Aandachtspunten bij de laatste btw-aangifte van het jaar

Het is weer tijd om de laatste btw-aangifte van 2020 in te dienen. Deze laatste btw-aangifte wijkt af van de btw-aangiften die u eerder dit jaar heeft ingediend. Bij het opstellen van deze laatste btw-aangifte moet namelijk rekening worden gehouden met een aantal correctieposten. Wij zetten de aandachtspunten voor u op een rij.

Btw privégebruik auto

Wordt een auto van de zaak ook voor privédoeleinden gebruikt, dan vindt in de laatste btw-aangifte van het jaar een btw-correctie plaats voor het privégebruik.

Deze correctie vindt in beginsel plaats op basis van het werkelijke gebruik. Het werkelijke gebruik kan worden vastgesteld aan de hand van een sluitende kilometeradministratie. Is het niet mogelijk om uit de administratie te herleiden hoeveel privégebruik heeft plaatsgevonden, dan mag de btw-correctie worden bepaald op basis van een forfaitaire berekening. De btw-correctie is dan 2,7% van de catalogusprijs (inclusief btw en bpm). Dit percentage is 1,5% ingeval de btw op de aanschaf van de auto niet in aftrek is gebracht (bijvoorbeeld bij marge-auto’s) of wanneer het privégebruik,  vier jaar na het jaar waarin de auto in gebruik is genomen, plaatsvindt.

Let op! Woon-werkverkeer wordt voor de btw gezien als privégebruik. Bestaat het privégebruik enkel uit woon-werkverkeer, dan kan de btw-correctie op een andere manier worden berekend.

Let op! Wordt aan de gebruiker een eigen bijdrage in rekening gebracht, dan moet hiermee mogelijk nog rekening worden gehouden. Wilt u hierover meer informatie, neem dan contact op met uw contactpersoon bij Joanknecht of een van onze btw-adviseurs.

Privégebruik overige goederen en diensten

Ook het privégebruik van andere tot het bedrijf behorende goederen en  diensten kan leiden tot een correctie in de laatste btw-aangifte. Een bijzonder vorm van deze correctie is de toepassing van het BUA.

Toepassing BUA op personeelsvoorzieningen, giften en relatiegeschenken

Het ‘Besluit Uitsluiting Aftrek’ bevat regels voor de aftrek van btw op giften en relatiegeschenken, voorzieningen voor personeel en uitgaven voor het voeren van een zekere staat.

De btw op uitgaven voor personeelsvoorzieningen (waaronder begrepen eten en drank in de bedrijfskantine), giften en relatiegeschenken kan alleen in aftrek worden gebracht als de uitgaven per begunstigde per jaar niet meer dan € 227 (exclusief btw) bedragen. Om vast te stellen of dit bedrag is overschreden, moet jaarlijks een BUA-berekening worden opgesteld. Een eventuele correctie die volgt uit deze berekening wordt verwerkt in de laatste aangifte van het jaar.

Let op! De btw op horecabestedingen is nooit aftrekbaar en wordt daardoor ook niet meegenomen in de BUA-berekening.

Pro-rataberekening bij belaste en vrijgestelde omzet

Indien sprake is van zowel btw-belaste activiteiten als vrijgestelde activiteiten, kan het recht op aftrek van btw op ingekochte goederen en diensten worden beperkt. Er bestaat namelijk geen recht op aftrek van btw voor zover de goederen of diensten voor vrijgestelde activiteiten worden gebruikt.

De hoogte van de aftrek van btw wordt in beginsel bepaald op het moment van eerste ingebruikneming: op dit tijdstip wordt bepaald wat de beoogde bestemming is van de goederen. De btw wordt in aftrek gebracht conform deze bestemming:

  • Worden de goederen volledig gebruikt voor de belaste activiteiten, dan is de btw volledig aftrekbaar.
  • Worden de goederen volledig gebruikt voor de vrijgestelde activiteiten, dan is de btw niet aftrekbaar.
  • Worden de goederen zowel voor de belaste als voor de vrijgestelde activiteiten gebruikt (algemene kosten of gemengd gebruik), dan bestaat voor deze goederen recht op aftrek van btw op basis van de ‘pro-ratamethode’. Deze methode houdt in dat de btw op de kosten aftrekbaar is in de verhouding belaste omzet/totale omzet. Indien aannemelijk wordt gemaakt dat de pro-rataberekening op basis van de omzetverhouding geen correcte weergave vormt van het werkelijke gebruik, mag de hoogte van aftrek van btw ook worden berekend aan de hand van het werkelijke gebruik.

 

Blijkt aftrek van btw op de gemengde gebruikte goederen of diensten aan het einde van het jaar van ingebruikneming af te wijken van de aftrek van btw op het moment van ingebruikneming, dan vindt in de laatste btw-aangifte van het jaar een correctie plaats op deze btw-aftrek. Het eerder in aftrek gebrachte bedrag wordt gecorrigeerd. Voor investeringsgoederen (investeringsbedrag € 450 inclusief btw) geldt een herzieningstermijn van vier jaar na het jaar van ingebruikneming. Voor onroerende zaken is deze herzieningstermijn tien jaar. Investeringsgoederen worden gedurende een herzieningsperiode gevolgd. Tijdens deze herzieningsperiode van vier jaar (of negen jaar ingeval van onroerende zaken) moet worden bijgehouden in hoeverre de investeringsgoederen voor belaste en vrijgestelde prestaties gebruikt zijn. Wijkt het belaste gebruik in een jaar 10% of meer af van het belaste gebruik in het jaar van ingebruikneming, dan vindt herziening plaats. Deze btw-correctie wordt in de laatste aangifte van het jaar verwerkt.

Suppletie

Indien achteraf – bijvoorbeeld bij het opstellen van de jaarrekening – geconstateerd wordt dat in het huidige jaar of in de afgelopen vijf kalenderjaren een onjuiste of onvolledige btw-aangifte is ingediend, dan moet dit zo spoedig mogelijk gecorrigeerd worden door middel van een suppletieaangifte. Is het te corrigeren btw-bedrag lager dan € 1.000, dan mag de correctie worden meegenomen in de eerstvolgende btw-aangifte.

Vragen?

Heeft u vragen naar aanleiding van dit artikel? Neem dan contact op met een van de btw-adviseurs of met uw vaste contactpersoon bij Joanknecht.