— Compensatie op grond van het Herstelkader Rentederivaten: aanbod van de bank accepteren of niet?

 

Het onderwerp rentederivaten is al lange tijd een hot item voor banken en voor klanten voor wie de in het verleden afgesloten rentederivatencontracten niet positief hebben uitgepakt. Onder druk van de politiek en de toezichthouder is eind 2016 het Herstelkader Rentederivaten gepubliceerd. Dit lijvige document zet nader uiteen op welke wijze de banken een aanbod aan gedupeerde klanten inhoud moeten geven. Daarbij gaat het om 4 stappen. 

Vier stappen

• Het omzetten van een ongeschikt instrument naar een geschikt instrument (stap 1: Noodzakelijk Substituut)
• Compensatie wanneer rentederivaten niet voldoende aansluiten bij onderliggende leningen. Daarbij kan gedacht worden aan mismatches in bijvoorbeeld looptijd en nominaal bedrag, maar bijvoorbeeld ook de situatie dat derivaten niet neerwaarts zijn aangepast na tussentijdse aflossingen (stap 2: Technisch Herstel)
• Een coulancevergoeding van maximaal 20% van de rente die per saldo onder een rentederivaat is betaald, met een maximum van € 100.000 (Stap 3: Coulance vergoeding)
• Vergoeding voor tussentijdse renteopslagen (Stap 4: Vergoeding Renteopslag).

Controle

De aanbiedingen van de banken onder het Herstelkader Rentederivaten beginnen nu volop binnen te komen bij gedupeerde klanten. Daarbij doet de klant die de aanbieding krijgt er goed aan om deze aanbieding te laten controleren. Immers, indien er voor akkoord getekend wordt, wordt daarmee ook finale kwijting verleend aan de bank en zijn verdere aanspraken niet meer mogelijk. Daarbij geldt ook dat het om complexe en technische berekeningen gaat, waarbij het ook van belang is dat de bank alle in het Herstelkader betrokken situaties in haar aanbod verwerkt. Bovendien blijken de dossiers van de banken veelal niet op orde, zodat ook van daar uit fouten gemaakt kunnen en regelmatig gemaakt worden.

Ten slotte

Ten slotte moet onderkend worden dat het niet verplicht is om op het aanbod van de bank in te gaan. Andere mogelijkheden, waaronder de gang naar de civiele rechter, blijft ook mogelijk. Dit kan bijvoorbeeld onderbouwd worden doordat de bank een verkeerd product heeft geadviseerd, waarmee schade is geleden, die in voorkomende gevallen fors hoger kan uitpakken dan het aanbod van de bank onder de voorwaarden van het Herstelkader Rentederivaten. Het is dan zaak om het alternatieve scenario te schetsen en uit te werken, en het verschil met de werkelijke kasstromen (de schade) op technisch juiste wijze te berekenen. Daarbij dient deze (onzekere) mogelijkheid op een hogere schadeclaim afgewogen te worden tegen de zekere vergoeding van de bank onder het Herstelkader Rentederivaten.

Joanknecht Corporate Finance is goed thuis in dit onderwerp en heeft ervaring met het indienen van schadeclaims en het beoordelen van voorstellen van banken in dit kader. Mocht u behoefte hebben aan meer informatie hierover kunt u contact opnemen met Christian van der Heijden via +31 (0) 40 240 94 22 of mail naar cvdheijden@joanknecht.nl.