de herzieningstermijn
Met betrekking tot uw roerende en onroerende zaken is het belangrijk om de btw-herzieningstermijnen in de gaten te houden. Deze termijn is tien jaar voor onroerende zaken en vijf jaar voor roerende zaken (andere bedrijfsmiddelen). Heeft u in 2017 geïnvesteerd in een onroerende zaak en de btw daarover afgetrokken als voorbelasting? Dan moet u aan het eind van 2017 én de komende negen jaren (vier jaren voor roerende zaken) toetsen of het oorspronkelijk geplande gebruik nog overeenkomt met het werkelijke gebruik. Verschilt het werkelijke gebruik meer dan 10% van het door u ingeschatte gebruik, dan moet u de afgetrokken btw corrigeren. Deze 10%-marge geldt niet in het jaar van eerste ingebruikname.

Verzoek om KOR-ontheffing vóór 1 januari 2018 indienen
Als u een eenmanszaak heeft of als u maat of firmant bent in een maatschap respectievelijk vennootschap onder firma, kunt u onder voorwaarden in aanmerking komen voor de kleineondernemingsregeling (KOR). De verschuldigde btw na aftrek van voorbelasting mag dan maximaal € 1.883 zijn. Verwacht u in 2018 € 1.345 of minder btw te betalen? Dan hoeft u helemaal geen btw meer te betalen. Bovendien kunt u dan verzoeken om een ontheffing voor administratieve verplichtingen. Wordt uw verzoek ingewilligd, dan hoeft u in beginsel ook geen btw-aangifte meer te doen.

Reik tijdig 90%-verklaring uit
Als u in 2016 een onroerende zaak heeft gekocht en samen met de verkoper heeft geopteerd voor een btw-belaste levering, moet u binnen vier weken na afloop van het boekjaar volgend op het boekjaar van levering (dus vóór 28 januari 2018) een zogeheten 90%-verklaring uitreiken aan de verkoper en de inspecteur. In deze verklaring moet u vermelden of u de onroerende zaak gebruikt voor doeleinden waarvoor u voor minstens 90% recht heeft op btw-aftrek. Zodra u niet meer aan het 90%-criterium voldoet, wordt de levering alsnog geacht vrij te zijn van btw. Voor de verkoper betekent dit dat het recht op btw-aftrek vervalt en dat hij de in vooraftrek gebrachte btw moet terugbetalen aan de Belastingdienst.

Tip:
Maak in de koopovereenkomst duidelijke afspraken over de eventuele btw-schade als de optie voor btw-belaste levering vervalt. In de koopovereenkomst kan bijvoorbeeld worden geregeld dat de koper de btw-schade vergoedt aan de verkoper als hij niet meer voldoet aan de 90%-norm.

Verzoek vóór 1 januari 2018 om jaarlijkse btw-aangifte
Bent u op jaarbasis niet meer dan € 1.883 aan btw verschuldigd, dan kunt u onder nadere voorwaarden bij uw belastingkantoor een verzoek indienen om jaarlijks btw-aangifte te doen, in plaats van per kwartaal. Wilt u hiervan al in 2018 gebruikmaken, dien uw verzoek dan nog in 2017 in.

Zonnepanelen gekocht? Gebruik de KOR!
Als u in 2017 zonnepanelen heeft aangeschaft en nu stroom levert aan uw energieleverancier, beschouwt de Belastingdienst u als ondernemer voor de btw, ook als u de zonnepanelen als particulier heeft aangeschaft. Door u aan te melden als ondernemer, kunt u de in rekening gebrachte btw terugvragen bij de Belastingdienst. Vervolgens moet u per tijdvak btw afdragen over de stroom die u levert aan de energieleverancier, maar dit kunt u in 2018 vermijden door de kleineondernemersregeling (KOR) toe te passen.

KOR: stel investering uit
Als u in 2017 gebruikmaakt van de kleineondernemersregeling (KOR) en voornemens bent om investeringen te doen, is het wellicht raadzaam om hier nog mee te wachten tot na 1 januari 2018. Want onder de KOR is het aftrekken van btw mogelijk ongunstig en als u een ontheffing heeft voor de administratieve verplichtingen, is de aftrek helemaal niet mogelijk. Verwacht u dat uw onderneming op korte termijn zodanig groeit dat u de KOR vanaf 2018 niet meer kunt toepassen, dan is het verstandig te wachten met uw investeringen totdat u de KOR niet meer gebruikt. Op dat moment is immers alle betaalde btw als voorbelasting aftrekbaar.

Herziening voor agrariërs
Als uw onderneming momenteel gebruikmaakt van de btw-landbouwregeling, die per 1 januari 2018 wordt afgeschaft, kunt u op grond van een overgangsregeling de omzetbelasting op investeringsgoederen die u vóór 1 januari 2018 in gebruik heeft genomen én de omzetbelasting op investeringen die u op 1 januari 2018 nog niet in gebruik heeft genomen, alsnog aftrekken. Deze regeling geldt voor landbouwers, veehouders en tuin- en bosbouwers. Voor de investeringsgoederen die u vóór 1 januari 2018 in gebruik heeft genomen, kunt u gebruikmaken van de herzieningsregeling. Deze herziening vindt onder voorwaarden niet gespreid over een aantal jaren plaats, maar kan in één keer plaatsvinden in het eerste tijdvak van 2018.

