Aankondiging wijziging belastingheffing box 3

Recent heeft de staatssecretaris van Financiën een brief naar de Tweede Kamer gestuurd met een voorstel tot aanpassing van de belastingheffing in box 3. In dit nieuwe voorstel wordt voor het bepalen van het inkomen in box 3 uitgegaan van de werkelijke verdeling tussen spaargeld, overig (beleggings)vermogen en schulden. Doel is om belastingplichtigen met vooral spaargeld tegemoet te komen door het fictieve rendement voor spaargeld meer in lijn te brengen met de huidige lage spaarrentes. Het voornemen is om vóór de zomer van 2020 een wetsvoorstel bij de Tweede Kamer in te dienen. De nieuwe regeling zou per 1 januari 2022 moeten worden ingevoerd.

Huidige systematiek van box 3

Belastingplichtigen met een vermogen van meer dan € 30.846 – of € 61.692 voor fiscale partners –  (cijfers 2020) betalen hierover momenteel belasting in box 3. Hierbij wordt aangenomen dat het totale vermogen van een belastingplichtige voor een bepaald deel uit beleggingen bestaat en voor een bepaald deel uit spaargeld. Ieder deel kent een eigen verondersteld rendement. Het gemiddelde in aanmerking te nemen rendement varieert tussen de 1,8% en de 5,33% (cijfers 2020), afhankelijk van de omvang van het totale vermogen. Over het fictief rendement wordt 30% inkomstenbelasting betaald.

Voorstel tot wijziging van systematiek

Om tegemoet te komen aan de veel gehoorde kritiek dat met name het fictieve rendement op spaargeld momenteel niet aansluit bij de huidige lage spaarrentes wordt voorgesteld de box 3-heffing zo aan te passen dat voor spaargeld een rendement wordt gekozen dat dicht ligt bij de daadwerkelijke rente op spaargelden. Vooralsnog komt de systematiek stapsgewijs op het volgende neer.

Stap 1. 
Bedragen de bezittingen (zonder rekening te houden met schulden) meer dan € 30.846 (2020)?
Zo nee, dan is men geen belasting verschuldigd in box 3.
Zo ja, dan dient het totale vermogen te worden onderverdeeld, zie stap 2.

Overigens is de grens van € 30.846 een “fatale” grens. Indien de bezittingen één euro meer bedragen, wordt het geheel in aanmerking genomen.

Stap 2. 
Het totale vermogen wordt onderverdeeld in de volgende categorieën: spaargeld, overig (beleggings)vermogen en schulden. Over spaargeld is men een fictief rendement verschuldigd van 0,09%, over (beleggings)vermogen een fictief rendement van 5,33% en ten aanzien van schulden wordt een fictieve rente van 3,03% in aanmerking genomen.

Stap 3. 
Het inkomen uit sparen en beleggen wordt bepaald door de drie categorieën uit stap 2 te vermenigvuldigen met het bijbehorende fictieve rendementspercentage.

  • spaargeld x 0,09%
  • (beleggings)vermogen x 5,33% +/+
  • schulden x 3,03% -/-
  • inkomen uit sparen en beleggen

Stap 4. 
Bedraagt het inkomen uit sparen en beleggen meer dan € 400?
Zo nee, dan is men geen belasting verschuldigd in box 3.
Zo ja, dan wordt het inkomen uit sparen en beleggen verminderd met € 400. Over dit inkomen is vervolgens 33% inkomstenbelasting verschuldigd. Het tarief wordt dus verhoogd.

De gevolgen van de voorgestelde systematiek

Deze systematiek komt er op neer dat een belastingplichtige met een totaal vermogen van € 440.000, dat enkel bestaat uit spaargeld, vanaf 2022 niet langer inkomstenbelasting in box 3 verschuldigd zou zijn. In dat geval bedraagt het inkomen uit sparen en beleggen namelijk € 396, hetgeen lager is dan het zogenoemde heffingvrij inkomen van € 400.

De grote verliezer in dit voorstel is daarmee dus de belegger. Bezit een belastingplichtige slechts € 30.847 aan beleggingsvermogen (één euro meer dan de bezittingendrempel van stap 1 hiervoor), dan betaalt hij direct € 410 (inkomen uit sparen en beleggen van € 1.644 – € 400 = € 1.244 x 33%) aan inkomstenbelasting.

Ook belastingplichtigen met schulden in box 3 moeten mogelijk (fors) meer inkomstenbelasting in box 3 gaan betalen.

Peildatum

Vooralsnog kent box 3 één peildatum, te weten 1 januari van het betreffende jaar. De verwachting is dat met invoering van het voorstel beleggers vóór de peildatum hun (liquide) beleggingsvermogen te gelde maken en tijdelijk omzetten in spaargeld om de belastingheffing in box 3 aanzienlijk te beperken (peildatumarbitrage). De staatssecretaris heeft in zijn brief aangekondigd anti-arbitragemaatregelen te willen invoeren. Hoe die er precies uit komen te zien is nog niet duidelijk.

Vragen?

Heeft u vragen over de belastingheffing in box 3 in uw situatie of de gevolgen van de aangekondigde wijziging hiervan? Neemt u dan gerust contact op met een van onze belastingadviseurs die rechtsboven op deze pagina staan vermeld.