De overheid wil investeringen stimuleren met de BIK

BIK

Het kabinet wil met een nieuwe investeringskorting – de Baangerelateerde Investeringskorting (BIK) – bedrijven stimuleren om tijdens de coronacrisis te blijven investeren. Voor deze tijdelijke regeling is € 4 miljard beschikbaar. Deze regeling werd met Prinsjesdag al aangekondigd. Sindsdien zijn na behandeling van het wetsvoorstel in de Eerste en Tweede Kamer een aantal wijzigingen in de regeling aangebracht. Hierna informeren wij u graag over de laatste stand van zaken.

De BIK moet er enerzijds voor zorgen dat bedrijven tijdens deze crisis blijven investeren in bijvoorbeeld nieuwe machines. Anderzijds is het de bedoeling dat investeringen naar voren worden gehaald die anders zouden worden uitgesteld. De BIK is opgezet als een korting op de afdracht loonheffingen. Het voordeel hiervan is volgens het kabinet dat eenzelfde investering voor alle bedrijven (met voldoende werknemers) gelijk is, en niet alleen ten gunste komt van bedrijven die winst maken.

Alleen voor nieuwe investeringen

De investeringskorting geldt alleen voor nieuwe investeringen in bedrijfsmiddelen, waarvan de investeringsverplichting is aangegaan op of na 1 oktober 2020. Het is een tijdelijke korting die geldt voor de jaren 2021 en 2022. De investeringen moeten dan ook tussen 1 januari 2021 en 31 december 2022 volledig zijn betaald en binnen zes maanden na die volledige betaling in gebruik zijn genomen. De regeling geldt niet voor investeringen die na 31 december 2022 worden gedaan.

De BIK vormt overigens een aanvulling op al bestaande stimuleringsmaatregelen als de KIA, EIA, MIA en VAMIL.

Hoogte korting

Na publicatie van het eerdere wetsvoorstel is aangekondigd dat de percentages van de investeringskorting worden aangepast, zodat een groter deel van de BIK bij het mkb terechtkomt. Bij investeringen tot € 5.000.000 per kalenderjaar krijgen bedrijven een korting van 3,9% (was: 3%) van het investeringsbedrag die zij in mindering kunnen brengen op hun afdracht loonheffingen. Voor zover het investeringsbedrag meer bedraagt dan € 5.000.000, bedraagt de korting 1,8% (was: 2,44%) over het meerdere. Voor alle aanvragen geldt daarnaast een ondergrens van € 1.500 per bedrijfsmiddel en € 20.000 per aanvraag.

Hieronder volgt een overzicht met een aantal rekenvoorbeelden.

BIK en de fiscale eenheid

Het eerdere wetsvoorstel bevat een regeling die specifiek betrekking heeft op de fiscale eenheid. Deze regeling maakt het mogelijk dat de aanvrager één inhoudingsplichtige, die deel uitmaakt van de fiscale eenheid, aanwijst als BIK-inhoudingsplichtige. Op deze manier wordt het mogelijk dat ook investeringen van onderdelen binnen de fiscale eenheid, die niet inhoudingsplichtig zijn voor de loonheffing, in aanmerking kunnen komen voor de BIK. Het is binnen een fiscale eenheid namelijk niet ongebruikelijk dat personeel en investeringen niet gelijkelijk verdeeld zijn over de verschillende vennootschappen die deel uitmaken van de fiscale eenheid.

Er zijn vraagtekens gezet bij de Europeesrechtelijke houdbaarheid van dit aspect van de regeling. Het kabinet heeft daarom besloten om toepassing van de BIK op het niveau van de fiscale eenheid voorlopig uit te stellen. Ondertussen is de Europese Commissie verzocht goedkeuring te geven voor de vormgeving van de regeling.  Indien de Europese Commissie haar goedkeuring verleent, zal het met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2021 alsnog mogelijk zijn om de BIK op het niveau van de fiscale eenheid toe te passen. Mocht er geen goedkeuring komen, dan zullen de percentages van de BIK met terugwerkende kracht tot 1 januari 2021 worden verhoogd. Het percentage van 3,9% wordt dan verhoogd tot 5% en het percentage van 1,8% tot 2,08%.

Uitvoering van de BIK

De regeling zal worden uitgevoerd door de RVO in samenwerking met de Belastingdienst. Om uitvoeringstechnische redenen, kan pas vanaf 1 september 2021 een eerste aanvraag worden gedaan. Na ontvangst van de aanvraag door de RVO, zal binnen 12 weken een BIK-verklaring worden afgegeven. Daarna kunnen bedrijven de korting verrekenen met de loonheffingen.

Eind 2021 zal op basis van de tot dan toe ingediende aanvragen worden beoordeeld of het nodig is de percentages van de korting naar beneden of naar boven bij te stellen voor 2022. Uiterlijk 15 december 2021 wordt dit bekendgemaakt.

Contact

Bent u benieuwd naar de mogelijkheden in uw situatie? Neem dan gerust contact op met uw adviseur bij Joanknecht of een van onze belastingadviseurs rechtsboven aan deze pagina.