5. Werkgever

Sluit loon- en financiële administratie op elkaar aan
Controleer aan het einde van 2017 zo snel mogelijk of de loonadministratie en de financiële administratie op elkaar aansluiten. Het is immers mogelijk dat één of meer (belaste) uitbetaalde vergoedingen per abuis niet zijn verwerkt in de loonadministratie. En dan zijn over deze vergoedingen geen loonheffingen ingehouden, dan wel eindheffingen afgedragen. Bij het maken van de aansluiting tussen de loon- en de financiële administratie komen zulke afwijkingen aan het licht. U kunt de verschuldigde loonheffingen dan alsnog afdragen, eventueel in de vorm van eindheffing.

Maak volledig gebruik van de vrije ruimte
Ga na of u in 2017 de vrije ruimte van de werkkostenregeling wel volledig heeft benut. De vrije ruimte bedraagt 1,2% van de fiscale loonsom. Als blijkt dat er nog voldoende vrije ruimte is, kunt u die bijvoorbeeld benutten voor het kerstpakket of voor een eindejaarsborrel, die overigens alleen binnen de vrije ruimte hoeft te vallen als deze op een externe locatie plaatsvindt. En heeft u dan nog ruimte over, dan kan het handig zijn om verstrekkingen die begin 2018 zijn gepland en onder de vrije ruimte vallen, zo mogelijk te vervroegen. Verder kunt u alvast bekijken of u in 2018, als de vrije ruimte eveneens 1,2% is, rekening moet houden met extra werkkosten ten opzichte van het afgelopen jaar.

Geef uw werknemer nog in 2017 een bonus
Als u aan het einde van 2017 nog vrije ruimte over heeft én u overweegt om één of meer werknemers een bonus te geven, dan kunt u deze bonus in de vrije ruimte laten vallen, mits u deze nog in 2017 uitbetaalt. Hierbij geldt wel dat de bonus aan het gebruikelijkheidscriterium moet voldoen. Dit betekent dat de bonus niet meer dan 30% mag afwijken van wat voor vergelijkbare werknemers in dezelfde sector gebruikelijk is.

Tip:
Het ministerie van Financiën keurt een bonus van maximaal € 2.400 per werknemer per jaar in alle gevallen goed, zonder bewijs of onderbouwing. Dit bedrag valt namelijk binnen het gebruikelijkheidscriterium. Bent u dga? Dan mag u zichzelf ook een bonus van € 2.400 toekennen, mits uw vrije ruimte daarvoor voldoende is.

Let op:
Wilt u een hogere bonus toepassen, dan moet u bewijzen dat een dergelijke bonus in uw sector gebruikelijk is.

Richt in 2017 een personeelsfonds op
Als u uitkeringen en verstrekkingen doet aan werknemers, bijvoorbeeld om hen te steunen in financieel krappe tijden of bij tegenslagen, kan het een goed idee zijn om in 2017 een personeelsfonds op te richten. Uitkeringen en verstrekkingen uit een dergelijk fonds zijn namelijk onder voorwaarden onbelast. Eén van de voorwaarden is dat tussen het moment van oprichting en het jaar waarin de uitkeringen worden gedaan (met een maximumperiode van vijf jaar), de bijdrage van de werkgever niet hoger mag zijn dan de totale bijdrage van de gezamenlijke werknemers.

Houd nieuwjaarsborrel 2018 op kantoor
Als u begin 2018 een nieuwjaarsborrel heeft gepland, kan dit feestje onder de werkkostenregeling onbelast blijven als u de borrel op de werkplek organiseert. Dat geldt niet alleen voor de drankjes en hapjes die de werknemers consumeren, maar ook voor de kosten van bijvoorbeeld entertainment. Als u echter voor een externe locatie kiest, zijn een personeelsfeestje én de consumpties eindheffingsloon en wel tegen de factuurwaarde. Wel kunt u hiervoor de vrije ruimte gebruiken. Maar als u wilt vermijden dat de vrije ruimte al op 2 januari onnodig wordt gebruikt, kunt u de nieuwjaarsborrel dus beter op de eigen locatie organiseren.

Tip:
De verstrekte consumpties zijn ook onbelast voor werknemers van andere vestigingen, locaties of kantoren én voor werknemers van andere werkgevers met wie u de concernregeling toepast.

Let op:
Wilt u nog in 2017 een personeelsfeestje organiseren en heeft u niet veel vrije ruimte meer? Houd er dan rekening mee dat maaltijden bij een personeelsfeest niet vrij kunnen worden verstrekt. Het normbedrag is in 2017 € 3,30.

