Bestuurdersaansprakelijkheid: wat zijn de risico’s?

 

In beginsel bent u als bestuurder van een rechtspersoon niet aansprakelijk tegenover schuldeisers en andere belanghebbenden. Er is immers bij een rechtspersoon sprake van een afgescheiden vermogen, wat als gevolg heeft dat schuldeisers geen aanspraak kunnen maken op het privévermogen van de bestuurder. In een klein aantal gevallen kan wel een uitzondering worden gemaakt op deze hoofdregel. Een voorbeeld is de situatie die recentelijk is voorgelegd aan het Gerechtshof.

Bestuursaansprakelijkheid besloten vennootschap

Op 13 februari jl. is door het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden een uitspraak gedaan over bestuurdersaansprakelijkheid bij een besloten vennootschap. Deze bv was vanaf halverwege 2008 niet langer levensvatbaar, maar de bestuurder van de bv had dit niet gemeld bij de Belastingdienst. Met de nog aanwezige liquiditeiten wordt in de laatste maanden van het bestaan van de bv een schuld aan de bank afgelost, maar de belastingen worden niet betaald. De bestuurder wordt hierdoor aansprakelijk gesteld voor de verschuldigde omzetbelasting en loonbelasting die niet betaald kon worden: hij wist, of had redelijkerwijs moeten weten, dat door het aflossen van de schuld aan de bank de belastingschulden onbetaald zouden blijven.

Onbehoorlijk bestuur

Van bestuurdersaansprakelijkheid bij faillissement van een onderneming is sprake bij ‘kennelijk onbehoorlijk bestuur’, waarbij dit onbehoorlijk bestuur een belangrijke oorzaak is van het faillissement. Dit is het geval wanneer geen redelijk denkend ondernemer op dezelfde manier zou hebben gehandeld. In principe ligt de bewijslast niet bij de bestuurder maar bij de curator. Als er echter geen administratie is gevoerd over de financiële situatie van de onderneming of als er geen jaarrekening wordt gedeponeerd, wordt automatisch aangenomen dat er sprake is van kennelijk onbehoorlijk bestuur en moet de bestuurder het tegendeel bewijzen om niet aansprakelijk te worden gesteld.

Aansprakelijk voor schulden

Ook wanneer geen sprake is van faillissement, kan een bestuurder aansprakelijk worden gesteld voor schulden. Dit kan bijvoorbeeld wanneer het bestuur niet op tijd bij de Belastingdienst meldt dat bepaalde belastingschulden niet kunnen worden betaald, of wanneer een bestuurder ervoor zorgt dat een overeenkomst van de vennootschap niet wordt nagekomen. Ook is er een aantal specifiekere regels zoals de ketenaansprakelijkheid, waarbij een aannemer van werk aansprakelijk is voor eventuele onderaannemers.

Bewijzen van onbehoorlijk bestuur

Zowel bij faillissement als in andere gevallen heeft de bestuurder de mogelijkheid om te bewijzen dat het onbehoorlijk bestuur niet aan hem te wijten was. Ook moet hij aantonen dat hij moeite heeft gedaan om de gevolgen van het onbehoorlijk bestuur af te wenden. Als de bestuurder deze twee zaken kan bewijzen, kan hij niet langer vanuit zijn privévermogen worden aangesproken. Wanneer de boekhouding van de onderneming niet op orde is, zal het bestuur er meestal niet in slagen om aan te tonen dat de schuld bij iemand anders ligt.

Verantwoordelijk voor de vennootschap als geheel

Voor bestuurders is er sprake van hoofdelijke en collectieve aansprakelijkheid. Dit houdt in dat een individuele bestuurder aansprakelijk kan worden gesteld voor de volledige schade als gevolg van zijn eigen fouten, en als gevolg van fouten van medebestuurders. Een bestuurder is dus verantwoordelijk voor de vennootschap als geheel, niet alleen voor zijn eigen acties.

Het is van belang dat u zich bewust bent van de verantwoordelijkheden die u als bestuurder hebt en de risico’s die u zou kunnen lopen. Heeft u vragen naar aanleiding van het bovenstaande bericht? Neem dan contact op met Kim van der Heijden via +31 (0)40 240 9460 of mail naar kvdheijden@joanknecht.nl.