Beperking liquidatie- en stakingsverliesregeling

Beperking liquidatie- en stakingsverliesregeling

De Tweede Kamerleden Snels (GroenLinks), Leijten (SP) en Nijboer (PvdA) hebben een initiatiefwetsvoorstel opgesteld om de liquidatie- en stakingsverliesregeling in de vennootschapsbelasting te beperken. Het doel is om oneigenlijk gebruik van deze regeling te voorkomen. Op 16 april 2019 is een internetconsultatie gestart van het initiatiefwetsvoorstel. Hierna leest u welke maatregelen worden voorgesteld als beperking van de liquidatie- en stakingsverliesregeling.

Wat is de liquidatieverliesregeling?

Voordelen uit hoofde van een deelneming zijn vrijgesteld van vennootschapsbelasting op grond van de deelnemingsvrijstelling. Van een deelneming is kort gezegd sprake wanneer een vennootschap voor minimaal 5% aandeelhouder is van een andere vennootschap. Op basis van de deelnemingsvrijstelling zijn bijvoorbeeld dividenduitkeringen en winsten bij verkoop van een deelneming onbelast. Daartegenover staat dat verliezen bij verkoop van een deelneming niet aftrekbaar zijn.

De liquidatieverliesregeling vormt een uitzondering op de deelnemingsvrijstelling. Op grond hiervan kan een vennootschap het verlies op een deelneming toch in aftrek brengen bij liquidatie van deze deelneming. De omvang van het liquidatieverlies bestaat uit het opgeofferde bedrag voor de deelneming verminderd met de liquidatie-uitkeringen. Deze regeling geeft dus een tegemoetkoming aan de moedervennootschap voor het verloren gaan van verliezen bij de dochtervennootschap.

Welke maatregelen worden voorgesteld?

Met het wetsvoorstel willen de initiatiefnemers de toepassing van de liquidatieverliesregeling beperken. Het doel is om oneigenlijk gebruik van deze regeling te voorkomen. Hiertoe worden de volgende drie maatregelen voorgesteld:

  1. Een beperking van de liquidatieverliesregeling tot liquidaties van dochtervennootschappen waarin de moedervennootschap een kwalificerend belang houdt (materiële beperking). Van een kwalificerend belang is sprake bij een aandelenbelang van minimaal 25% of indien de moedervennootschap de activiteiten van de deelneming kan bepalen (bijvoorbeeld op basis van stemrechten).
  2. Een beperking van de liquidatieverliesregeling tot liquidaties van dochtervennootschappen die zijn gevestigd in de EU of EER (territoriale beperking).
  3. Een beperking van de liquidatieverliesregeling tot liquidaties waarvan de vereffening wordt voltooid binnen drie jaren na afloop van het jaar waarin de onderneming van de deelneming is gestaakt of daartoe het besluit is genomen (temporele beperking). Verlenging van deze termijn is mogelijk wanneer de langere vereffeningsperiode is ingegeven door zakelijke overwegingen.

Om de maatregelen uitvoerbaar te houden, gelden de materiële en territoriale beperking alleen voor zover het liquidatieverlies op een deelneming meer bedraagt dan € 1 miljoen.

Ook voor stakingsverliezen

Voor de stakingsverliesregeling worden vergelijkbare maatregelen voorgesteld. Een stakingsverlies kan zich voordoen bij staking van een buitenlandse onderneming die niet in een rechtspersoon is ondergebracht (vaste inrichting).

Wanneer moeten de maatregelen ingaan?

De voorgestelde maatregelen moeten in werking treden met ingang van 1 januari 2021. Daarbij geldt dat de driejaarsperiode van de temporele beperking pas begint te lopen op 1 januari 2021. Deelnemingen waarvan de onderneming is gestaakt vóór 2021 moeten dus uiterlijk 31 december 2023 zijn ontbonden om gebruik te kunnen maken van de liquidatieverliesregeling.

Dit artikel is geschreven door Patrick van den Heuvel, belastingadviseur, bereikbaar per e-mail of telefoon op +31 (0)40 240 95 37.