Overweeg de concernregeling
Is sprake van twee of meer concernonderdelen, overweeg dan om voor de werkkostenregeling de concernregeling toe te passen. U hoeft de vergoedingen en verstrekkingen aan werknemers van meer dan één concernonderdeel dan namelijk niet langer te splitsen. U kunt de concernregeling toepassen bij een aandelenbelang van minimaal 95%. Daarnaast is er ook sprake van een concern als twee of meer stichtingen gedurende het gehele kalenderjaar in financieel, organisatorisch en economisch opzicht zo met elkaar zijn verweven, dat zij een eenheid vormen.

Tip:
Wilt u voor het jaar 2017 nog gebruikmaken van de concernregeling? Dan hoeft u dat niet per se voor het einde van het jaar te doen. U kunt hier namelijk ook nog voor kiezen bij de aangifte over het eerste tijdvak van 2018.

Ga na of de sectorindeling voor 2018 klopt
Eind 2017 krijgt u van de Belastingdienst een beschikking met de sectorindeling én de premies voor de werknemersverzekeringen voor 2018. Ga na of de sectorindeling klopt met de activiteiten van uw bedrijf, want als u in de verkeerde sector wordt ingedeeld, kan dit grote financiële gevolgen hebben.

Let op:
Controleer ook de premies! Want ook als de sectorindeling juist is, kunnen de premies werknemersverzekeringen toch onjuist zijn berekend. Reken dit dus na.

Check of u alle premiekortingen heeft geclaimd
De premiekortingen voor het in dienst nemen van oudere of arbeidsongeschikte werknemers en jongere uitkeringsgerechtigden tussen 18 en 27 jaar, komen per 1 januari 2018 te vervallen. Deze kortingen worden vervangen door de zogeheten loonkostenvoordelen. Controleer of u alle premiekortingen waarop u in 2017 recht heeft, al heeft geclaimd. Zo niet, doe dat dan uiterlijk bij de aangifte over het laatste loontijdvak van 2017.

Ga nu na of u in aanmerking komt voor loonkostenvoordelen
In 2018 worden de huidige premiekortingen vervangen door de loonkostenvoordelen. Dit zijn er in totaal vier, namelijk voor oudere werknemers, arbeidsgehandicapte werknemers, de doelgroep banenafspraak en scholingsbelemmerden, en het herplaatsen van een arbeidsgehandicapte werknemer. Voor elk loonkostenvoordeel gelden specifieke voorwaarden, die ook nog eens niet volledig identiek zijn aan de voorwaarden voor de premiekortingen waarvoor ze in de plaats komen. Ga daarom na of u voor één of meer werknemers in aanmerking komt voor een loonkostenvoordeel en wat u eventueel nog moet doen om aan alle voorwaarden te voldoen. En doe dit zo snel mogelijk, want al bij de loonaangifte over het eerste loontijdvak van 2018 moet u voor een specifieke werknemer aangeven of u een loonkostenvoordeel wilt aanvragen. Wel geldt een overgangsregeling voor werknemers voor wie u op dit moment de premiekorting oudere werknemer of de premiekorting arbeidsgehandicapte werknemer toepast.

Profiteer van het nieuwe jeugd-LIV
Per 1 januari 2018 heeft u voor werknemers die op 31 december 2017 18, 19, 20 of 21 jaar zijn, recht op het nieuwe jeugd-LIV. Dit is een speciaal lage-inkomensvoordeel voor jongeren. Het jeugd-LIV is ingevoerd ter compensatie van de verhoging van het wettelijk minimumjeugdloon voor werknemers van 18-21 jaar per 1 juli 2017. Om het jeugd-LIV automatisch uitbetaald te krijgen, is uitsluitend nodig dat u steeds correct loonaangifte doet. Verder hoeft u geen aanvraag in te dienen.

Let op!
Het totaalbedrag van de jeugd-LIV is afhankelijk van het aantal verloonde uren. Het is daarom belangrijk dat u in de loonaangifte het aantal verloonde uren correct invult.

Laat laagloners 1.248 uur werken
Sinds 1 januari 2017 komen werkgevers onder voorwaarden in aanmerking voor het zogeheten lage-inkomensvoordeel (LIV) voor werknemers van 22 jaar en ouder die maximaal 125% van het minimumloon verdienen. Dit voordeel is afhankelijk van het aantal verloonde uren en bedraagt maximaal € 2.000 per werknemer. U krijgt het LIV echter uitsluitend voor een werknemer die in 2017 minimaal 1.248 verloonde uren heeft. Ga daarom zo snel mogelijk na of er werknemers zijn die nog net niet aan deze ureneis voldoen, want het kan u veel extra geld opleveren als u hen in december nog een aantal uren extra kunt laten werken en zij hierdoor in 2017 wél minimaal 1.248 verloonde uren hebben.

Check datum pensionering
Als u oudere werknemers in dienst heeft, moet u rekening houden met de jaarlijkse verhoging van de AOW-leeftijd. Per 1 januari 2018 stijgt de AOW-leeftijd naar 66 jaar. Dit betekent dat sommige werknemers drie maanden later recht krijgen op AOW dan nu het geval is, maar ook dat zij normaal gesproken drie maanden langer bij uw onderneming in dienst moeten blijven.

Pas in 2017 uw pensioenregeling aan
De pensioenrichtleeftijd wordt per 1 januari 2018 verhoogd van 67 naar 68 jaar. Dit brengt met zich mee dat u uw pensioenregeling nog in 2017 moet aanpassen. Doet u dit niet, dan kan dit ertoe leiden dat de gehele pensioenaanspraak direct tot het belastbare loon wordt gerekend. En bovenop de loonheffing die dan moet worden afgedragen, komt ook nog een revisierente van 20%. Dit betekent een totale heffing van maximaal 72%. Ga daarom op korte termijn na welke aanpassingen in uw pensioenregeling nodig zijn om aan alle regels te blijven voldoen én voer de noodzakelijke wijzigingen zo snel mogelijk door.

Sluit loonadministratie 2017 zo snel mogelijk af
Nu het einde van het jaar nadert, is het bijna tijd om de loonadministratie over 2017 af te sluiten. Doe dit zo snel mogelijk; in elk geval vóórdat u de loonaangifte over het laatste tijdvak van 2017 moet indienen. Controleer bij de afsluiting in elk geval of u van iedere werknemer een kopie heeft van het identificatiebewijs. Zorg er ook voor dat u alle rekeningen van verstrekkingen en terbeschikkingstellingen aan werknemers en declaraties van aan werknemers vergoede kosten op orde heeft.

Check administratie van uitzendkrachten
Als u gebruikmaakt van uitzendkrachten en andere medewerkers die niet bij uw onderneming in dienst zijn (zoals gedetacheerden), controleer dan voor het einde van 2017 of uw administratie met betrekking tot deze medewerkers op orde is. Zo moet u van al deze medewerkers de identiteit hebben gecontroleerd. Ook moet u bijhouden hoeveel loon en vakantiebijslag zij hebben ontvangen én hoeveel uren zij hebben gewerkt. Voldoet u niet aan al deze verplichtingen, dan kan de Inspectie SZW u bij een eventuele controle een boete opleggen van maximaal € 12.000.

Let op:
U mag op grond van de Wet bescherming persoonsgegevens van uitzendkrachten geen kopie van het identiteitsbewijs vragen. Noteer daarom bij de controle het soort identiteitsbewijs, nummer en geldigheidsduur.

Vraag vóór 14 december 2017 wijziging aangiftetijdvak
Wilt u in 2018 een ander aangiftetijdvak gebruiken voor de loonheffingen, bijvoorbeeld omdat u het loon voortaan vierwekelijks uitbetaalt? Dan moet u hiertoe een verzoek indienen bij de Belastingdienst. Dit kunt u doen met behulp van het formulier ‘Wijziging aangiftetijdvak loonheffingen’. Zorg ervoor dat dit formulier uiterlijk 14 december 2017 binnen is bij de Belastingdienst. Want als u uw aanvraag na deze datum indient, kunt u pas in 2019 een ander aangiftetijdvak gebruiken.

Verleg inhoudingsplicht binnen concern vóór 1 januari 2018
Heeft uw concern één of meer buitenlandse concernonderdelen, dan kunnen zij sinds 1 januari 2017 de inhoudingsplicht verleggen naar een Nederlands concernonderdeel, mits dat onderdeel hiermee akkoord gaat. Hiermee kan het Nederlandse concernonderdeel de buitenlandse concernonderdelen veel administratieve rompslomp uit handen nemen. Heeft uw concern in 2017 nog niet van deze mogelijkheid geprofiteerd en wilt u dit voortaan wel doen, regel dit dan zo snel mogelijk.

Start-up: keer aandelenoptierechten uit na 1 januari 2018
Innovatieve starters (start-ups) met een S&O-verklaring kunnen vanaf 1 januari 2018 gemakkelijker aandelenoptierechten uitbetalen aan werknemers. Onder bepaalde voorwaarden hoeft de inhoudingsplichtige slechts 75% van wat ter zake van de uitoefening of vervreemding van het aandelenoptierecht wordt genoten als loon in aanmerking te nemen. De vrijstelling bedraagt maximaal € 12.500 (25% van € 50.000). Het kan dus aan te raden zijn om tot 2018 te wachten met het toekennen van aandelenoptierechten.

Let op:
Voor de toepassing van de vrijstelling geldt onder meer dat de inhoudingsplichtige op het moment van de toekenning van de optierechten een inhoudingsplichtige was met een S&O-verklaring voor starters.

Vraag A1-verklaring tijdig aan
Als u werknemers in dienst heeft die in Nederland werken maar niet in Nederland wonen, is de vraag in welk land deze werknemers zijn verzekerd voor de sociale verzekeringen en of u voor hen sociale premies moet inhouden en afdragen. Hierover kunt u zekerheid krijgen door bij de sociale zekerheidsinstantie van het woonland (in de meeste gevallen Duitsland of België) een beschikking aan te vragen die aangeeft welk wettelijk stelsel van sociale zekerheid van toepassing is. Deze beschikking wordt ook wel de A1-verklaring genoemd. De A1-verklaring wordt meestal voor 12 maanden afgegeven, dus moet u jaarlijks een nieuwe beschikking aanvragen. Het einde van het jaar is een goed moment om te inventariseren wanneer de lopende verklaringen aflopen. Maak hiervan een overzicht en mochten er één of meer verklaringen per 31 december 2017 aflopen, vraag dan nog in 2017 een nieuwe beschikking aan als u ook in 2018 zekerheid wilt hebben over de vraag of de betreffende werknemers wel of niet in Nederland zijn verzekerd voor de sociale verzekeringen.

Check de werkvergunningen
Heeft u werknemers in dienst die geen EU- of EER-nationaliteit hebben, dan moet u voor deze mensen over een tewerkstellingsvergunning of een gecombineerde vergunning voor verblijf en arbeid beschikken. Aangezien deze vergunningen voor een bepaalde periode worden afgegeven en meestal per het eind van een kalenderjaar aflopen, is het raadzaam om zo snel mogelijk te checken of één of meer werkvergunningen per 31 december 2017 aflopen. Is dit inderdaad het geval, vraag dan direct een verlenging aan, mits dit gewenst is.

6. Auto

Informeer naar gebruik van bedrijfsauto
Als u een auto ter beschikking stelt aan een werknemer, kunt u de bijtelling voor het privégebruik van de auto soms achterwege laten. Dit kan bijvoorbeeld als u in het bezit bent van een kopie ‘Verklaring geen privégebruik auto’, waarmee de werknemer verklaart dat hij niet meer dan 500 kilometer privé rijdt met de auto van de zaak. Informeer vóór de jaarwisseling bij uw werknemer of de situatie per 1 januari 2018 gaat wijzigingen. Blijft alles bij het oude, dan hoeft u niets te doen. Maar gaat uw werknemer in 2018 meer dan 500 privékilometers rijden met de auto, dan moet u de bijtelling voor privégebruik gaan toepassen.

Let op:
Houd er rekening mee dat de bijtelling per kalenderjaar geldt. Wijs uw werknemer hierop en voorkom dat de 500-kilometergrens net voor het einde van het jaar wordt overschreden. Rijdt uw werknemer bijvoorbeeld alleen in de maand december meer dan 500 kilometer privé met de bedrijfsauto, dan moet u het voordeel van het privégebruik voor het gehele jaar tot het loon van die werknemer rekenen.

Controleer registratie van auto’s
Bij werkgevers in de autobranche rijden de werknemers vaak niet het hele jaar in dezelfde auto van de zaak. Bent u zo’n werkgever, dan moet u goed bijhouden welke werknemers in welke auto’s rijden. Nu het einde van het jaar nadert, is dit een goed moment om na te gaan of u de registratie van de auto’s en de werknemers op orde heeft. In de ‘Handreiking bijtelling autobranche‘ vindt u praktische tips.

7. Estate planning / privé

Schenk nog vóór 1 januari 2018
Doet u nog vóór 1 januari 2018 een schenking aan uw (klein)kinderen, dan kunnen zij gebruikmaken van de jaarlijkse vrijstelling van € 5.320 (kinderen) of € 2.129 (algemene vrijstelling). Voor kinderen tussen 18 en 40 jaar geldt daarnaast een eenmalige vrijstelling voor schenkingen van € 25.526. Hierbij valt de dag van de 40e verjaardag nog binnen de leeftijdsgrens. Is het een schenking aan kinderen voor een studie, dan is de eenmalige vrijstelling € 53.176. Bij een schenking voor een eigen woning is de eenmalige vrijstelling zelfs € 100.000. Met betrekking tot deze eenmalige vrijstelling is het echter niet noodzakelijk om haast te maken met een schenking, want in fiscaal opzicht maakt het in principe geen verschil of de schenking in 2017 of in 2018 wordt gedaan. De vrijstelling van € 100.000 geldt voor iedereen die tussen de 18 en 40 jaar is.

Let op:
Met betrekking tot een eenmalige vrijstelling mag de begunstigde de leeftijdsgrens van 40 jaar niet overschrijden, ook niet als u gespreid schenkt. Heeft degene aan wie u wilt schenken de leeftijd van 40 jaar al bereikt, maar is diens partner wel jonger, dan kan de eenmalige vrijstelling toch worden toegepast.

Schenk koopsom eigen woning in gedeelten
Overweegt u een woning te schenken en is de WOZ-waarde hoger dan de getaxeerde waarde? Denk dan eens aan overdracht van die woning waarbij de koopprijs wordt omgezet in een lening en vervolgens gedeeltelijke kwijtschelding (=schenking) van die lening in december 2017 en in januari 2018. Als u in 2017 nog niets heeft geschonken aan de verkrijger, dan kan hij voor 2017 gebruik maken van de vrijstelling en nogmaals in 2018. Ook kunt u zo de schenking van de koopsom (kwijtschelding) zo plannen dat u zowel in 2017 als in 2018 zoveel mogelijk gebruik maakt van de laagste tarieven schenkbelasting. Bij een schenking van de koopsom binnen korte tijd (in ieder geval binnen een maand) na overdracht van de woning, kunt u bovendien een gedeelte van de in rekening gebrachte overdrachtsbelasting verrekenen.

Tip:
Is de WOZ-waarde van de woning lager dan de getaxeerde waarde? Overweeg dan de woning zelf te schenken, maar ga dan na of het dan toch niet voordeliger is de koopsom in gedeelten te schenken.

Rond onderhoud woning tijdig af
Heeft uw kind in 2015 de verhoogde schenkingsvrijstelling toegepast op uw schenking voor de verbetering of onderhoud van een eigen woning? Houd er dan rekening mee dat het bedrag van de schenking binnen twee jaren na het kalenderjaar waarin het bedrag is geschonken, moet zijn besteed aan de verbetering of het onderhoud. Deze schenking kan namelijk worden ontbonden indien niet wordt voldaan aan de voorwaarden. Wijs uw kind dus erop dat die werkzaamheden in 2017 moeten zijn afgerond zodat de schenking niet vervalt!

Voorkom dat de vrijstelling verdampt
Als in 2015 of 2016 gebruik is gemaakt van de eenmalig verhoogde schenkvrijstelling (van maximaal € 52.752 respectievelijk € 53.016) voor de eigen woning, kunt u in 2017 of 2018 als schenker uw eerdere schenking nog aanvullen met maximaal € 46.824. Hierbij geldt wel dat de ontvanger of diens partner nog altijd aan de geldende leeftijdseis (18-40 jaar) moet voldoen. Ook moet het gehele bedrag worden gebruikt voor de eigen woning.

Plan scholing in 2018
Ook in 2018 zijn scholingskosten voor een opleiding of studie gericht op een (toekomstig) beroep toch nog aftrekbaar. De afschaffing van de aftrek voor scholingsuitgaven is namelijk uitgesteld tot 1 januari 2019. Dit betekent dat u in 2017 geen haast meer hoeft te maken door nog even snel scholingsuitgaven te doen, want die zijn in 2018 ook nog aftrekbaar. Natuurlijk kan het geen kwaad om wel alvast een planning te maken van de scholing die u wilt volgen.

Schenk aan culturele instelling
Als u nog in 2017 een schenking wilt doen aan een goed doel, is een schenking aan een culturele algemeen nut beogende instelling (ANBI) fiscaal voordeliger dan een schenking aan een gewone ANBI. Een gift aan een culturele instelling levert namelijk een aftrekpost op van 125% van het geschonken bedrag, in plaats van 100%. De extra aftrek van 25% is gemaximeerd op € 1.250. Ook geldt evenals bij gewone giften een drempel van 1% van het verzamelinkomen (maar de drempel bedraagt minstens € 60) vóór toepassing van de persoonsgebonden aftrek en een maximale aftrek van 10% van het verzamelinkomen (vóór toepassing van de persoonsgebonden aftrek).

Let op:
De extra aftrek voor giften aan een culturele instelling zou per 1 januari 2018 vervallen. Maar om het nieuwe kabinet te laten beslissen over het afschaffen van deze faciliteit, is deze maatregel met een jaar uitgesteld. U kunt dus ook in 2018 nog extra fiscaal voordelig schenken aan een culturele instelling.

Tip:
Als u een eigen B.V. heeft, kunt u via uw B.V. schenken aan een culturele instelling. Dat levert in de vennootschapsbelasting een extra aftrek op van 50% van het bedrag dat uw B.V. heeft geschonken aan culturele instellingen, met een maximum van € 2.500.

Betaal uw alimentatie nog in 2017
Alimentatie die u moet betalen aan uw ex-echtgenoot vormt een onderdeel van de persoonsgebonden aftrek. Het is wel belangrijk dat u de betaalde partneralimentatie in het juiste jaar opgeeft in uw aangifte inkomstenbelasting. Alimentatiebedragen zijn namelijk alleen aftrekbaar in het jaar waarin ze zijn betaald. De alimentatie moet dus uiterlijk op 31 december 2017 zijn betaald om deze nog in 2017 in aftrek te kunnen brengen.

Regel uw fiscaal partnerschap in 2017
Zijn u en uw partner nog niet elkaars fiscale partner terwijl dit in 2017 wel al voordeel zou opleveren? Dan is het in bepaalde gevallen mogelijk om alsnog voor het hele jaar als elkaars fiscale partner te worden aangemerkt. U moet dan in elk geval ongehuwd samenwonen, per 1 januari 2017 op hetzelfde woonadres staan ingeschreven én aan één van de overige voorwaarden voldoen. De voorwaarde die het makkelijkst op korte termijn te realiseren is, is het afsluiten van een notarieel samenlevingscontract. Maar het is ook nog mogelijk om uw partner aan te wijzen als gerechtigde tot het partnerpensioen. Als u dit vóór 1 januari 2018 regelt en aan de eerdergenoemde voorwaarden voldoet, kunt u alsnog voor heel 2017 als fiscale partners worden aangemerkt.

Vergeet periodieke verrekening 2017 niet
Als u op huwelijkse voorwaarden bent getrouwd en in deze voorwaarden een periodiek verrekenbeding is opgenomen, moet u niet vergeten om deze afrekening ook over 2017 op te stellen. Verrekent u niet, dan loopt u het risico dat er bij het einde van het huwelijk (door scheiding of overlijden) wordt afgerekend alsof er gemeenschap van goederen was.

Tip:
Een periodiek verrekenbeding dat jarenlang niet is uitgevoerd, kan worden ‘gerepareerd’ door de te verrekenen bedragen alsnog te berekenen en de uitkomst vast te leggen in een vaststellingsovereenkomst. Vervolgens moet het beding wel jaarlijks worden uitgevoerd of u moet de huwelijkse voorwaarden op dit punt laten aanpassen.

Betaal uw lijfrentepremie nog in 2017
Als u een pensioengat heeft, kan een goede oplossing zijn om een lijfrente af te sluiten. De premies die u voor een dergelijke regeling betaalt, zijn namelijk binnen bepaalde grenzen fiscaal aftrekbaar. De aftrek van lijfrentepremie is in eerste instantie beperkt tot de zogeheten jaarruimte. Daarnaast is de premie alleen aftrekbaar als deze ook daadwerkelijk is betaald in het jaar waarin u de aftrek wilt toepassen. Zorg er daarom voor dat u de lijfrentepremie nog in 2017 betaalt.

Verlaag eigen bijdrage Wlz
Uw box 3-vermogen is niet alleen relevant voor de inkomstenbelasting, maar bijvoorbeeld ook voor de toekenning van toeslagen, aangezien hierbij een vermogenstoets geldt. Ook de eigen bijdrage voor zorg op basis van de Wet langdurige zorg (Wlz-zorg) is mede afhankelijk van het box 3-vermogen op de peildatum (1 januari). Daarom kan het raadzaam zijn om uw box 3-vermogen vóór 1 januari 2018 te verlagen. Dit kunt u bijvoorbeeld doen door te schenken, door geen voorlopige belastingteruggaaf aan te vragen of met eigen geld uw eigenwoningschuld af te lossen, al kan deze laatste actie wel leiden tot een vermindering van de hypotheekrenteaftrek.

Vermijd hoge heffing op spaargeld per 1 januari 2018
Nu de rente op spaargeld extreem laag is, leidt de box 3-heffing over spaargeld tot een hoge belastingdruk. U kunt dit in 2018 vermijden door vóór de peildatum van 1 januari 2018 uw spaargeld te gebruiken voor één van de volgende alternatieven: uw spaargeld inbrengen in een nieuwe B.V., uw spaargeld inbrengen in een open fonds voor gemene rekening, uw spaargeld storten als informeel kapitaal of agio in uw B.V., of uw spaargeld omzetten in een vordering op uw B.V. (zogeheten terbeschikkingstellingsvordering).

Let op:
Aan de genoemde voordelen kunnen wel nadelen en risico’s verbonden zijn. Zo zijn aan de oprichting van een B.V. kosten verbonden. Vraag uw adviseur bij Joanknecht wat voor u de beste optie is en of deze per saldo voordeliger is dan uw spaargeld in box 3 te laten staan. Per 1 januari 2018 wordt voor kleine spaarders bovendien de box 3-heffing gunstiger.

Los kleine schulden vóór 1 januari 2018 af
Als u kleine schulden heeft die in box 3 vallen en over voldoende vermogen beschikt, kan het fiscaal voordelig zijn om de box 3-schulden af te lossen. Deze schulden verminderen de heffingsgrondslag van box 3 namelijk pas als een drempel van € 3.000 per partner is overschreden (bedrag 2017). En als u deze schulden aflost, daalt het vermogen waarover de heffing in box 3 wordt berekend. Los deze schulden daarom zo veel mogelijk af vóór de peildatum van 1 januari 2018.

Doe grote uitgaven vóór 1 januari 2018
Is uw vermogen zodanig groot dat u box 3-heffing moet betalen en heeft u genoeg spaargeld om eventuele uitgaven nog in 2017 te doen? Overweeg dan om grote privéaankopen die u eigenlijk in 2018 had willen doen, zoals de aanschaf van een nieuwe auto of nieuwe meubels, vóór 1 januari 2018 te doen. Dergelijke bezittingen behoren namelijk niet tot de grondslag voor de box 3-heffing, terwijl het spaargeld dat u voor de aankoop gebruikt dan op de peildatum van 1 januari 2018 ook niet meer meetelt voor de grondslag. Zo kunt u in box 3 flink wat besparen!

Betaal een aanslag vóór 2018
Belastingaanslagen mogen niet als schuld worden aangemerkt voor box 3. Daarom is het raadzaam om een ontvangen belastingaanslag vóór 1 januari 2018 te betalen. Over de gelden waarmee u deze aanslag betaalt, hoeft u dan immers geen box 3-heffing te betalen.

Tip:
Er zijn uitzonderingen op de regel dat een openstaande belastingschuld niet als schuld meetelt in box 3. Zo mag u de nog niet betaalde erfbelasting wél als schuld aangeven in box 3.

Houd groene belegging nog even aan
Als u de vrijstellingen in box 3 optimaal wilt benutten, moet u de vrijstelling voor groene beleggingen niet vergeten. Deze beleggingen zijn namelijk vrijgesteld tot een maximum van € 57.385 (bedrag 2017) per persoon (€ 114.770 bij fiscale partners). Met de extra heffingskorting van 0,7% levert dit in box 3 een behoorlijke belastingbesparing op. Wilt u dit belastingvoordeel ook in 2018 benutten, dan is het van belang dat u de groene fondsen op 1 januari 2018 (peildatum) in bezit heeft. Dus als u overweegt om deze fondsen van de hand te doen, houd deze dan in elk geval aan tot na 1 januari 2018.

Tip!
Andersom kan natuurlijk ook: als u overweegt om uw geld groen te beleggen, doe dit dan zo mogelijk al vóór 1 januari 2018. In dat geval kunt u immers al in 2018 profiteren van de vrijstelling én de heffingskorting.

8. Eigen woning

Betaal hypotheekrente 2018 in 2017
Bereikt u in 2018 de AOW-leeftijd of valt u vanwege een andere reden onder een lager belastingtarief, betaal dan in 2017 nog de hypotheekrente die betrekking heeft op de periode tot 1 juli 2018. U betaalt minder belasting doordat u deze rente dan tegen een hoger tarief aftrekt.

Let op:
U mag niet voor een langere periode vooruitbetalen. Als u dat doet, weigert de Belastingdienst de vooruitbetaalde rente als aftrekpost voor 2017.

Verkoop eigen woning na 1 januari 2018
Bent u van plan om binnenkort uw schuldenvrije woning te verkopen en niet direct een nieuwe woning aan te kopen? Overweeg daar mee te wachten tot in 2018. Verkoopt u uw woning namelijk vóór 1 januari 2018, dan valt de ontvangen koopsom al in 2017 in box 3 en telt deze in 2018 mee voor de vermogensrendementsheffing (peildatum 1 januari 2018). Verkoopt u de woning op bijvoorbeeld 5 januari 2018, dan valt de koopsom in 2018 nog niet in box 3.

Los uw eigenwoningschuld in 2017 af
In bepaalde gevallen kan het voordelig zijn om uw eigenwoningschuld (gedeeltelijk) af te lossen. Heeft u bijvoorbeeld nog een gedeeltelijk aflossingsvrije hypotheek met een vrij hoge rente en belast vermogen in box 3 dat u kunt missen? Als het rendement op dat vermogen lager is dan wat u netto aan hypotheekrente betaalt, is aflossen waarschijnlijk interessant. Informeer in dat geval hoeveel u boetevrij kunt aflossen. Meestal is dat maximaal 10% van het (openstaande) hypotheekbedrag per jaar. Als u vóór 1 januari 2018 aflost, behaalt u hierbij een box 3-voordeel. Blijft er geen of slechts een kleine hypotheekschuld over, dan betaalt u ook nog eens geen inkomstenbelasting over de inkomsten uit eigen woning (eigenwoningforfait).

Let op!
Vermoedelijk kunt u uitsluitend nog in 2018 volledig van de bovenstaande regeling profiteren. In het Regeerakkoord staat namelijk dat het belastingvoordeel voor huizenbezitters die hun hypotheek (bijna) hebben afgelost, in de komende 30 jaar geleidelijk wordt beëindigd.

Regel verbouwing eigen woning in 2017 al
Heeft u plannen om te gaan verbouwen? Als u dit nog in 2017 regelt en de verplichtingen dus voor 1 januari 2018 aangaat, verlaagt u uw grondslag voor de heffing in box 3.

Woning onder water? Verkoop vóór 1 januari 2018
Als uw eigen woning ‘onder water staat’ en u verhuisplannen heeft, kan het verstandig zijn om uw woning in 2017 te verkopen. Want alleen als u uw woning nog vóór 1 januari 2018 met verlies verkoopt, kunt u de rente op de restschuld nog maximaal 15 jaar aftrekken in box 1. Deze regeling geldt namelijk alleen als de restschuld is ontstaan ná 28 oktober 2012 en vóór 1 januari 2018. Als u uw eigen woning op of na 1 januari 2018 met verlies verkoopt, is de rente op de restschuld niet aftrekbaar.

Verhuur eigen woning na 1 januari 2018
Overweegt u om uw eigen woning te verhuren? Wacht hier dan mee tot ná 1 januari 2018. Want als u uw eigen woning verhuurt, wordt deze voortaan gezien als beleggingsvermogen en niet meer als eigen woning. Hierdoor verplaatst de woning zich van box 1 naar box 3, waar de woning meetelt voor de grondslag voor de box 3-heffing. Even wachten is dan dus verstandig.

Plan verbouwing monumentenpand
De afschaffing van de aftrek van de kosten voor het onderhoud van monumentenpanden is uitgesteld tot 1 januari 2019. De onderhoudskosten voor monumentenpanden zijn dus in 2018 nog fiscaal aftrekbaar. Plan dus nu alvast het onderhoud, want als het onderhoud uitloopt en kosten pas in 2019 vallen, kost dit u een aftrekpost.

 

Aan de redactie van dit document is de uiterste zorg besteed. Niettemin kan redactie noch uitgever enige aansprakelijkheid aanvaarden voor eventuele onjuistheden of onvolkomenheden.